Rond de carnavalsdagen van 1976, 27 februari – 2 maart, verbleven we voor de eerste keer samen in het voormalige Oostblok, in wat toen nog ruim 13 jaar DDR zou heten, en wel bij familie van Willy in Langenbogen (bij Halle) en Dresden. Een week waarin wij door louter verwennerij kilo’s aankwamen en ons vaak heel ongemakkelijk voelden in een heel vreemde, deels beangstigende wereld. Dit gevoel was vooral sterk op de grensovergang van West- naar Oost-Berlijn, bij het grensstation Friedrichstrasse, waar werkelijk alles doorzocht werd.



De aanmelding bij de politie (móest binnen 24 uur gebeuren) in het dorp waar Willy’s tante Traudel en haar zoon Jochen woonden, hadden we ons enger voorgesteld. Wij verbleven op een unieke woonplek: midden op het oude, roestige, grijs-modderige, winterse industrieterrein van de plaatselijke suikerfabriek, waar de familie van Willy in een statig pand woonrecht had (oom Walter werkte er tot zijn dood als leidinggevende). Wij herinneren ons – na een halve eeuw – een stevig cultureel programma, maar in het bijzonder een en al zorg van de inwendige mens, stevige maaltijden, en heel veel gesprekken over het alledaagse leven in onzer beider landen, resp. over de wereldpolitiek. Met de nodige misverstanden tot regelrecht onbegrip. Ons enthousiasme voor b.v. internationale solidariteit en een kritische grondhouding tegenover de alledaagse westerse politiek, zoals b.v. de grote werkeloosheid in zowel Nederland als ook West-Duitsland, werd door hen gewoonweg niet geloofd, of gewoon weggezet als ongewenste propaganda (zij wisten wel beter…). Wij voelden ons gelukkig niet altijd onbegrepen en de reisjes en activiteiten die we ons herinneren waren prettig tot prachtig: de fraaie stad Meißen, de befaamde Wartburg bij Eisenach, Dresden – de Sixtijnse Madonna van Rafaël in de Gemäldegalerie Alte Meister vooral – maar ook het begrip voor de snelle opbouw – hoe lelijk ook – van de verschrikkelijk gebombardeerde stad aan de Elbe.


In Dresden logeerden we in de tweede helft van de week in het woonblok van Oma, een schat van een mens. Ons logeeradres bleek een kamertje van een felle partijgenote die kamers mocht verhuren (waar we voor gewaarschuwd werden voor wat betreft politieke uitspraken). Ze wilde wel dolgraag met westerse valuta betaald worden… Twee avondactiviteiten zullen we ook nooit vergeten: Tante Traudel of haar dochter Beate (uitwonend en studerend in Dresden) had voor kaartjes in het theater gezorgd. We werden, volkomen underdressed tussen de DDR-burgerlijkheid, verrast met een avond dwaze atonale, experimentele muziek! De tweede verrassing was net zo geslaagd: we werden gewoon gekostumeerd en al naar een carnavalsfeest van studenten in Halle gestuurd (tegenspraak onmogelijk): Willy als monnik, Marianne als?? Buiten was nergens carnaval of verkleding te zien, we schaamden ons behoorlijk in de tram en tot overmaat van ramp viel Willy bij het kelderfeest in de prijzen voor zijn kostumering. Geen idee meer of er een cadeau was en ook niet of het hele feestje niet een ‘afgesproken zaak’ was, ach… Na een intensieve week ”realer Sozialismus” verheugden we ons ongekend heftig op het zo verwerpelijke kapitalisme in ons deel van de wereld.