Rouen – Pontorson – Mont-Saint-Michel – Boulogne-sur-Mer
23 december 2025 – 3 januari 2026
Half 7, veel te vroeg uit bed en dan willen we de lezer niet vervelen met de hele ingesleten riedel die volgde tot en met de korte wandeling naar de boot tegen 8.45 uur. De boot van 9 uur haalden we in ieder geval met gemak, de TESO is behoorlijk betrouwbaar in het overzetten van de veerpont en de bus vandaar tot aan het station in Den Helder was ook betrouwbaarder dan in jaren. En dan begonnen we aan een lange treinreis via Amsterdam, Rotterdam, Breda, Antwerpen, Gent, Lille – pauze van 3/4 uur, even wat tapas en een wijntje – en dan verder via Amiens naar Rouen. Daar arriveerden we 20 min. te laat; best aardig voor een Interrailreis waar je niet iedere sneltrein mag nemen… Voor ons slaapadres rolden we met onze koffers en rugzakken naar beneden tot we op een ongekend veilige, afgesloten superdeur stoten: na veel gedoe lukte het ons die ´burcht´ te betreden. Mooi, wel een beetje mannelijk sfeertje. Te moe, te laat om nog iets te eten te kopen of uit eten te gaan, we hadden nog wel een rest fruit, kaas en wijn meegesjouwd…


24 december: Tegen 8 uur aan een aardig zelfverzorgd ontbijt begonnen. Dat ging goed tot aan de koffie. Opeens stond er een plas water midden op de keukenvloer: paniek, oorzaak was een lekkage bij de afwasbak, de kasten onder de bak bleken gauw vies. We konden wel huilen en er was ook geen mogelijkheid tot reparatie of schoonmaak. Even contact met de eigenaar incl. een foto van het ongerief. Snelle reactie “Ik zal mijn best doen. Ik zal niet verbergen dat het op dit moment een beetje ingewikkeld zal zijn (Google translate)”. What to do? 9.48 uur. Met dank aan het ‘grote ongemak, de kleine catastrofe i.v.m. de gootsteen’ zijn we de rest van de ochtend tot ca. 12.15 uur door de ijzige koude van Rouen gelopen, onderbroken door een tweede ontbijt in een mooi café vlak bij de kathedraal. Die hebben we vervolgens intensief en uitgebreid van binnen en buiten bewonderd – gigantisch vooral, fraaie voorgevel en indrukwekkend interieur – voor we de kerstmarkt op het plein bezochten. Te koud, te zielig voor de exploitanten! Doorlopen via de hoofdstraat naar de Gros-Horloge, de buurt er omheen: mooi! Alleen veel te koud om langer te verwijlen dan voor een paar snelle foto’s…







Gevoelstemperatuur – 2°C, 3°C ‘in het echt’. Dus gauw naar huis, voorzichtig water pakken voor een thee. Tegen 13 uur kwam de eigenaar, best een aardige man om te zien, met een indrukwekkende gereedschapskist en repareerde de waterafvoer. Iemand zou later nog voor de schoonmaak komen.
Wij waren ondertussen al lang op stap naar het grote Museum voor Schone Kunsten met een prachtige collectie impressionisten. Toevallig passeerden we een kerkgebouw dat ons nieuwsgierig maakte: het Le Secq des Tournelles Museum voor smeedijzeren kunst in een voormalige kerk. Nooit zo’n gevarieerde collectie van kunstnijverheid en gebruiksvoorwerpen van metaal gezien!













Daarna ergens in het centrum vin chaud met een planchet (plankje) met tapas genoten. Op dit planchet lag zoveel dat we, beetje stiekem, de helft mee naar huis hebben genomen.
25 december: Stil was het overal – heerlijk geslapen in een goed bed. Na een bescheiden ontbijt even op internet gaan zoeken welke ‘koffietenten’ al open zouden kunnen zijn. Volgens Google velen, al vermeldden ze met lichte twijfel ‘er zouden andere openingstijden kunnen zijn’. Bleef ons niets anders over dan proefondervindelijk te werk te gaan. Maar eerst even langs de glascontainer. Mag dat wel op 1e Kerstdag? Verder naar het meest nabije plein met de moderne Jeanne d’Arc-kerk.





In de wijde, wijde omgeving geen horeca geopend behalve een restaurant/hotelbar waar het personeel hopeloos overstuur raakte van te veel(eisende) toeristen. Na een eerste poging toch even gewandeld tot aan de Seine. Triest, alle mooie winkelstraatjes tot aan de kathedraal dicht, leeg, ijskoud… Terug naar onze enige hoop: nu kregen we wel relatief snel twee lekkere koffie met brioche (toast met boter en jam), samen voor maar 10,80 euro in een exclusieve omgeving. Er was nu eindelijk personeel uit de keuken, duidelijk sneller en geoefender, overgeplaatst naar de bar. Maar wrijvingen met het publiek bleven er en een ober ging helemaal door het rode lint. Happy Christmas, Joyeux Noël!


Opgewarmd en vooral met genoeg cafeïne in ons lijf gingen we voor een lekkere lunch naar ‘huis’. Daarna bereiden we ons voor op een mooie wandeling van 14-16.30 uur, warm gekleed en met een noodvoorraad voor onderweg. Het werd een succes, onze kerstwandeling ‘op eigen krachten’ en zonder ondersteuning van de horecasector.
Via de abdijkerk van Saint-Ouen – prachtig gerestaureerd van buiten maar gesloten op 1e Kerstdag – wandelden we verder via een mooie oude winkelstraat met een gekanaliseerd beekje, de nieuwbouwwijk Martainville (en marktplein, leeg en treurig) de heuvel van de Côte Sainte- Catherine op. Hier kom je vrij snel in mooie stadsnatuur terecht met kalkgrasland en een befaamd uitzicht over de stad dat Claude Monet al inspireerde. Ruim 500 traptreden omhoog, maar dan ook nog door een ruig begrazingsgebied met schapen en een gevaarlijk steile klim voor het hoogste uitkijkpunt.







Adembenemend volgens Google, volgens ons zeker op 1e Kerstdag de moeite waard om even van het uitzicht te genieten en er wat foto’s van te nemen. Snel en makkelijk weer naar beneden tot op het eiland in de Seine en onder langs de Seineboulevard verder tot de brug bij het stadtheater, over de Pont Jeanne d’Arc, en langs Hotel de Bourgtheroulde, Place de Vieux Marché terug naar ons tijdelijk adres. Even uitrusten, een aperitiefje en ons dan zelf verwennen met een eenvoudige Syrische rijstschotel en een fles wijn.




2e Kerstdag, 26 december: kijken of er vandaag meer koffiezaken hun deuren openen. Nee, het werd dus weer Brasserie Mamie vlakbij, zoveel chiquer dan de naam doet vermoeden. Na de koffie gingen we op bezoek bij het aan de andere kant van de Seine gelegen Vikingmuseum (Cité Immersive Viking) in een voormalig pakhuis, Hangar 105. Héél informatief, spannend, wel te weinig Engelstalige uitleg. En er was ook gewoon veel te veel informatie voor een begrensd tijdslot.





Voor een lunchpauze gingen we even naar ‘huis’ om daarvandaan dan uitgerust en gesterkt tussen 13.30 – 16 uur aan een 2e Kerstdagwandeling te beginnen. Heuvelopwaarts, de wijk St. Gervais in. Oudere huizen, beetje dorps karakter, veel groen, zeker toen we een bosvallei achter de top van de heuvels bereikten. Hier bevond zich een modern universiteitscomplex op een hoogvlakte.




Op een mooi, maar glibberig bospad viel Marianne faliekant op haar achterste met een onvermijdelijke vieze broek. Snel naar huis – gelukkig liep de weg naar beneden – toch ook nog wel even een fraaie kerkruïne, St. Jacques, tussendoor bewonderd… Broek wisselen, uitrusten, boodschappen doen en daarna zijn we uit gaan eten in een leuk, klein Turks familierestaurant “Chez Huri” (turks-arabisch woord voor feeëriek, mooi) met vriendelijke eigenaren en lekkere, home made maaltijden.





27 december werd een lange reisdag van 11 – 18.00 uur voor maar 250 km afstand. Slow traveling op z’n Interrails: niet de allersnelste treinen op het hele traject tot Pontorson, ons eindstation, via Caen en met een lange overstappauze in Granville. Tot Caen reden we tussen 12.16 – 14 uur door afwisselend landschap, van de Seine-uiterwaarden, via grootschalige landbouw en bossen tot mooi, haast Engels heggenlandschap. Tussen Caen en Granville passeerden we met Lisieux en Bayeux minstens twee bezoekwaardige stadjes en zagen we overal fantastische ‘maretakbomen’ vooral natuurlijk rivierdalen begeleidend.



Fel zonnig weer was het trouwens de hele dag. In Granville hadden we 1,5 uur pauze. Net niet genoeg tijd om iets te eten én op en neer naar zee en de haven te lopen. Wel tijd voor een koffie/theepauze met crêpe en wafel. Het laatste deel van onze reis voerde ons door het mooiste landschap van die dag: oud cultuurlandschap, zacht glooiend, veel rivierdalletjes, heggenlandschap en boomweides tot Pontorson. Tegen 18 uur, het schemerde al, werden we ontvangen met mooi avondrood. Prima airbnb-appartement, alleen de voordeur vinden bleek nog even een klus.
28 december pas na 8 uur uit een diepe slaap wakker geworden. Ontbijt samen en dan tegen 10 uur de Normandische koude in: -2°C. Helderblauwe lucht, overal rijp, bijna geen mensen op de been, behalve hondenuitlaters. Pontorson blijkt op het eerste gezicht een keurig, overzichtelijk en aangenaam Normandisch stadje, tot in de puntjes verzorgd, vooral ook voor toeristen (alles gericht op dé magneet, Mont-Saint-Michel). Bij de plaatselijke bakker – er bleken er zelfs twee – een mooi rond brood gekocht en daarna nog even naar nieuwe groeninitiatieven langs de oevers en de kaden van het getijdenriviertje de Couesnon gekeken. Er was ook nog tijd voor een bezoekje aan de oeroude natuur- en bakstenen parochiekerk en een museumhofje achter de Mairie met oude landbouwvoertuigen en een grote boomhut.






Weer thuis, hebben we onze uitstap naar het wereldberoemde kloostereiland in Zee, Mont-Saint-Michel, nog even goed voorbereid (eten, drinken, warme kleding) voor we langs de geldautomaat naar het station wandelden, waar we niet als enigen op de bus naar het eiland stonden te wachten. Exact om 12 uur vertrokken we naar het 11 km verderop gelegen getijde-eiland. Het bleef ijzig koud winterweer. Maar verrassend mooi landschap ontvouwde zich vóór het rotseiland: een strook zoutige weilanden overgaande in een soort waddenlandschap. Wij stapten al 2,6 km vóór het eiland uit de bus om het iconische beeld in alle rust in ons op te nemen (er gingen ook shuttlebussen nog tot vlak voor het eiland). En dat lukte wonderwel ondanks de demonstratieachtige optocht van honderden mensen in de richting van het eiland via een brug op palen met houten looproute voor voetgangers en een busbaan er tussen in. Hoe druk ook: het was toch ook een mooie slinger qua vorm en sfeer! Betreden deed je het dorpje met z’n beroemde klooster via een kleine oude poort en geweldige muren onderlangs het strand.




Het dorpje lag terrasvormig onder het klooster met tientallen middeleeuwse huizen vol winkels en restaurants, compleet gericht op het massale toerisme. Dit hele dorpje moet je, met vele anderen, doorkruisen om het gigantische burchtachtige kloostercomplex boven je te kunnen betreden. Onderweg groeide onze behoefte aan koffie en iets eetbaars, maar uiteindelijk besloten we niet in eindeloze rijen voor een kleinigheid te blijven wachten maar gunstiger in een restaurant onze tijd betaalbaar en warm door te brengen met een warme, simpele maaltijd: mosselen (W) en omelet (M) met een feestelijk wijntje toe. DRUK… maar gezien het massale karakter ging alles eigenlijk nog vlot en betaalbaar.






Vanuit het restaurant kon je daarna gelijk op de indrukwekkende muur verderlopen tot de ingang van het immense klooster. Na het betalen van 2×13,- euro hebben we ruim een uur lang de vele gangen, trappen, muren, uitzichtpunten, ruimtes en zalen, een reusachtige kerk, een kloostergang en winterse tuinen bewonderd. Conclusie: Dit is niet voor niets een wereldbefaamde plek.













Alleen met een kleinere hoeveelheid bezoekers was het bezoek onvergetelijk en onverdeeld een groot succes geweest. Maar zo blijft er toch even enige ergernis hangen over het gedrag van medebezoekers en horecapersoneel. Hoe moet dat in drukkere tijden van het jaar zijn? Het lot van iconische locaties!?! Op de weg terug toch nog in de rij gestaan voor een glühwein (alleen al tegen de kou) en daarna zijn we met een bus op de brug – lange rij dringende toeristen – binnen een half uurtje langs alle haltes onderweg naar het station in Pontorson teruggereden. Gauw naar huis, warm eten hoefde niet meer, wel een broodmaaltijd en ieder een heerlijke kakivrucht toe!
29 december: Uitslapen, ontbijt etc. en dan een rondje dorp. Bij de bakker twee kleine quiches en een volkoren baguette – liefdevol ingepakt – gekocht; een brievenbus werd gauw gevonden en dan gezellig naar de VVV naast de Mairie. Een aanbevolen wandeling voor de directe omgeving en hulp bij het zoeken van een glascontainer: nee, hoeveel de vriendelijke medewerker ook nadacht, hij wist er geen een in het stadje, vreemd. Maar hij zou er in het buurdorp, waar hij woonde, wel raad mee weten. We konden er alle drie wel om lachen!


Op de weg naar huis konden we het niet laten om bij een makelaar ‘gewoon te kijken’ wat zo’n mooi natuurstenen huis in Normandië/Bretagne wel niet kost. Best betaalbaar, keuze zelfs. Zeker beter dan in ons thuisland. Maar ja, OV abominabel, onze taalvermogens i.d. Blijven dromen… Thuis voor een korte lunch, brood en drinken mee en dan vanuit het dorp de nabije natuur en cultuur verkennen. Heerlijk winters, zonnig weer rond het vriespunt, warm gekleed maar deels op de nog zonnigere terugweg in het rugzakje gedragen. Mooi langs het getijdenriviertje Le Couesnon en een waterrijk natuurgebied – moeras, kreken – met zicht op de Mont-Saint-Michel in de verte gewandeld.






Dan via een ‘hoogvlakte’ – glooiend landschap van 50-100 m hoogte – langs toekomstige graanvelden van berijpt wintergraan en een typische natuurstenen Franse molen, naar het vredige, mooi-sobere gehucht Moidrey. Een klein dorpje eigenlijk met een verhoudingsgewijs grote kerk, kasteel, beekje, bos en park, boerenland en – teveel? – stilte. Vandaar weer door het veld, langs beekjes en het riviertje de Couesnon.





Om ‘ons stadje’ te bereiken moesten we wel nog even over een drukke ringweg zien te komen. Viel ook wel mee. Nog wat clementines, kaki’s en een bio-cider gekocht – het schemerde al weer toen we ’thuis’ arriveerden. Even de regionale drank proberen – lekker, brut – voordat we na een langere pauze aan onze etensvoorbereiding begonnen. Bietenrisotto met feta, veldsla en walnoten lukte ons ook vanuit een vreemde keuken.
30 december werd een dag van geduldig afwachten en reizen. Onze eerste trein richting Boulogne-sur-Mer zou pas om 12.16 uur vertrekken: veel te weinig treinen en niet frequent genoeg, die Franse spoorwegen! En ons appartementje moesten we uiterlijk om 11 uur verlaten. Betekende dat we ons nog een uur nabij het station in een café moesten zien te vermaken. Het café bleek hét café te zijn voor de mensen die in het centrum van het stadje wonen. Al voor de middag iedereen aan een sterk, speciaal bier, velen on kissing terms met elkaar, elkaar minimaal handenschuddend begroeten. Een sterk dorpse, ouderwetse sfeer. Zeker ruimschoots op tijd op het station, de zon scheen heerlijk in ons gezicht. Bijna waren we bij het verkeerde perron blijven staan, maar we zagen gelukkig nog net op tijd dat zich op het tegenover liggende spoor veel meer mensen verzamelden. Verwarring: spoor 1 lag duidelijk aan de kant die ‘bij ons’ spoor 2 zou zijn…


Maar, de eerste horde was genomen, nog ruim 450 km in 4 trajecten door boemels verzorgd in het verschiet, kijken hoe dat bevalt! Tot 17.10 uur, dus een kleine 5 uur lang ging alles goed, vermaakten we ons prima met goede zitplekken en het geboden uitzicht – leuke stadjes, liefelijk heuvelachtig landschap e.d. Pas in St. Roche ging het flink mis: een half uur vertraging op een aftands dorpsstation. Mistig, koud – kinderlijk blij waren we toen eindelijk een trein aankwam. En gek genoeg haalde die heen en weer schuddende, rammelende trein nog weer tijd in en kwamen we maar ca. 10 minuten later dan gepland binnen! Met frisse moed dus naar ons volgende adres, uitpakken, nog wat licht eten, een boodschappenlijstje voor morgenochtend opstellen e.d.
31 december, Oudejaarsdag in Frankrijk! Niet al te vroeg uit bed, geïmproviseerd ontbijt, Wifi-code vragen en dan even de nodige boodschappen gedaan bij een bakker en een supermarkt in de buurt. Thuis nog even een klein, tweede ontbijt met Franse zoetigheid en koffie genoten voor we tot 12.30 uur een heerlijke eerste ronde door het verrassend nabije, volledig ommuurde oude centrum wandelden. Fraai! Tussen ons woonadres en de hoger gelegen oude stad kwamen we eerst nog door een typisch Frans park, de Jardin Auguste Mariette, met standbeelden, obelisk, Pyramide, La Barque Solaire en grotendeels mediterrane beplanting met de prachtige, metershoge stadsmuren als geweldige omlijsting op de achtergrond.





Vandaar loop je door de massieve, brede poort de prachtige stad met Belfort, stadhuis en vele andere nobele gebouwen binnen tot aan de reuze basilica met een altaar-ruimte in het schip en, achter het hoogaltaar nog een complete kerk onder de reuze koepelbouw. Twee kerken in een… Deels bleek de basilica gerenoveerd, deels was daar nog behoefte aan… Vanuit de kerk liepen we nog tot in een uithoek van de ommuurde stad waar zich een groot burchtcomplex annex museum bevond.






Tussen deze pronkgebouwen ‘ontdekten’ we nog mooie oude winkel- en woonstraten en rondom ramparts en boulevards met heerlijke lanen van oude bomen en veel fraaie uitzichtpunten op de lager gelegen stadsdelen van Boulogne-sur-Mer.









Na deze eerste, korte wandeling waren we behoorlijk onder de indruk van de stad: écht heel onverwacht allemaal. Thuis dan tot tegen 13.30 uur gepauzeerd met een fijne lunch van lekker notenbrood, kaassoorten, tomaatjes etc. voor we aan een tweede wandeling door de benedenstad, het nieuwere centrum van de stad, begonnen. Opvallend steile straten naar beneden tot een mooi oud plein, het hart van de benedenstad, een buurt waar van oudsher voornamelijk zeelieden en vissers woonden met de oude kerk Saint-Nicolas als centrale plek. Onderweg zagen we ook opvallend veel grote en mooie muurschilderingen.






Via een nieuwere, naoorlogse winkelstraat liepen we vervolgens richting een grote, modern overbrugde sluis, langs een visafslag/-markt met veel huisjes op een rij (gesloten) tot aan de rivier Liane, die hier in zee stroomt. Een modern, golvend gebouw, Nausicaá (Nationaal Centrum van de Zee)) trok onze aandacht: spannende architectuur én de zee voor het eerst in zicht!!! Weer iets verder op zagen we een breed strand en een glazen strandpaviljoen met uitzicht tot op de verre kliffen van Dover! Of Folkestone? In ieder geval Zuid-Engeland!





Het licht was scherp, dreigende wolken. Van binnen keken we niet alleen op de zee maar ook op een enorm breed, behoorlijk leeg strand. We bestelden een drankje en stokbrood met humus en genoten alles in rust. Voorbij het strand was lage bebouwing te zien direct langs de zee, deels oud, mooi. Verder, hoger gelegen, veel naoorlogse hoogbouw met uitgebreid haven- en zeezicht. Een dezer dagen wilden we van hier vandaan met de bus de stad uit gaan en mooi terugwandelen. Nu gingen we via de hoger gelegen wijk Saint-Pierre – relatief arm, veel beton- en ‘plattenbouw’ – richting onze woonbuurt.




Voorlopig resumé: Boulogne-sur-Mer heeft vele gezichten, is spannend, reliëfrijk, bij elkaar opgeteld echt boeiend. Tegen 16 uur waren we weer thuis en hadden we al 14.000 stappen gewandeld op de laatste dag van het jaar. Na een rustpauze zorgden we voor een lekkere Tunesische groenteschotel thuis, met stokbrood, gemengde salade en humus. Tegen 20 uur trok het ons dan toch nog even naar buiten: kijken hoe de Fransen aan de Normandische kust eigenlijk in het nieuwe jaar ‘glijden’: avec la famille et des amis exquis eten en drinken, geen vuurwerk (alleen een enorme vuurwerkshow in Parijs), dus wakker blijven?!? Wij hebben samen met genoegen het jaar afgerond met de Oudejaarsconference van Peter Pannekoek. Kritisch, vlot, soms, zoals het hoort ‘op de rand’ en zo snel als ‘jonge Freek’. Tot het aftellen duurde het uiteindelijk geen 10 minuten meer: BONNE ANNÉE 2026!!!
Het eerste uur van 1 januari trok ons inderdaad buiten niets; we hebben binnen elkaar nog wel even in alle rust met een glaasje wijn heel veel goeds gewenst en dankzij de rustig vierende buurt heerlijk tot 8.30 uur uur het nieuwe jaar in geslapen. Goed ontbijt, koffie en wat proviand voor onderweg en dan tegen 10 uur naar de bushalte bij een kerk, Saint Michel, vlakbij. Tegen 10.20 uur nam de buschauffeur (chauffeuse eigenlijk) ons gratis mee (op feest- en zondagen is het OV in Frankrijk gratis) tot het stadje Wimereux, een kleine 10 km noordelijk van Boulogne-sur-Mer. Ruig, stormachtig weer en toch enige drukte op de boulevard met veel aardige Belle époque villa’s, die je ook in het hele stadje, b.v. in de hoofdwinkelstraat, nog veel tegenkwam. Wel alles dicht!



Dus terug over de boulevard gewandeld tot aan de stadsrand richting Boulogne-sur-Mer. Wel met een flinke zijwind en soms zelfs in de rug. De wandeling over het natuurpad begon tussen de bloeiende (!) gaspeldoornstruiken, zoveel en zo dicht als ‘bij ons’ de brem- en heidevelden! En natuurlijk prachtige zee- en luchtpanorama’s met, in het begin, verrassend scherp zicht over het Nauw van Calais tot aan de Engelse kust en haar kliffen. Heerlijke wandeling die ons via ruige natuurpaden geleidelijk aan via meer stedelijke (campings b.v.) natuur de stad in leidde tot we uiteindelijk in onze wijk belanden.






Flinke hoogteverschillen, steile straten vooral! Om 13 uur waren we al weer thuis, maakten een lekkere lunch, appten wat wandelfoto’s ‘in het rond’ en ontvingen snelle reacties op onze korte wandeltocht met haar prachtige ‘wijde horizon’. Tussen 16-17 uur maakten we nog een leuke – wel ijskoude – Nieuwjaarswandeling door onze wijk. Wij liepen door de fraaie poort en vervolgens dwars door de oude bovenstad, die niet druk bleek, behalve bij 3-4 restaurants. Niets trok ons zo zeer dat we ons aperitiefje en een maaltijd niet liever relaxed thuis verzorgden. Het werd een experimentele tocht langs de resten van de koelkast en nog smakelijk ook! Bleef ook veel tijd voor Nieuwjaarsreacties en het verder lezen van een ‘goed boek’ (Lea Ypi, ‘Onwaardig’).
2 januari gingen we al tegen 9.30 uur op stap. Het Gemeentemuseum in het burchtcomplex van de bovenstad van Boulogne was ons doel. Verrassing nr.1: om onduidelijk redenen was de entree vandaag gratis. OK! Per zaal en expositie groeide bij ons vervolgens de waardering en bewondering voor dit zeer gevarieerde museum. Het begon met ruimtes vol Egyptische kunst, verzameld door een burger van Boulogne, Auguste Mariette, naar wie het park voor de bovenstad benoemd was (zie boven). Goede beginselen over samenwerking met Egypte vielen ons ook positief op. Volgden nog indrukwekkendere ruimtes met kunstvoorwerpen – hedendaags – van arctische volkeren, Inuits vooral. Wij hadden beiden zulke kunst nog nooit gezien, héél indrukwekkend! Naast deze tijdelijke expositie was er ook een vaste collectie uit/over Alaska die hierop natuurlijk goed aansloot. Verder kende het museum ruimtes met 16e – 20e-eeuwse schilderkunst: mooie Italiaanse-, Vlaamse- en Franse werken, waaronder ook aansprekende kunst over de stad en de streek. Het gebouwencomplex zelf was ook al zonder museum een bezoek waard geweest en m.b.v. maquettes en schilderijen werd dit ook nog inzichtelijker gemaakt. We hebben ons dus echt 2 uur lang heerlijk vermaakt.




























Wat we niet wisten: Michelin keurt ook musea en dan scoort dit museum top (educatief én voorlichtend-informatief). Weer buiten scheen de zon passend bij onze stemming. Nog even langs de Carrefour, laatste boodschappen in Frankrijk, lunch thuis en dan met de bus van iets voor 14 uur wederom naar Wimereux; ook weer voor een wandeling langs de kust. De hele busrit bleek voor ons beiden maar 2,- euro te kosten. We konden het niet geloven, de rit was nog binnen de stadsgrenzen, dus… minder leuk was de bitterkoude tegenwind toen we uitstapten; er was wel eb voor de Belle epoque-coulisse langs het hele strand, die nu ook echt in volle breedte te zien was.


Om op te warmen hebben we eerst in het stadje een koffie, thee gourmand en crêpes genomen en zijn dan in de andere richting tot aan de noordelijke stadsrand gewandeld op zoek naar het startpunt van een natuurpad richting La Baie de Saint-Jean. Beetje frustrerend: de zoektocht duurde te lang om nog een mooie, kilometerslange toer v.v. te maken. De laatste bus zou al tegen 16.30 uur terugrijden… Ach, opwarmen thuis, de laatste avond in Frankrijk – bleek ook niet zo’n vreselijke optie. Morgen om deze tijd zijn we al weer bijna thuis op Texel.
Geheel in Interrail-stijl reisden we zaterdag 3 januari weer tamelijk ‘boemelend’ terug naar Nederland, via Calais en Lille, Kortrijk en Antwerpen – sneeuw en winterpret onderweg! En opeens werd Nederlands (en een beetje Engels) weer de voertaal. In Den Helder en op Texel lag nog een klein beetje moddersneeuw en was het oppassen geblazen, glad!