25 september – 28 oktober 2019: bijna 5 weken op de rails
Een droom die we al lange tijd koesterden en die regelmatig door echte Siciliëfans – zoals b.v. onze Berlijnse vriend Georg Coenen – warm gehouden werd: een langere reis door Italië met een rondreis over het eiland Sicilië als kernstuk. Nog geen drie maanden na onze pensionering lukte het ons al, goed voorbereid en zonder vliegtuig, een kleine 5 weken op reis te gaan naar het land van La dolce vita.










Op woensdag 25 september 2019 zaten we al iets voor 8 uur op de veerboot naar Den Helder. Hester de Beus – die een tijdje op ons huis zou passen – wenste ons al voor vertrek een mooie reis en in de ICE naar Frankfurt mailde Ity Busstra ons een aardige mail, denkend dat niet alleen zij ons zal missen… ja, mensen zouden wij in de toekomst ook best eens kunnen missen, druk werk daarentegen zeker niet! We merkten zelfs dat de buurman in de trein, hard en hectisch werkend tussen Amsterdam en Frankfurt, ons een gevoel gaf van medelijden, gemengd met lichte irritatie. Na drie keer overstappen – Frankfurt, Offenburg, Straatsburg – arriveerden we probleemloos en op tijd op ons adres in Colmar, een leuk appartementje / tiny house in de tuin van een jong stel dertigers. Eerste indruk prima, en dan gauw de stad in voor wat boodschappen waaronder een haarborstel die we vergeten waren. Het eerste weerzien met Colmar in de schemer beviel uitstekend en wekte alvast enige voorvreugde.


Colmar
26 september: Na het eerste relaxte vakantieontbijt in beste stemming via de fraaie wijk Krutenau op stap naar het oude centrum van Colmar. Ooit een wijk voor vissers, groenten- en wijnboeren aan de vroegere stadsrand, tegenwoordig een van de toeristische highlights van Colmar waar bezoekers uit de hele wereld, velen in groepjes, rondwandelen of in fluisterbootjes door de riviertjes/grachten rondvaren. Petit Venice heet zoiets dan al gauw…



Tegen die kleurrijke, schilderachtige wijk aan ligt ook de gerenoveerde markthal met terras boven de rivier – uiteraard aantrekkelijk voor bedelende jonge zwanen, eenden en mussen… Hier lukte het ons een gunstige plek te bemachtigen en in alle rust met twee koffies die toeristische, maar oh zo sfeervolle plek in ons op te nemen. In het oog van de toeristische orkaan kan het soms even heel rustig zijn!



Langs het beroemde Koïfhus, een prachtig, middeleeuws douane- en koopmanshuis met een grote zaal en binnenhof, wandelden we uiteindelijk naar de centrale Grote Kerk, de St. Saint-Martin, gebouwd tussen de 11 – 14e eeuw. Een grote, oude bisschopskerk met o.m. een prachtig koor, orgel en rozetraam.




Op zoek naar een openbaar toilet belandden we uiteindelijk in het Museum Unterlinden, een van de musts van onze hele reis. Het Isenheimer Altaar van Matthias Grünewald met wonderlijk veel retabels en prachtige, deels Hieronymus Bosch-achtige taferelen, uit de 15e eeuw, in de sfeer van een vml. kloosterkerk was voor ons de hoofdattractie. Maar de kloostertuin (erg sfeervol en aansprekend gerenoveerd), een collectie van Romeinse stelen, beelden uit de Merowingertijd (400 – 750 n. Chr.), en ook zalen in nieuw er bij betrokken (o.a. een eind 19e-eeuwse piscine) of nieuw gerealiseerde gebouwen vol schilderkunst uit de 19e en 20ste eeuw overtroffen onze verwachtingen uit een eerder bezoek van ruim 40 jaar geleden. De architecten Herzog & De Meuron hebben er ook nog een nieuwe artistieke dimensie aan toegevoegd! Gelukkig konden we in de museumrestauratie met een uitgebreide lunch – risotto/lasagne – uitrusten van alle indrukken en opkomende hongergevoelens vermijden.












Tussen 14 – 16 uur struinden we dan nog twee uur lang door mooie straten, over pleinen, langs nog meer prachtige huizen en winkels, en bezochten de indrukwekkende Dominicaner Kerk met het fameuze werk van Martin Schongauer “Madonna im Rosenhag” (1473). Hier hebben we dan letterlijk wat langer bij stilgezeten.



Toen we iets over 17 uur weer in ons tiny tuinhouse arriveerden waren we na 10264 stappen ‘stenige ondergrond’ wel even bek af! Genieten van vers gezette koffie met meegebracht gebak lukte nog net wel.
Een dag uit jonge jaren overdoen
27 september wilden we graag een herinnering uit jonge jaren overdoen: een dag wandelen door de nabije wijnbergen en elk half uur tot 3/4 uur een van die heerlijke, pittoreske wijndorpen van kleurrijk vakwerk en middeleeuwse sferen, kriskras struinend, herontdekken. Een bus in de gewenste richting vertrok pas om 11.10 uur, tijd om uit te slapen en lang te ontbijten…. Bij de bushalte stond al een hele rij medepassagiers uit de hele wereld. Hilarisch hoe de buschauffeur, die alleen Frans praatte, toch iedereen geduldig enkele reis of retour verkocht! Volgde een mooie rit tot Ribeauvillé, het grootste van de drie die op onze planning stonden (ca. 5000 inwoners). Prachtige pleintjes, hoekjes, straten en stegen vol vakwerkmonumenten. Tussendoor koffie/thee met heerlijke gebakjes is in de Elzas nooit een probleem.









Het lukte ons met veel geluk en toeval de regenachtige dag zo in te delen dat we in droge perioden door de dorpjes, wijnbergen en bosranden (mooi) wandelden en bij teveel regen theesalons, kerken e.d. in vluchten.







Zo wandelden we redelijk droog van Ribeauville via Hunawihr – een nauwelijks veranderd boerendorp met een prachtige, oude, burchtachtige kerk – naar Riquewihr, het meest toeristische dorp van de drie. Gezien de overweldigend mooie sfeer met een wereld aan vakwerkhuizen!







Vandaaruit met de bus dan weer terug naar Colmar. Ondanks te regelmatige buitjes toch een zeer geslaagde nostalgische dag. Na een wat langere rustpauze in ons tiny house gingen we op zoek naar een passende eetgelegenheid: het werd een eetgelegenheid met tarte flambée tegenover de markthal in de wijk Krutenau.
Op weg naar Italië
28 september: Met de trein van 9.23 uur naar Basel, aardig uitgezwaaid door Nathalie en haar vriend. Prima eerste slaapplek! In Basel stapten we na een langere pauze in een drukke trein met reserveringsplicht richting Lugano. Via prettige groene middengebergte sferen naar het ‘échte’ Zwitserland met hoge, rotsige bergen en vele meren met prachtige vergezichten! Het Zuger Meer, Vierwoudstrekenmeer, Meer van Lugano en Meer van Como maar ook 57 km door de St. Gotthard-Basistunnel (langer kan je nergens ter wereld door een treintunnel reizen). Een unieke treintocht; we werden soms zelfs verleid om uit de trein te ‘kieken’…


Florence
Overstap in Lugano: genoeg tijd om even naar buiten te gaan en vanaf een groot platform met trappen en brug van het uitzicht over het meer en de oude stad te genieten. Een half uurtje later met een boemel naar Milaan, in Chiasso passeerden we de grens naar Italië, om 19.05 uur arriveerden we op station Firenze Santa Maria Novella en geen 20 minuten later stonden we voor de deur van ons tweede adres, Locandia Fiorentina.



Mooi gezellig huis met meerdere appartementjes incl. keuken en slaapkamer. Te moe om nog zelf te koken hebben we ons door een leuk restaurant direct om de hoek met reclame voor een ‘pizzadag’ laten lokken…
29 september werd een warme – 22-27° C. – dag in Florence. We dwaalden schier eindeloos van spektakel naar spektakel in deze heerlijke oude stad in Toscane. Wij begonnen in onze wijk met een heerlijke koffie en iets zoets, bezochten de grote centrale markthal waarvan de 1e etage met veel super-eetgelegenheden op zondag geopend bleek. Daarna wandelden we naar het mausoleum van enkele generaties Medici, de middeleeuwse heersers van Florence, met o.m. prachtige beeldhouwwerken van Michelangelo. Bereikten vervolgens het grote, zelfs een beetje groene (zelfs rozen) Santa Maria Novella Plein met bijbehorende, grootse kerk (te veel wachtenden) en dwaalden dan maar richting de Arno die al langer in de verte lokte. We liepen over de Ponte Vecchio, de fantastische oude brug over de rivier, met winkeltjes en woonhuisjes aan weerskanten.






Via de mooie oude wijk Oltrarno gingen we weer terug over de Arno naar de Piazza della Repubblica, bewonderden even de excentrieke, kubusvormige kerk Orsanmichele en stonden weer net zo versteld als decennia geleden voor de onbegrijpelijk grote, prachtige Duomo, een van de grootste kerken ter wereld (en zeker kostbaarste!). Oogverblindend!!










Konden vlakbij zo waar een tafeltje bij een Ierse pub (!) bemachtigen en een 3/4 uur bij een duur biertje genieten van de onwerkelijke schoonheid van de stad, de vele, vele mensen uit de hele wereld… Uitgerust dan toch weer over de Ponte Vecchio, een andere wereld en tijd, naar Palazzo Pitti, een gigantisch museum met prachtige tuinen.



Vandaar langzaam weer terug via de Via Guelfa terug naar huis: na enig uitrusten hadden we zin in een lekkere warme maaltijd. Het smaakte ons prima na al die Augenzauber en het teveel aan grootse indrukken. RUST!
30 september: Na een goede nachtrust en ontbijt weer een koffie vlakbij ons huis en dan naar de reuze markthal: vandaag stond de begane grond ook vol met talloze kramen en restaurants; zouden hier wel willen wonen alleen al voor het ‘voedselaanbod’. Na het prikkelen van de inwendige mens begonnen we onze tweede dag in Florence met een bezoek aan een expositie in de bibliotheek van de 1e Medici-regent Cosimo I in het kerk- en kloostercomplex San Lorenzo. Een prachtige leeszaal voor de geletterden van de 15e tot huidige eeuw, ontworpen (en gebruikt!) door Michelangelo. Gelukkig was er ook een stille binnenhof om bij te komen!







Maar weer stonden er honderden wachtenden en we wilden toch oh zo graag nog op onze tweede dag in Florence ook nog ‘even’ de groene heuvels van ‘oltro arno’ in wandelen. En zo wandelden we langs het oude stadhuis, Palazzo Vecchio en door de Uffizio-gebouwen heen naar de Arno, lunchten in een theeroom en wandelden over de Ponte alle Grazie de sfeervolle wijk aan de voet van de uitzichtheuvel met Piazzale Michelangelo en het fraaie parkje Giardino delle rose in.











Een heerlijke sfeer en elke meter die we klommen de fijnste uitzichten, vooral uit de kleine Giardino delle rose (inderdaad een rozentuin) aangelegd op terrassen, een oude kas, heerlijke doorkijkjes met kunst over ‘de andere’, beroemdere kant van Florence. Genieten! Vandaar weer terug over de Arno, via de brug Ponte San Niccolo, even op de Pescaia San Niccolo, een stroomversnelling in de Arno.




Leuk voor rust- en (een beetje) natuurzoekers. Van de wijk Santa Croce richting de synagoog (dicht) en langs de oude universiteitsgebouwen weer naar huis – wederom een erg mooie dag.
1 oktober: De derde lange reisdag stond op het programma. Vroeg op, ontbijt, pakken en vooral niet vergeten, veel ‘geld uit de muur te trekken’: het hotel in Bari vroeg contante betaling. Dan maar over de te smalle, drukke stoepen naar het Centraal Station van Firenze met onze lawaaierige koffers rollen. Er was nog even tijd voor een flinke caffè americano en een zoektocht naar onze boemel naar Faenza. Een heerlijk onthaastende rit door afwisselend heuvelachtig Toscaans cultuurlandschap met olijfbomen, wijndruiven en cipressen en bosrijke bergen met ‘echte’ natuur en nauwelijks bewoning (uitlopers van de Apennijnen). Heerlijk weer, alleen op een hoogvlakte verraste ons opeens mist. Opvallend vonden we ook de vele kiwi-plantages in de lagergelegen landbouwzones. Na ruim 2 uur bereikten we Faenza waar we pauzeerden in een leuk paviljoen met zicht op het station.


De volgende trein bracht ons via vlak cultuurlandschap tot Rimini: eindelijk, de Middellandse Zee!! Volgde een reis langs de volgebouwde Adriatische kust tussen verstedelijking resp. strand en zee. Soms reed de trein maar op enkele tientallen meters van de azuurblauwe zee! Minstens drie grotere gebieden bleken niet vlak te zijn. Dan maakte de trein langs deze natuurreservaten een ruime bocht om het fraai landschap, zoals b.v. het Parco Naturel San Bartolo. Vanaf Pineto (toeval?) passeerden we kilometers lang pijnboombossen langs de kust. En dan tot Termoli weer een volledig volgebouwde mediterrane kust, eindeloos leek het wel. Je ademt dan hoorbaar op van een zone met groene duintjes, bossen, strand en zeezicht tot er na een saaie landbouwzone weer een bijzonder schiereiland opdoemt, een neusvormig kaap: het Parco Nationale del Gargano, een prachtig stukje Apulië waar we onderlangs reden.



Nu zijn het nog anderhalf uur tot ons einddoel, Bari. Eerst eindeloos plat land met artisjokken, kool, sla, kiwi’s en af en toe zonnepaneelweides… en dan afrondend, langer dan een uur, prachtig kustlandschap. De op zich vertraagde trein arriveerde in Bari-Centrale op tijd, vreemd. Op het station durfde Willy gelijk een vriendelijke dame te vragen naar treinverbindingen met Matera, ons volgende doel. Direct om de hoek bleken kaartjes te koop en vertrok de trein morgen om 9.49 uur. En dat voor 5,- euro voor ons beiden! Perfect! Via Internet was die informatie niet verkrijgbaar. Tot overmaat van geluk bleek ons hotel ook maar honderd meter verderop, direct t.o. het station. Brandnieuw, hippe sfeer. Bari kon zich bij ons niet beter presenteren! Ook het lekker en gezond eten in een vegetarisch restaurant lukte prima (25,- euro voor twee personen) en wat voorraden voor morgen vonden we ook nog makkelijk.


En Bari viel op het eerste oog echt mee: jong, veel studenten, mooie straten en sfeervolle parken in de stationsbuurt. Moe maar heel voldaan rustten we uit op ons kingsize-bed met de nodige voorpret – reisboek en internet informatie – over ons doel voor morgen, Matera.
2 oktober: Echt wakker worden deden we bij caffé Gaudi, vlakbij. Hier mochten we met bonnetjes koffie en een cornetto in een heerlijk, hectische ochtendsfeer nuttigen: iedereen staat hier of rent in en uit terwijl wij geamuseerd zaten te kijken naar het toneel. Met een brandnieuwe trein vertrokken we, weer vlakbij, met de boemel van 9.49 uur naar Matera (de hele treinlijn was in het kader van ‘Culturele hoofdstad van Europa’ onlangs heropend). Via de stedelijke rafelrand, landbouwgebieden, ruige natuur en enkele stadjes arriveerden we ruim een uur later op het hypermoderne – net niet af, wel alles functioneel – station (1).




Langs een klein marktje (2) en een fraai plein, Piazza Vittorio Veneto (3), trok een klein oeroud kerkje met uitzichtplatform regelrecht aan ons: “Mater Domini” (4) en de Belvedere Luigi Guerricchio boden ons een uitzicht dat je spontaan laat uitschreeuwen: Wauw, HOE MOOI! Het was werkelijk adembenemend.



Op ooghoogte, maar vooral ook onder ons opende zich een groot keteldal compleet bebouwd met een stadje, ontstaan uit de rotsen met vele, vele vormen van woonhuizen, kerkjes, schuurtjes e.d. verbonden door steegjes, trappen, pleintjes, hofjes, torens, en talloze uitzichtpunten over een zee van bebouwing. Alles op elkaar gestapeld en verbonden, organische eenheden. Heel erg mooi, alsof je in een reusachtige maquette kijkt! Via een hoger gelegen winkelstraatje kon je rustig in de Sasso (het Italiaanse woord voor deze holen- en grottennederzetting) Barisano afdalen. Prachtige natuurstenen paden, spannende straatjes, hofjes, pleintjes, terrassen, hier en daar nering, maar toch ook verrassend weinig mensen. Helemaal in de laagte vonden we een broodjeszaak met klein terrasje. Heerlijk etend, drinkend en rondkijkend genoten we van alles. Hiervandaan wandelden we naar de hoofdstraat van de Sasso waar we de Museumgrot – een verbeelding van hoe mensen tot 1960 hier nog in de grotten leefden – bezochten.






Het verschil in temperatuur en sfeer was hier aanzienlijk: vochtig en koel in de grot, buiten bijna heet, 28 °C., strak blauwe hemel. We klommen van hieruit weer naar de bovenrand van de ketel naar een soort boulevard langs een eveneens weer grandioos, natuurlijk ravijn, Parco della Murgia Materna, met een wild riviertje in de diepte. Een prachtige vallei met vele grotten in de bergen/rotsen. Langs de boulevard stonden enkele huizen maar vooral een vm. grottenkerk en -klooster. Weer zo’n enorme verrassing: alles uitgegraven en bewerkt in de tufsteenbergen, een behoorlijk grote kerk en een aansluitend klooster met vele grotruimtes achter en naast de kerk. En hier was in het kader van de Europese Culturele Hoofdstad 2019 een indrukwekkende beeldenexpositie (Salvador Dali) met bijbehorende muziek ingericht.







Om kippenvel van te krijgen, zo mooi en spannend! Aan een heel ander eind van de berg kwamen we weer aan het scherpe zonlicht. Na de ‘obligate’ duomo /kathedraal en een pauze op een mooi plein bezochten we de tweede Sasso, Caveoso. Weer zo super-verrassend: we zagen de tweede sasso voor het eerst bij een bezoek aan het toilet via een klein raampje aan de achterkant van een kroeg in het ‘buurdal’; een prachtige kleine uitsnede dus. Iets verderop, bij een ‘officiële’ belvedère keken we uitgebreider in dit dal ‘onze ogen uit’.




Het verschil met onze eerste Sasso: midden in een iets meer langwerpig dal met berghangen vol huizen- en kerkjes-wirwar, raagde een rots bovenuit met een kerkje, holen en paadjes. De sensatie van ‘nooit gezien’ was er natuurlijk niet meer, maar de haast kinderlijke vreugde over alles wat je kunt ontdekken als je van boven een blik in zo’n ‘levende kijkdoos’ werpt, bleef heel intens. Het was behoorlijk moeilijk om langzaam maar zeker afscheid van dit natuur- en cultuurwonder te nemen en weer naar het station te treuzelen. Het werd echt laat voor we met de heerlijk langzame trein weer in Bari arriveerden.
3 oktober: Een dagje Bari, spontaan, op intuïtie, was de afspraak. Van het station tot de oude binnenstad bleek de stad heel formeel, in schaakbordvorm gebouwd. Gemiddeld 5 verdiepingen hoog, deels nieuw, deels eind 19e, begin 20ste eeuw, met veel mediterrane parken en plantsoenen tussen de bebouwing en, nog belangrijker voor het leefmilieu en een aangename sfeer: een autovrije, ontspannen hoofdlaan tot de oude binnenstad van Bari!



Die bleek op een schiereiland in zee te liggen. Een prachtige oud centrum vol steegjes, straten, pleintjes, stadsmuren en -poorten, voornamelijk wit/gebroken wit van kleur van een haast Romeinse strengheid qua bouwstijl. Dat gold zeker ook voor de beide hoofdattracties, de kathedraal en de San Nicola.



Beiden echt oud (11 – 13 e eeuw), onlangs gerestaureerde gebouwen die afgezien van het kleurrijke plafond van de San Nicola ook een strenge witte uitstraling en decoraties kenden. De Romaanse bouwstijl van Apulië i.p.v. de in Italië anders zo dominante kleuren en vormen van de Barok. In de Basilica di San Nicola vielen de vele vrouwen met hoofddoekjes op: orthodox-christelijke pelgrims uit het nabije Albanië, Montenegro, Griekenland en Rusland vooral. In de gigantisch grote crypte – hier bevindt zich o.m. het graf van de heilige San Nicola – wemelde het van de vrome, zingende en biddende mensen. Je viel er bijna flauw van de hitte – honderden kaarsen, te veel mensen – maar ook van het kwistig gebruikte wierook. Op het plein voor de reusachtige kerk stond een groot beeld van Sint Nicolaas zonder mijter of zwarte pieten, wel met een staf, kijkend naar de Zee. Cadeau van Poetin, echt waar!





Na de sacrale highlights bij een Grieks restaurant geluncht, daarna gesterkt een fort rondom bekeken en afrondend gewoon op een mooi, spannend (qua vorm) plein gezeten en gekeken naar wat er zo allemaal gebeurde op zo’n plein in Bari.









Dan werd het tijd voor een late siësta en de voorbereiding van de komende dagen. Met de kwaliteit van de maaltijd in ”Frulez” later op de avond waren we weer net zo tevreden als gisteren.
4 oktober: Laatste keer naar Caffé Gaudi – we wennen aan elkaar. Met de trein van exact 10 uur naar Taranto aan de gelijknamige Golf, een grote baai aan de onderkant van de Italiaanse laars, eigenlijk een holte in de voet. Daar scheen de zon om 11.30 uur al weer fel. We waren gelukkig al voorbereid op een stad van 60.000 inwoners, een kruising tussen Den Helder (Marine, scheepsbouw e.d.) en Rozenburg (reuze olieraffinaderijen) en dan nog beduidend armer: de oude binnenstad bleek voor de helft leeg, vervallen of dichtgetimmerd. Zo opvallend arm en afschrikwekkend hebben we het nooit eerder gezien… Toeristen? Nee, eigenlijk niet. Behalve mensen die net als wij hun reis even een uurtje of twee moesten onderbreken richting westkust – Salerno, Napels – of zuidelijker, naar Sicilië.


Wel een aardige boulevard langs de visserijhaven en een bijna chique stationsrestauratie waar we dan al gauw op het vertrek van onze trein naar Salerno (aan de gelijknamige Golf) wachtend gingen zitten. En die trein was voor de zoveelste keer comfortabel met voldoende ruimte voor een aangename reis.


Wat dat betreft stelde Italië ons echt niet teleur. Vanaf Polenza tot Sicignano bleek de reis een waar kijkgenot: hoge rotswanden, ravijnen, bergrivieren en eenzame, beboste bergen en valleien. Een hele ruige, eenzame streek. Na de westkust toe werd de sfeer gecultiveerder, liefelijker. Direct langs de kust, in de lokale trein tussen Salerno en Napels was de druk bewoonde kust soms ook nog heerlijk om te zien (Amalfi b.v.). Bij aankomst in Pompeï, iets voor 19 uur werd het wel al donker. Volgde nog een korte, maar levensgevaarlijke weg tot ons woonadres: geen stoep, druk avondverkeer, geen ‘gevoel’ voor voetgangers bij de Italiaanse weggebruikers… gelukkig was de ontvangst door Lydia allerhartelijkst en dat ook nog in een mooie, grote woning voor ons alleen. Eerste kennismaking met nieuw Pompeï: aardige stad in de kern, mooie parken, pleinen, een kathedraal uiteraard en ook nog winkels om onszelf voldoende te verzorgen. Na een eenvoudige maaltijd nog wat gelezen en heerlijk geslapen tot 7 uur…




5 oktober: …toen ‘riep’ de nabije kerk luidruchtig en eindeloos lang. We dachten heel even dat de Vesuvius was uitgebarsten! Ontbijt met leuk uitzicht vanuit onze tijdelijke keuken op een terras van een ****hotel: alles wit, duur. bizar, klassieke muziek en midden in de tuin een eenzame gast aan het ontbijt. Héél komisch, maar niet lang: toen begon een flinke bui, even wachten dus. De behoefte aan koffie dreef ons met een paraplu naar een leuke bakkerij/caffé. Vandaar zijn we gelijk maar doorgewandeld naar de meest nabije ingang van de befaamde opgravingen bij de Piazza Amfiteatro. Een antiek amfitheater blijkt ook de eerste eye catcher die we zien en betreden. Niet spectaculair, al heeft zelfs Pink Floyd er gespeeld.









Verder ontdek je dan als snel dat het terrein behoorlijk groot, rijk aan ‘huizen’, tempelresten, poorten, straten, tuinen, gaarden (wijndruif vooral) etc. is, geaccidenteerd en dat er regelmatig rondom schitterende vergezichten te bewonderen zijn. Bergen in de verte tot aan de Vesuvius toe, maar ook nabij overal prachtige pijnbomen.









Was het eerste uur in de “wijken” I, II en IX nog wat onder de verwachtingen, tijdens de volgende 3 uur in de meer representatieve ‘wijken’ (10 in oud-Pompeï) met termen, basilica (geen kerk!) fora, grote en kleine theaters, tempels, paleizen, villa’s, winkels en pleinen… groeide de waardering voor al het opgravingswerk, de presentatie en de sfeer met sprongen.








Na de middag werd het dan ook drukker dan ooit in het oude Pompeï. Ook de wisseling van miezerregen tot droogte en zelfs zon hielp bij ons groeiend enthousiasme. Er bleven natuurlijk bedenkingen of er niet soms te veel gerenoveerd is, oftewel ”hineininterpretiert”. Ach, wij zijn gelukkig geen archeologen! Aan het eind zagen we in een informatiecentrum nog een uitstekende Engelstalige film (met Italiaanse ondertitels) over de geschiedenis resp. de opgravingsgeschiedenis (sinds het eind van de 18e eeuw tot nu) van Pompeï.








Samen met oude foto’s zorgde dat toch voor nog meer inzicht en waardering van deze toeristische wereldtopper. Net buiten de site konden we een leuk terrasje niet weerstaan: even wat drinken en nagenieten. Na dit aperitiefje thuis dan nog – dankzij een zeer goed gesorteerde Carrefour – zonder veel keukengerei een lekkere maaltijd op tafel gezet. ’s Avonds laat werden we dan nog verrast door een enorm vuurwerk, wederom ‘begeleid’ door enorm klokkengebeier – nu tegen middernacht!
6 oktober: Na een goed ontbijt en een erg lekkere koffie nabij het station weer eens een lange treinreis van 9.36 – 16.34 uur via Salerno, Paola, Lamezia Terme tot Villa San Giovanno gelegen tegenover het Siciliaanse Messina. Met een snelle ICE door afwisselend, mooi Zuid-Italiaans landschap. Dun bevolkt, veel heuvels en bergen, af en toe stukken langs de Middellandse Zee met badplaatssferen, maar lang niet zo hoog als in Rimini, Ancona e.o. Ook de landbouw was er minder eenzijdig en intensief. Regelmatig wezen we elkaar op fantastisch gelegen kleine, middeleeuwse stadjes en dorpjes, boven op een berg, zoals in mooie Italiaanse films. Daarna werd het ineens heel spannend: de voorbereiding, uitvoering en afronding van de treinovertocht (ja!) per schip naar Messina!!



Nooit meegemaakt: een hele lange ICE in twee delen over de Middellandse Zee ‘op z’n smalst’, vergelijkbaar met het Marsdiep bij ons. Tegen 16 uur rolde de trein via Messina tot Taormina Giardini, ruim een half uur treinreis langs de Oost-Siciliaanse kust. Langs mooie, hoge bergen, druk bewoonde kust en azuurblauwe zee. De op zich korte wandeling van het station tot ons B&B adres was weer even een crime: weer bijna geen stoep, langs een drukke straat lopen (met bochten en hoogteverschillen). We hebben het overleefd en werden beloond met een leuk adres, twee balkons, een met zeezicht en -geluid!



Tot 20 uur nog het dorp Naxos Giardini en zijn strand en zee verkend voor we in een typische trattoria nabij gingen eten en daar ook een typisch Siciliaans schouwspel beleefden: een vierkante kleerkast met teveel spieren loopt binnen op het overgroeide terras, kust een zichtbaar nerveuze eigenaar, kijkt even rond, roept ‘Seras’ en verbouwt dan het terras voor zich zelf en zijn schone, jonge begeleidster (typ Ivanka Trump) – iedereen er omheen gedienstig knippend en knikkend… Maffia was toch verleden tijd?!? Wij ontspannen nog tijdens een rondje zee, strand en haven by night.
7 oktober: “Colazione deliziosa”, het lukte me vanochtend deze twee woorden foutloos over mijn lippen te krijgen. En José, de oom van onze Airbnb-verhuurder Daniëla, waar we ons ontbijt mochten bestellen, werd nog amicaler dan hij daarvoor al was: we mochten na een fantastisch Italiaans ontbijt met koffie, thee, sap en pistache- resp. vanille gebakje ook nog gratis ieder een fles water meenemen voor onderweg. Schuin tegenover ons B&B bleek ook een bushalte richting Taormina, dé attractie in de wijde omgeving. Op 10 m afstand van de zee, kijkend naar de ´boulevard´ (drukke tweebaansweg) arriveerde onze bus al gauw. Volgde een spannende rit met veel haarspeldbochten en schitterende uitzichten over de zee, de kust, de bergen en dorpen op weg naar een van de boeiendere stadjes die we ooit zagen, Taormina.




Iedereen komt er voor het wereldbefaamde, fantastisch gelegen Griekse amfitheater aan de rand van het stadje, maar de terrasvormige bebouwing van






het stadje zelf met enorm veel afwisseling en sfeer mag er evenzeer zijn! Vanuit het busstation liepen we eerst richting centrum en het amfitheater. Uiteraard was de directe toegangsweg te toeristisch ingericht met de wereldwijd vervelende overkill aan souvenirkramen en -winkels. De uitzichten vanuit het amfitheater daarentegen waren adembenemend: hoger gelegen dorpen, de vulkaan Etna en andere hoge bergen, de prachtige kust met haar dorpjes, stadjes en kleine rotseilandjes, zoals het befaamde Isola Bella.







Je bleef bij elke hoek, elke bocht je ogen uitkijken!! Na een uitgebreid bezoek aan het amfitheater bezochten we even intensief de oude stad met haar lange hoofdstraat en vele pleinen, belvedères, kerken, een kathedraal in Normandische stijl, paleizen en dure winkelstraten. Op een terras zagen we, genietend van een kopje koffie, de ‘hele wereld’ voorbij slenteren.










Ergens tegen 15.30 uur stonden we voor de beslissing of we de dreigende onweersstemming (en een alertbericht van Daniëla) serieus moesten nemen en zo snel mogelijk terug zouden gaan naar ons appartementje of gewoon naar beneden zouden wandelen naar Isola Bella, een schat van een klein rotseiland met een villa van een Engelse dame van adel en tegenwoordig een reservaat van het Wereld Natuurfonds. Je kon er wadend naar toe (hadden we al uit de bus gezien). Ondanks alle aantrekkingskracht besloten we het niet te doen: geen schuilgelegenheid op het eilandje, onduidelijk hoe we terug moesten komen, wandelend langs de drukke straat zonder stoep met het rijgedrag van te veel verkeersdeelnemers… Gelukkig bleek het heel terecht: nauwelijks thuis begon een enorm onweer met zware slagregens. Een ding werd ook duidelijk: wij moeten wel terugkomen, zowel voor Isola Bella, voor Taormina, de hoger gelegen dorpjes en een fort en uiteraard ook om nog eens dichter bij de vulkaan Etna te komen…


Wij hebben uiteindelijk, veilig op ons eigen balkonnetje, deuren open, simpel gegeten, kijkend naar de striemende regen, de onstuimige zee, het donkere wolkendek door het dichte regengordijn: een prachtig motief om te schilderen!! Ook nog lang met veel plezier gekeken hoe Sicilianen omgaan met zo’n weer, heerlijk kletsend onder een ruime luifel van een groente- en fruitwinkeltje!
8 oktober: De zesde reisdag in 13 dagen werd kort maar heftig: van ca. 10 uur tot 12.20 uur, van Gardini Naxos/Taormina tot Syracuse (Syracusa), 135 km langs de Siciliaanse oostkust naar het zuiden. Enerverend met behoorlijk volle treinen, een uiterst krappe overstaptijd na een vertraging in Catania en dan ook nog aan het eind van de reis tot Augusta links en rechts van het spoor uiterst trieste, verwaarloosde industriegebieden – voornamelijk raffinaderijen, petrochemie, scheepswrakken, immense schrootbergen, treurige restlandschappen met opvallend veel (half-)dode bomen – hoe moet dit ooit gesaneerd worden??? Even werden we bevangen door een flinke treurnis. Twintig minuten later dan aangekondigd arriveerden we op ons volgende appartement van twee midlife-Syracusani, waarvan we Carmela eventjes leerden kennen.


Alles spiksplinternieuw en prima ingericht en verzorgd. Even gauw een kleine lunch en dan een eerste wandeling richting de oude binnenstad op een bijzonder mooi gelegen eiland, Ortigia. Driekwart op weg draaiden we om vanwege een spontaan opkomende, beangstigende storm: zwiepende reuze palmbomen en andere grote bomen, van alles viel naar beneden – eng! Een uur later durfden we weer op stap: eten kopen bij een supermarkt en om nog zinniger bezig te zijn een wasserette gezocht en gevonden (dankzij Google). Perfect plan: terwijl wij de tijd zinnig in een mooi restaurant besteedden zorgde een heel aardige eigenaar van de wasserette er voor dat onze was binnen 5/4 uur gewassen en droog bleek en hij zelfs nog net de laatste was aan het opvouwen was toen we de winkel binnenstapten. Service! Toch nog een aardige dag, we hadden aan het eind zelfs zin in onze Italiaanse oefeningen.
9 oktober: Een fijn ontbijt, zo uitgebreid als thuis en dan vrij vroeg op pad. De marktkramen bij de markthal aan het begin van de oude binnenstad op het stadseiland Ortigia werden nog opgebouwd, de meeste toeristen waren nog niet op pad. We dwaalden wat door het noordelijkste deel van de binnenstad. Veel winkels, de typische wirwar aan kleurrijke huizen in de woonwijken, laag, drie, soms maar twee etages hoog, met af en toe fonteinen, kerken en kleine paleizen. Langs de overal nabije kust zie je meer representatieve, hogere gebouwen, palazzo’s, kerken, scholen e.a. overheidsgebouwen. Algemeen een prettige sfeer.





In een baai aan de oostkant hoorden we al van ver onstuimige zee, zagen schuimende golven en een mooie slingerende boulevard van fraaie grote gebouwen.
En dan staken we weer even door naar het westen van het eiland: een rustige zee, haventjes en ook een mooie boulevard maar uitsluitend met restaurants. Per toeval stootten we op de Fonte Aretusa, een vm. zoetwaterbron, midden in de oude stad, prachtig begroeid met een lage palmboom, heerlijke papyrusplanten, veel goudvissen en enkele eenden. Klimplanten rondom op de muren zorgden voor een rustiek, haast landelijk geheel in de grote stad!




Vervolgens dan eindelijk naar de Piazza Duomo, een geweldig, langwerpig, autovrij (!) plein met schitterend plaveisel en omzoomd door kerken en paleizen. Eentje daarvan doet tegenwoordig dienst als stadhuis, en een vm. kerk, Santa Lucia alla Badia herbergde zowaar topkunst, een prachtig schilderij van Caravaggio, “De Begrafenis van de Heilige Lucia”! En dan natuurlijk de kathedraal; langer dan dit gebouw staat geen enkele kerk o.i.d. op één plek: sinds 480 voor Christus stonden hier achtereenvolgens een tempel van Athena – de apostel Paulus preekte er drie dagen lang; er volgden vroegchristelijke kerken, een moskee (v.a. de 7e eeuw) tot het gebouw onder de heerschappij van de Noormannen de katholieke hoofdkerk van Syracuse werd.






Een bewogen geschiedenis, ook letterlijk, want de kathedraal werd diverse keren zwaar beschadigd door aardbevingen. Binnen en buiten zie je zodoende een enorm eclectisch geheel: binnen b.v. een zichtbare rij Korinthische zuilen, een Griekse vaas als doopvont, buiten b.v. kantelen uit de Normandische periode. Wat zijn Sicilië, Italië als geheel, toch ongelofelijk rijk aan godsdienstgebouwen!
Buiten scheen de zon weer, het werd zelfs even heet, de paraplu-verkopers moesten zich weer oefenen in geduld.

Wij wilden even de schaduw opzoeken, even uitrusten en iets drinken, thee met Arancini, een smakelijke, aparte specialiteit van Syracusa (en heel Sicilië): een peervormig ‘iets’, rondom gepaneerd, gevuld met rijst, groenten en een speciale kaas.
Op de terugweg naar huis -siësta!- toch weer even langs de Apollotempel, een Dorische Tempel uit 575 v. Chr. met flinke muur- en zuilenresten. Zo oeroud, vredig en indrukwekkend! Er stonden nu beduidend meer mensen om het mooie, groene en antieke veld met ruïnes.




Tussen 16 – 17.30 uur bleken we uitgerust en gemotiveerd genoeg om nog twee andere hoofdattracties van Syracuse te bezoeken. Om te beginnen Sanctuario della Madonna delle Lacrime (Heiligdom Madonna van de Tranen), een enorme, tipi-achtige bedevaartkerk uit 1966! Indrukwekkend? Foeilelijk? Ach, het bleek nu een van dé bedevaartsoorden van Italië en trekt jaarlijks duizenden pelgrims voor een beeldje van Maria dat zg. 4 dagen lang tranen plengde…



Van dit wonderlijke, jonge, hedendaags-christelijke engagement wandelden we naar een bijna 2000 jaar oude locatie vlakbij: de Basilica e Catacombe di San Giovanni, gebouwd in de 6e eeuw en tot eind 17e-eeuw dé kathedraal en -vooral- nog steeds het grootste catacombencomplex van Syracuse. Wij sloten aan bij een excursie door kilometers lange onderaardse gangenstelsels met onderaardse gebedsruimtes en begraafplekken en -nissen (duizenden!!) van het vroege christendom. Ongelofelijk en bizar. De gangen en ruimtes bleken de Griekse en Romeinse onderaardse rioleringen te volgen.





Wonderlijk, zo’n clandestiene wereld onder het antieke Syracuse. Tijdens de Tweede Wereldoorlog overleefden er vele mensen de bombardementen van de geallieerden. Eenmaal weer aan de frisse lucht hadden we, ter afronding van een unieke dag, behoefte aan veel ruimte met een wijntje op een terras vlakbij.
10 oktober: Ongelofelijke onweersbuien vannacht: tegen 5.20 uur is Willy zelfs even beneden gaan kijken of het water niet al binnen liep… Zo erg was het niet, maar onze straat bleek even een beek geworden. Tijdens ons ontbijt al viel de regenval dan abrupt stil; de zon begon te schijnen, het werd zelfs heet! Tussen 9.30 – 14 uur gingen we in een lange wandeling met enkele pauzes op ontdekking in het meer noordelijke deel van Syracuse. Om te beginnen naar het Archeologische Park Neapolis met maar liefst twee prachtige antieke amfitheaters: een uit de Romeinse periode, mooi en mild verwaarloosd met nog steeds duizenden wilde planten in een liefelijke setting van een mediterrane vegetatie (palmen, pijnbomen, olijfbomen, sinaasappelbomen etc.), een offeraltaar voor Hiëro II uit 240 v. Chr. en dan op





een nabij locatie naar het nog imposantere Griekse amfitheater met begroeide rotswanden uit oude steengroeves als decor. Fraai!! Op de weg erheen, terecht Latomia de Paradiso (Steengroeve het Paradijs) geheten, wandel je door een weelderig natuurgebied met opgravingsresten. In de grootste ‘grot’, met een opening in de vorm van een oor, Orecchio di Dionisio, heerst een vreemde akoestiek. Afgezien van de vele kraampjes bij het begin van het terrein, de slome, bureaucratische mensen bij de kassa en de gebrekkige informatie is dit prachtige terrein een echte aanrader!!!












Van het prachtige natuurgebied met fascinerende opgravingen wandelden we naar de steile, rotsige kust met onstuimige zee, ook weer zo mooi! We zochten hier nog een tijdje naar een Latomia dei Cappuccini, en vonden ook een verwaarloosd terrein zonder archeologische ´begeleiding´, wel uitmuntend wat de natuurwaarde betrof: het krioelde er b.v. van de hagedissen! Bezweet, moe maar ook zeer voldaan waren we exact om 14 uur – siësta!- weer thuis.





Anderhalf uur later gingen we weer op avontuur: deze keer wilden we onze eigen wijk tot aan zee verkennen. Even de oude, van buiten fraaie Santa Lucia al Sepolcro binnen – toe aan de zoveelste renovatie – maar vooral onder de indruk van de kloostergang vóór de kerk met een tijdloos brevierende pater.

De kust is nooit ver weg in Syracuse en we werden dan ook, slenterend door de mooie oude stad weer getrokken door de ruige zee: metershoge schuimende golven sloegen tegen de stadskades en rotsen die de oude stad beschermen en dragen. Een prachtig, nooit vervelend schouwspel dat je in Syracuse langs kilometers straten, autoloze boulevards en rotsjes in de kust, via trappen en bruggen bereikbaar, veelvuldig kunt beleven!




Dit natuurgeweld, die oerkracht van de natuur riep ons wel 3-4 keer weer terug naar de kust. Al dwalend door de oude stad werden we aangetrokken door een kleine, oeroude kerk. Niet meer in gebruik, rommelig-verwaarloosd, maar wel een zuiver vroeg-romaans (4e-eeuws) gebouw! Om even bij stil te zitten.


Via Piazza Duomo en straten vol grote, mooie palazzo’s wandelden we terug naar onze tijdelijke woning. Ciao, Syracusa: na wat irritaties aan het begin bleek je toch een fantastische stad te zijn! Marianne vroeg zich zelfs af waarom we het eigenlijk nu pas over huren of kopen van een huis hadden?!? Wat let ons?? Eerst maar twee overheerlijke spinazietaartjes, pittige kazen, crackers en een wijntje thuis. Toch maar vooruit dromen: morgen reizen we naar verblijfplek 7 – over de helft! – Agrigento in Zuid-Sicilië!
11 oktober: We werden door Carmela, onze Airbnb-host uitgezwaaid met een prachtige doos koekjes (in de hoop op een goede review…). Doen we nooit, uit principe. Maar wie weet maken we wel eens een uitzondering… Tegen 9.45 uur namen we, on kissing terms, afscheid – 950 m rollend naar het centraal station. Kwamen in een heerlijk lege ICE trein terecht en snoepten ieder een super pistachekoekje: grazie, Carmela! In Catania moesten we een tijd wachten op onze aansluiting naar Termini Imerele, het overstapstation naar Agrigento.





Zo weinig de kust tussen Catania en Syracuse ons bekoorde zo veel meer deed het binnenland van Sicilië, waar we dankzij de grillen van Trenitalia (enorme omwegen van kust tot kust) van mochten genieten, ons veel plezier. Heerlijk heuvel- en bergland, veel gecultiveerder (land- en tuinbouw, koeien en schapen) dan we dachten, afgewisseld met onmogelijk te cultiveren rotspartijen en ravijnen. Weinig (natuurlijk) bos, ergens bij Roccapalumba zagen we gelukkig ook wel herbebossing.


Tegen 19 uur, het was al donker, arriveerden we op station Agrigento. Het bleek een kopstation en het ligt, zoals de hele stad, tegen steile berghellingen aan. Dus wij met de hele meute mee, 3 verdiepingen naar boven, tot een uitzichtplatform en plein waarvandaan je de zee in de verte kon zien en het ook maar een korte afstand tot de hoofdwinkelstraat was. Maar: wij hadden beneden moeten blijven, dan was ons hotel heel dicht bij geweest. Zo moesten we langs een heel gevaarlijke weg en het nodige tijdverlies naar het hotel ‘rollen’. Maurizio, de eigenaar van ons kleine hotel, was niet echt amused maar verborg dat goed en stak een lang verhaal over de toeristische kwaliteiten van Agrigento af. De nabije Osteria, die hij ons in zijn verhaal heeft aanbevolen, serveerde ons een smakelijke pasta met lam, salade en wijn. Gelukkig waren we rond 22 uur zo zichtbaar moe dat we op tijd en met goed fatsoen van de 3 opdringerige Amerikaanse buren met zielige hond afscheid konden nemen.
12 oktober: Ons ontbijt was vanochtend al klaargezet toen we de eetruimte betraden: vers, (te) veel zoetigheid, witte broodjes met kaas, koffie en thee: gelukkig konden wij ons op onze lange reis regelmatig in eigen appartementjes zelf verzorgen! Niet gezeurd, eetgewoontes zijn gewoon nou maar heel divers op de wereld. Op naar het busstation op zoek naar bus 3 naar het wereldbefaamde (blijkt) Valle dei Templi, met 1300 ha het grootste archeologische veld ter wereld met een gave Concordiatempel uit de Griekse tijd (terug tot de 5e-eeuw v. Chr.), twee onvolledige antieke theaters uit de Griekse en Romeinse tijd, een necropolis, ruïnes van poorten, villa’s, tombes, een museum en een mooie Giardino della Kolymbethra…


Beginnend bij de Porta V (daar ging buslijn 5 toevallig heen) liepen we langs de tempelresten van de Dioscuri (Castor en Pollux) en Jupiter, dan de ‘kloof’ van Kolymbethra binnen, een weelderige groene oase dankzij Griekse irrigatiesystemen, met een beekje, verschillende terrasboomgaarden, een moestuin, rotsen, verwilderde natuur en oeroude wilgen.






Er was toevallig een Herfstfeest van de Italiaanse FAI (vergelijkt zich zelf met het Britse National Trust). De zon scheen heet in en om de tempels, de 5 ha grote tuin bood gelukkig schaduw. Nog wat mandarijnenjam bij een kraam gekocht, even een praatje gemaakt met vrijwilligers en dan vervolgden we onze wandeling door het hete mediterrane landschap waar het wemelde van de smaragdhagedissen en vlinders, kleurrijk afgewisseld met late plantenbloei.









Onder de indruk van de tempels, de overige geweldig grote resten van 2500 jaren menselijke cultuur werd het tijd voor een mooie pauze op een fijn terras onder oude bomen van een aardig restaurantje met zicht op de mooie Junotempel.












Tegen 16 uur hadden we wel genoeg antieke sferen geproefd en een groeiend aantal bezoekers (behoorlijk druk, wel een ruim gebied) gezien. Via een panoramaweg zijn we richting Agrigento teruggelopen.





Aan het begin van de stad namen we weer een bus die ons een heel eind hogerop bij het busstation weer uitzette. Even opfrissen, uitrusten en een restaurant uitzoeken. Bij Gusto Si in de Via C. Battisti lekker en zo biologisch mogelijk gegeten. Aardige baas, leuke sfeer op straat, veel mensen buiten (zaterdag), vooral veel spelende kinderen en dollende pubers… lang gezeten, inclusief toetje!
13 oktober: Een zondagse dwaaltocht door de oude binnenstad van Agrigento, door straatjes, kleine stegen en veel trappen helemaal naar boven tot op de Piazza Don Minzoni en de Via Duomo.



Weer zo’n indrukwekkend oude kathedraal, zichtbaar vele bouwstijlen en met heel hoge, brede trappen voor de ingang van de dom. Een flinke groep koks in beroepskleren raakte er bij de groepsfoto bijna verloren op. Op een groot uitzichtplein werd onze klimtocht beloond met een geweldig uitzicht van tientallen kilometers het bergrijke land in.




Via veel trappen en nauwe straatjes met opvallend veel groen weer terug naar de stille (zondag) hoofdwinkelstraat en verder gelijk door naar huis, siësta.




Na de rustpauze wilden we dan toch nog maar weer de zee zien: per bus, een heel gedoe op zondag, naar San Leone aan zee. De kust viel ons hier flink tegen: veel troosteloze bebouwing, te veel betaald op een terrasje, vuile stranden en langs de kust een permanente kermis – een mooie zee, dat wel. Terug in de stad hebben we nog op een mooie plek, restaurant Krokos, gegeten. Verder bleek het gewoon 13 oktober, soit!
14 oktober: Tegen 9.30 uur koffie op het station, en dan de kaartjes gekocht naar de ongekroonde hoofdstad van Sicilië, Palermo! Tot Termini Imerele reisden we, uiteraard de andere kant op, over een al bekend traject. Dwars van het zuidwesten van Sicilië naar de noordwest kust van het grote eiland. De reis ging door typisch Siciliaans landschap: altijd ergens een rotsgebergte met imposante formaties in het zicht, met golvend heuvelland en berghellingen er voor.






In de regel intensief groen – olijfgaarden, cactusvelden, groenten, wijn, granaatappelbomen, citroen- en sinaasappelbomen etc. – maar soms ook kaal, geploegd, geëgd voor weer een generatie groei en bloei. Wat? Hooilanden, graan…??? Daarvoor moeten we in de lente terugkomen. De laatste, ons nog onbekende 40 kilometers waren aangenaam groen en heuvelig voor het oog: weinig hoogbouw en industrie. Tegen de middag arriveerden we al in Palermo. Mooi, een oud, druk station en ook de directe omgeving indrukwekkend grootstedelijk, spannend. Ons adres voor de komende dagen vonden we gauw: een carré van ‘goedburgerlijke bouw’ van 1890-1910 schatten we. Gerenoveerd, 6 verdiepingen hoog + souterrain, metalen liftschachten uit de tijd van Schindler. Een superdrukke Italiaan legde ons in sneltreintempo alles uit over het 8ste verblijfsadres van onze reis. Viel mee wat we passief allemaal al begrepen! Mooi: we hadden het rijk minstens op de eerste dag voor ons alleen: een grote woonkamer/keuken van ca. 40 m2, een flinke slaapkamer en badkamer (alleen voor ons gebruik).


De woonkamer/keuken was theoretisch ook nog voor huurders van drie andere appartementen bedoeld… Na een korte lunch gauw tussen 14.15 – 16.45 uur op verkenning: heerlijk dwalend door een ons volstrekt onbekende stad, vielen we van een verbazing in de andere. We bleken in een mooie, levendige ‘Bel epoque’ wijk beland te zijn, grenzend aan de oude kern van de binnenstad met een boeiende geschiedenis van Grieken, Arabieren, Normandiërs, Spanjaarden, Duitsers… die zich overal in de stad manifesteerde. Heerlijk, al die paleizen met binnenhoven die nu dienst doen als musea, bibliotheek, parlement e.d. en voorop de kathedraal: gigantisch groot, eclectisch van buiten met Moorse, Normandische, gotische en barokke elementen, en een soort Londense tower-achtige klokkentoren. Ronduit bizar. Maar van binnen eerder saai, wel een sfeer van eenheid.




Opvallend: een altaar voor een priester die in Palermo de maffia trotseerde en daarvoor in 1993 vermoord werd. Sterk verhaal, zeker ook dat deze man ondertussen zalig werd verklaard door de officiële Roomse curie! Ook in de hoofdstraat van Palermo viel ons een winkel/actie voor een anti-maffia monument in de stad op. Moedig, ook de winkels die dat openbaar kenbaar maken. Misschien nog verrassender: de belangrijkste straten van Palermo, de Via Roma cq. de Corso Vittorio Emanuele, beiden kilometerslang zichtassen door de hele stad en elkaar kruisend in de buurt van de hoofdpleinen van de stad zijn momenteel (?) of voor altijd autovrij!!







Onvoorstelbaar in Italië, dus we bleven ons verbazen over deze vaak verguisde stad. Het was een verademing overal autovrij/autoluw te mogen flaneren! Indrukwekkender nog dan de kathedraal waren de beide oudste, Moors-Normandische gebouwen uit de 12e eeuw, San Cataldo en La Martorana (of: Santa Maria dell’Ammiraglio) . Het eerste gebouw was geopend: we hebben in dit gebouw met drie koepels en veel prachtige Moorse elementen alleen maar stilzwijgend zittend genoten. Hoe klein, maar wel fantastisch de ruimte ook was.




Het andere architectonische wonder besloten we te bewaren voor de volgende dag. Verder door de buurten slenterend bereikten we een heerlijk park met een paleis met een renaissancegevel er langs, het Palazzo dei Normanni (Paleis van de Normandiërs, nu regionaal parlement van Sicilië).




Terug in de wijk nabij ons tijdelijk thuis scharrelden we nog wat etenswaardigheden bijeen en hebben we met veel plezier lekker gegeten. Onze ‘vrijheid’ was maar van korte duur: tegen 21.30 uur kwam onze druktemaker met een nieuw stel gasten aan. Twee nog ‘oudere jongeren’ dan wij, Franstalig, zwaar geïntimideerd door de rapheid van onze gastheer. Gelukkig wisten wij natuurlijk al alles over het huis….
15 oktober: Na een aardig ontbijt hebben we de Fransen ook nog even ingewijd in de geheimen van een gasfornuis. Palermo draaide buiten alweer op vollen toeren: het drukke autoverkeer, de vele steigers bij gebouwen, de winkels, de verkoop van alles en nog wat overal, en haastende voetgangers, fietsers zelfs, scooters: Palermo vraagt je volle aandacht. Mooi is, dat je op elke hoek kan kiezen wel of niet in een kerk, museum, mooie binnenhof etc. te gaan kijken, stadse rustoases op te zoeken. We begonnen al gauw met het vm. klooster/basilica Della Santissima Trinita, La Magione, vlak bij ons tijdelijk woonadres, gebouwd in 1191 (overal anders zou dit een hoofdattractie zijn, in Palermo is het een verstopt juweeltje’. Voor twee euro mochten we ook de fraaie, groene kloostergang en bijgebouwen bezichtigen in een vreemde en toch ook zo vertrouwde wereld. Aandoenlijk: op een lange tafel verkocht men voor 1 – 3 euro flink wat soorten (vet-)planten en de winst was voor het onderhoud van de kloostertuin.






Hiervandaan trok de nabije zee, de haven. Maar eerst nog wat spannende binnenhoven, nog een kerk… Dan over de boulevard (vierbaans) die vlak langs de kust aangelegd werd en als je je dan omdraait en over het razende verkeer heen kijkt zie je dat Palermo hier nog regelmatig vestingbouwwerken heeft en op de achtergrond (middel-)hoge bergen. Mooi! Voor je ligt dan de zee, links de haven en nog meer hoge bergen langs de kust. Voetgangers en fietsers kunnen deels langs de kust wandelen en recreëren. Tussen de autoboulevard en de voetgangerspromenade bevindt zich een aardige informele groene ruimte. Hoe lang blijft dit nog zo, denken we daar.





Een stukje verder lopen we weer onze wijk Kalsa (uit het Arabisch, Al-Khalisa, the purest) binnen en komen in een boeiend saneringsgebied – tot voor kort alleen verval – waar opvallend veel opknapwerken van de gemeente zichtbaar zijn: een vervallen klooster is nu Muziekschool, veel huizen worden opgeknapt, staan fris in de verf. Er staat toch ook nog een ruïne van een grote, niet afgebouwde kerk (wel 80%!) die rondom pittoresk ‘vergroende’ – Louis Le Roy zou hier jubelen! We dachten ook gelijk aan Elyseum-cursisten (opleiding ecologisch hovenier): wat zou Palermo voor een schatkamer voor hen zijn als het thema TIJD in cultuur en natuur ter sprake komt. Fantastisch!






Tegen 12.50 uur hadden we alweer genoeg voor twee dagen bezocht. Even wat kaas, brood etc. kopen: siësta thuis. Daarna bezochten we drie straatmarkten, verschillend van standing, wel allen levendig en kleurrijk. Naast gedroogde abrikozen ook granaat- en sinaasappelsap op straat gedronken. Op diverse plekken, o.a. op de autovrije hoofdstraat, gezeten en genoten van de grote diversiteit aan Palermitani en toeristen. Ook nog kennisgemaakt met een heerlijk park, Giardino Garibaldi, en naar de waanzinnig grote Ficus macrophylla gekeken: onder en door de boomluchtwortels heen kon een hele groep kinderen verdwijnen! Prachtig, een ongelofelijk leven. 150 jaar oud bleek die gigant, een grotere boom hebben we zelden gezien!







Weer thuis gunden we ons – na zo’n heerlijke, kleurrijke en mooie dag – een glas wijn met hapjes.
16 oktober: Tegen 9.30 uur wandelden we naar het Museum voor Moderne Kunst, niet ver van ons tijdelijk onderkomen. De bar van het museum bleek nog gesloten, dus voor de ´nodige´ koffie gingen we op een terras nabij, op een levendig kruispunt, zitten. Hier kon je in alle rust het echte leven volgen.


Maar Marianne voelde zich niet goed, duizelig. Teveel drukte, lawaai, indrukken?!? Even thuis op het bed gaan liggen. Gelukkig liet de druktemaker van een eigenaar ons met rust bij het schoonmaken. De duizeligheid van Marianne werd niet echt minder. Even wat lunchen tegen 12 uur hielp weinig. Zij dacht aan lage bloeddruk, gebrek aan zout (zit niet in het Italiaanse brood b.v.). Dus een bouillon maken (hebben we gelukkig altijd mee) en dan weer rusten. Tegen 16 uur besloten we samen dat Willy nog even een ‘wereldwonder’ alleen mocht bewonderen: de Chiesa di Santa Maria dell’Ammiraglio: een schitterende, relatief kleine kerk volledig onder de muur-, zuilen-, koepel- en plafondschilderingen in kleine mozaïekscherfjes (vooral) en verf.







Prachtig!! Velen zaten er met open mond te staren, anderen verdwaasd om zich heen kijkend en houvast zoekend in het ‘schieten’ van zoveel mogelijk foto’s (herkenbaar voor Willy…) enkelen nog verdiept in gebed. Op de terugweg naar huis kocht Willy ook nog genoeg bijeen voor een spinazie omelet maaltijd zodat Marianne verder uit kon rusten en hopelijk ook aansterken. In de loop van de avond knapte Marianne gelukkig dankzij de mix van uitrusten, spinaziemaaltijd, bouillon zienderogen weer op, pak van ons hart!
17 oktober: Vroeg op, ontbijt, pakken en dan gauw naar het station om kaartjes te kopen naar ons volgend reisdoel: Cefalù. Terecht op tijd, want er stond al een akelig lange wachtrij… Toch hielden we nog tijd over om nu ook nog samen de prachtige ‘werelderfgoedkerk’, Chiesa di Santa Maria dell’Ammiraglio, te bewonderen: de verwondering bleef groot, ook voor Willy! Terug naar ons Airbnb-adres, bagage in de mooie oude lift en dan samen voor de laatste keer naar beneden, door de mooie binnenhof richting station.





Tegen 11.30 uur vertrokken we naar Cefalù, ca. 70 km ten oosten van Palermo, langs een mooie, bergrijke kust. Om 12.25 uur arriveerden we al in Cefalù. Iets te vroeg, maar onze host was bijna klaar met de schoonmaak van de woning. Wij kochten ondertussen bij de meest nabije supermarkt boodschappen voor twee dagen en wandelden terug naar de Via Gramsci voor een lekkere lunch op het kleine, zonnige balkon met uitzicht op zee en de ‘Rocco’ (een hoofdvormige rotsige berg) waar het stadje tegen aan ligt. Héél mooi!






Daarna, tussen 14.30 – 17.30 uur, namen we ons de tijd voor een uitgebreide verkenning van deze zeer charmante badplaats op een prachtige locatie met veel uitzonderlijke verrassingen. Van ons woonverblijf, gelegen in een buurt met behoorlijke middenklasse woonhuizen en dure, ingetogen winkels, wandelden we naar de kleine, fraaie binnenstad met mooie straten, een plein met een vrij nieuw stadhuis (1957) tot de architectonische topper, een Normandisch-Arabische kathedraal (UNESCO werelderfgoed). Hoe kan zo iets in een klein stadje van 15.000 inwoners?? Volgens de legende werd hij gebouwd na de belofte van een heerser, Rogier II, de eerste koning van Sicilië (1095 – 1154), die hij deed na het overleven van een wilde storm op zee. Ach, hoe het ook zij, de pracht en praal is nu nog ruimschoots te zien!









Vandaar zijn we dan via spannende paden door de rotsen voor de huizen langs de kust geklauterd tot het strand – verschillend van sfeer, van gezellig druk tot onstuimig en stil – weer door de nauwe straatjes, langs vele winkels, restaurants, met doorkijkjes naar de zee of de bergen. Wat een mooi stadje!









En nog nooit zo gezien: vlak aan zee bevond zich een wasplaats met duidelijke bakken en watertoevoer op een fraaie plek tussen de huizen, overgroeid door oude bomen – niet te beschrijven hoe mooi (zie foto’s beneden).




Thuis dan heerlijk allerlei slaatjes, groenten, fruit, brood en wijn in de keuken en op balkon gegeten. Heel vroeg naar bed, even een ‘verjongingskuur’ (10 uur aan een stuk geslapen!). Nodig na de dagen in Palermo, dat toch, hoe prachtig ook, echt ruig, luidruchtig, hectisch en enerverend was.
18 oktober: Tegen 9.30 uur op stap naar dé natuuruitdaging van Cefalù, het beklimmen van de ´rocco´, 300 m hoog, waar het stadje zo ongelofelijk mooi tegen aan is gebouwd.


Even buiten de oude bebouwing kwamen we bij een wachthuisje waar 3 mannen bij een hypermoderne automaat kaartjes verkochten voor het bergterrein inclusief (pre-)historische gebouwen, muren langs de de zee, castello etc. 4 euro voor twee pensionado’s. Gezien de moeizaam, stenige klim hadden ze die eerder aan ons kunnen betalen…. Maar ja, de uitzichten en menselijke bouwprestaties te mogen zien en bewonderen waren eerlijk gezegd een vermogen waard! Het begin tot de fortificatiepoort was nog een makkie.






Ruime traptreden van cobblestones op een relatief plat stuk wandelden we langs cisternen (ooit leefden de inwoners van Cefalù hier boven, bang voor alle indringers), ovens, magazijnen, een kerkje en een indrukwekkende tempel van Diana uit de 6e en 5e eeuw v. Chr.




Hierna werd het terrein ruiger: een klein bospad, met soms venijnige rots stukjes, geen probleem op zich, alleen Willy’s hoogtevrees werd op de proef gesteld met een geitenpaadje een meter of 2 langs dodelijke afgronden en waanzinnige vergezichten – niet naar kijken!!! Doorlopen, terug heeft geen zin meer… en dan kwamen we gelukkig bij de zg. Byzantijnse muur, een fortificatie van muren die de noord-, oost- en zuidkant van de heuvel omsloten, soms wel twee meter breed, met kantelen, soms ruïnes, soms nog 5-10 m hoog, in wilde bochten, ongelofelijk werk, maar heerlijk voor Willy!



Onder de castello moesten we beslissen of we het laatste stuk nog zouden beklimmen – ons stond beiden het angstzweet nog in de handen – of met een uitzicht en het gevoel ‘we hebben het wel gered’ weer langzaam naar beneden te klauteren. We gedroegen ons als trotse realo’s: al veel overwonnen, de mooiste uitzichten op het stadje en de zee al op 3/4 van de top genoten (nog elk huis, dak, pleintje was perfect te identificeren en een fabelachtig ensemble), waarom nog iets hoger klimmen (met veel andere bergbeklimmers voor een minder gedetailleerd uitzicht?!?




Onderweg naar beneden werden we vervolgens nog beloond met verrassende mooie flora en fauna: prachtige gentiaansoorten, 2e generatie aronskelken, schitterende struiken en bomen, smaragdhagedissen, luzernevlinders, superblauwe blauwtjes, slechtvalken… na 3 uur waren we weer thuis, moe, zweterig, maar zeer voldaan als na een lange vakantiedag. Siësta!
Tussen 15 en 18 uur namen we uitgebreid afscheid van het prachtige stadje Cefalù. Via het gezellige strand liepen we het oude stadje binnen, vooral straten en steegjes in die we (meenden) nog niet gezien (te) hebben, namen als verkoelende afleiding (eindelijk!) een lekker ijsje op straat en keken vaker dan gisteren naar ‘de berg’, want daar herkenden we nu natuurlijk plekken, gebouwen, muren die we vanochtend hadden ‘bedwongen’.




In de kathedraal oefende een symfonieorkest. Bijzonder hieraan: het bestond uit topamateurs uit de hele wereld die tien dagen naar Cefalù kwamen (in 2018 voor het eerst) en dan aan het eind van hun verblijf een voorstelling in de kathedraal gaven. Mooi om even bij de generale repetitie naar werken van Mendelssohn en twee Siciliaanse componisten te mogen luisteren. Aan het eind van deze namiddag, tegen de avondschemering, hebben we nog eens de skyline van oud-Cefalù in ons opgenomen. Het licht was prachtig!



Achter ons stond een leuk huis, 1e verdieping met zeezicht, vlak bij het station en de oude stad, te huur… ’s Avonds toch maar vooral over onze verdere reis gedroomd: Eolische eilanden, vulcanos, we are coming!
19 oktober: Vroeg uit de uitstekende bedden: Lipari, Eolische eilandengroep, wenkt! Een treinreis van 125 km langs de bergrijke kust, groen en altijd zeezicht, helder mediterraan ‘doorkijkwater’. Relatief veel tunnels zorgden soms voor wat donkere afwisseling bij letterlijk schitterende vergezichten. Tegen 11 uur bereikten we Milazzo, het Den Helder van de Eolische eilanden. Wel een veel oudere binnenstad, maar ook op korte zichtafstand industrie-, haven en bedrijfsterreinen. Even wennen… En er rijdt ook geen bus, we moeten een taxi nemen. De prijs viel mee en het tempo waarmee we 4 km langs relatief veel lelijkheid zoefden evenzeer. Gauw kaartjes gekocht, 3/4 uur tijd om op de boot van 12.15 uur te wachten.



Dan heerlijk lang, 5/4 uur op de boot naar Lipari, een fraai gelegen stadje van 5000 inwoners. Opvallend stil was het, mooi, keurig, veel winkels van een aardige kwaliteit, restaurants, hotels, B&B’s. Hoofdzakelijk alles autovrij, gezellige havens met kleine veerboten, jachten, vissers(-boten) en aardige heuvels en bergen rondom. Ook in het stadje dus reliëf en een echte stadsheuvel nog weer hoger gelegen langs zee (gemeentehuis, hoofdkerk, archeologisch museum, park). Bartolomé, de eigenaar van ons pension ontving ons allervriendelijkst al bij de haven, vertelde op de weg naar ons adres al van alles over het stadje, OV-mogelijkheden, de mooiste bergen, kust, stranden, natuur, supermarkt, restaurants…










Bartolomeo kende iedereen en hij liet ons ook al gauw met heel wat mensen kennismaken. De hele communicatie verliep trouwens voor die tijd wonderlijk: we spraken geen enkele taal gezamenlijk, alleen brokstukken, dus we wisselden Google translate-vertalingen met elkaar uit. Kamer 4 van zijn pension, tweede etage, bleek enorm multifunctioneel: slaapkamer, eettafel, keuken – goed uitgerust, maar in een soort kast, balkon met waslijnen, maar vooral ook een verdieping hoger een ruim dakterras waar we al gauw het liefst verbleven (kon ook heerlijk met 20-23 C. en zachte wind). In de namiddag 3x in bijna alle windrichtingen en door ‘alle’ straten, steegjes en trappen van Lipari gestruind, alles wat we nodig hadden gekocht en al een keuze aan restaurants van buiten bekeken. Bij de laatste avondwandeling heerste er een feeërieke sfeer in het wirwar van straten, steegjes, pleinen en in de haven.



En overal, typisch eiland, een veilig gevoel ook langs donkere stukjes rotswanden, poortjes en achterafsteegjes. Ja, dit wordt een heerlijke plek om onze Siciliëreis waardig af te ronden! De hele namiddag en avond werd onze rondwandeling ‘vergezeld’ door kleurrijke bruiloftsfestiviteiten, van de kerkvoorbereidingen, foto shoots, eten, muziek tot een laat vuurwerk. Zo’n eiland blijft toch ondanks alle toeristen ook een hechte gemeenschap.
20 oktober: Zonnig warm was het al toen Willy bij de nabije bakker vers brood kon kopen. Op ons heerlijk dakterras genoten we al de zomerse sfeer, het uitzicht en een mooi zondags ontbijt. Voor onze eerste koffie gingen we naar het busstationnetje met een mooi terras op de eerste verdieping en uitstekend zicht op de bedrijvige haven. Om 10.15 uur vertrok daar een grote bus met twee grote groepen bejaarde dames cq. jonge studenten die op driekwart van de busrit allen uitstapten voor een bekende Puimsteenkustwandeling. Ruimte!! Met een handvol Fransen en inheemsen stapten wij bij de eindhalte in Aquacalda (Warmwater) uit: een fraai gelegen kustdorp, Middellandse Zee, kiezelstranden, rotsen en hoge bergen als achtergrond.



Heerlijk stil was het hier: zachte golven, zachte wind, enkele vogels, af en toe een auto, een stem. Warm, zo niet heet (in de zon) was het wel. Toch maar bergop naar een uitzichtpunt vanwaar je de buureilanden Salina (NW), Panarea (NO) en Stromboli mooi kon zien liggen. Toen we na twee kilometer het mooiste punt bereikt hadden, gingen we via de kleine, nauwe straat naar Quattropani (Vierbroden) terug naar ‘Warmwater’. Mooi, stil, weids was alles.




Af en toe vogels, vlinders, eindeloos veel hagedissen en soms een verdwaalde oude Fiat, scooter of een andere wandelaar. Terug in het dorp duurde het lang voordat een vertraagde overvolle kleine bus ons oppikte. Hobbelend en bobbelend ging het in haarspeldbochten naar Lipari. In Lipari hoorden we bij het uitstappen heel wat opluchting om ons heen. Na de lunchpauze op terras, het hoger gelegen burchtterrein van Lipari bezocht met museum, kathedraal, archeologisch park etc. Fraai allemaal, maar hier moeten we terugkomen als alles wat levendiger en/of meer geopend is.








Afsluitend alvast aan de haven voor morgen tussen 12.30 – 20.30 uur een boottocht naar de buureilanden gereserveerd (een tientje van de 70 euro ook al aanbetaald). Panarea, Dattilo, Lisca Blanca, Stromboli, Strombolicchio en Sciara del Fuoco staan op het vaarprogramma. Even een aperitief op ons dakterras en dan naar een nabij restaurant dat Bartolomé ons had aanbevolen. We begrepen weer eens waarom wij vaak huiverig zijn met aanbevelingen. Maar het deed niets af aan de verliefdheid op Lipari!
We droomden tijdens het rondwandelen op Lipari weer eens hevig van een betaalbaar appartement voor langere tijd… maar ja, er zijn zoveel bedenkingen, struikelblokken.
21 oktober: We hadden kunnen uitslapen, maar daar is vooral Willy niet goed in. Dus al weer vroeg op het dakterras, koffie met havenzicht, boodschappen voor de boottocht (eten en twee zonnehoeden) en dan naar de kleine haven waar we ons al om 11.30 uur moesten melden voor een dagje uit naar Panarea en Stromboli. Snel betaald en met vele andere (er zijn gelukkig twee bootjes) wachtten we op het vertrek van onze Follio. Deed de ‘kapitein’ al voor 12 uur met 21 reizigers en twee bemanningsleden op een boot waar we net ‘onder dak’ (zeil) op bankjes in pasten. Gelukkig konden waaghalzen ook boven op het dak zitten en los ging de wilde vaart (sneller dan een e-bike) richting Panarea, waar er na 30 minuten een zwempauze in de Baja di Calajunco was ingepland.





Ruim de helft van de mensen deed dat ook een kwartiertje lang, met of zonder bril of snorkel, mooie natte boel aan bord. De sfeer was en bleef formeel en afstandelijk onderling (Fransen, 2 Israëli’s, enkele Oost-Europeanen, geen Duitsers of Nederlanders). Vandaar ging het dan weer rap verder naar het haventje van Panarea. Niet alleen de naam van dit eiland (met één dorpje) klinkt Grieks. We mochten naar hartenlust 5/4 rondzwerven. Siëstatijd, stil, vredig, mooie huizen en stegen, gewoon een fijne plek, wel wat afstandelijk. Veel b&b’s en appartementen en weinig ‘sociale plekken’, wel twee mooie kerkjes. Een mooie locatie om ooit terug te komen.











We voeren verder naar piepkleine rotseilandjes – Basiluzzo, Dattilo, Lisca Bianca en Lisca Nero –



voor Stromboli, het hoofddoel van de reis. Ook hier was weer een zwempauze ingelast. Op Stromboli arriveerden we om 15.30 uur en we mochten er tot 17.45 uur van onze individuele vrijheid genieten. Erg bijzondere plek: ruige opzet, geen knusse ‘kashba’, eerder losse huisjes, lange stegen, veel groen ertussen, veel ‘aparte vogels’, zowel wat de inwoners betreft als ook de gasten! En nooit zoveel elektrische driewielers (Piaggio’s) gezien: het wemelde er in de straatjes van. Maar verder heerste er in oktober vooral een ander levensritme, rust, zwarte stranden, constante stoom boven de top van de vulkaan op 900 m!









Vreemd gevoel, het idee van living under the vulcano. Als je ergens ging zitten werd je gelijk door twee katten en honden pittoresk omzoomd… en altijd maar kijken of er boven iets gebeurt. Van de zuidkant benaderd is het eiland een geweldige massa lava zonder begroeiing, aan de dorpskant ziet alles er op de onderste 100 m groen en leefbaar uit (als je niet naar de zwarte grond en het zwarte strand kijkt).
Weer verder met ons bootje naar de volgende attracties: een spectaculaire rots voor de kust, bovenop een vuurtoren, die via een duizelingwekkende metalen trap bereikbaar blijkt (maar daar hoeven we gelukkig alleen van beneden naar te kijken…): een wereldtop fotomotief!! Het begon nu ook, ter sfeerverhoging, te schemeren inclusief zonsondergang boven de zee, die het hele eiland in een warme rode gloed zette.




Bovendien zette onze jonge kapitein ook nog de vaak storende buitenbordmotor uit en zorgde voor een magische sfeer: gauw zocht iedereen naar een gunstige kijkplek voor uiteindelijk tientallen kleine vuurerupties boven de vulkaan. Betoverend!! Daar leek geen einde aan te komen, tot onze sympathieke baas het signaal voor vertrek gaf.



Omkijkend bleven we nog lang in de verte vuurerupties zien. Nooit geweten dat de Stromboli nog zo actief was. De twee uur lange terugvaart in een kleine nutshell duurde voor ons gevoel eindeloos lang, alles om ons heen werd steeds meer pikkedonker: toffe prestatie van onze jonge kapitein om op zicht zo’n bootje tussen al die eilanden en rotsen, maar ook twee grote zeilboten en een reuze cruiseschip te manoeuvreren. Om 20.15 uur arriveerden we in de kleine vissershaven van Lipari. Iedereen was wat wankel op de been en dat niet vanwege de ‘schnaps’ die we kregen aangeboden tijdens de eerste vuureruptie. Terug in ons pension hadden we zelfs nog de energie om een eenvoudige pastamaaltijd te bereiden en met smaak te eten.
22 oktober: Vandaag hadden we ons een wandeling naar het zuidpunt van Lipari met een grandioos zicht op het buureiland Vulcano voorgenomen. Gesterkt met een ontbijt op het dakterras en een koffie op de hoofdstraat liepen we via een prettige weg het stadje uit.





Al gauw werd de weg dan toch onduidelijk. Dat gebeurde gelukkig niet alleen ons, onderweg kwamen we nog 5 dwalers tegen. Uiteindelijk vonden we dankzij wegwerkers de weg. De wandelweg was nog niet helemaal aangelegd, dus ook Google konden we niets verwijten.




Uiteindelijk lukte het ons toch het zuidelijke uiteinde met prachtig zicht op Vulcano te bereiken. Vlak onder de top zie je ook uit de vulkaan op dit eiland een ´gordijn van rode vlammen. Via nog weer een andere spannende weg liepen we terug naar ons stadje.




Stil was het hier overal, geen dorpen, zelfs geen gehuchten, alleen wat appartementen of 2e huizen. Vlak voor het stadje ontdekten we ook nog een heerlijk strandje. Moe, maar verrijkt met het idee, dat er op Lipari toch veel meer aan de behoeftes van natuurliefhebbers en wandelaars gedaan zou kunnen worden.
Na de siëstapauze zijn we nog ruim 3 uur op de burchtheuvel in de stad met een wereldberoemd archeologisch museum, de kathedraal San Bartelomeo en opgravingen uit de Griekse periode, verbleven. Het museum was overweldigend! Buiten Griekenland zal je nauwelijks collecties van deze omvang en van deze ruimtes (binnen en buiten) zien. Te veel! De kathedraal was – bijna gelukkig – dicht en dat gold ook van andere interessante gebouwen.










Het is een wonderlijke wereld ‘daar boven’ op de stadsheuvel, de uitzichten zijn overal heerlijk – zee, stadje, een zee van dakterrassen alleen al, en het verdere eiland – maar veel straalt ‘vergane glorie’ uit, is toe aan renovaties, nieuw elan! Deels gebeurt dat ook wel. Deze site is potentieel van topkwaliteit, maar werd nu nauwelijks bezocht. Terug thuis, klopte onze pensionbaas Bartolomeo op de deur. Even afscheid nemen m.b.v. Google translate maar toch ook nog even 3 kusjes op de wangen. Alle drie blij dat wij leuke dagen hebben gehad!
23 oktober: Al vroeg richting het loket voor de bootkaartjes naar het vaste land van het grote eiland Sicilië. Paar euro’s goedkoper dan de heenvaart, Sicilië blijft raadselachtig. Nog een laatste koffie op het busstation en dan maar wachten op de vertraagde boot. Die zat 3/4 vol, weemoedig stapten we aan boord: ‘Wij komen terug’… Iets voor 11 uur voeren we de haven van Milazzo binnen, deze keer vast van plan de bus te halen!





Dat lukte ook, o.m. door hulp van een reisbureaudame en Emely, een Amerikaanse bleek later, die ook vast vertrouwde in een bus naar het 4 km verderop gelegen station. Lukte ook uiteindelijk, na 4 andere buschauffeurs lastig te vallen, en dan ook nog gratis. Waarom?? Compensatie voor het leed op de heenreis? Emely bleek ook nog een aardige partner te hebben, en we overbrugden de busreis, het wachten op de trein naar Napels/Rome, en een groot deel van de treinreis met aardige gesprekken over onze wederzijdse vakanties, verschillen tussen Europa en de VS, gepensioneerd te zijn, maar toch ook over werk dat we voor ons pensioen gedaan hadden. We passeerden weer met onze trein op de boot Messina naar Villa San Giovanni – ook de tweede keer bleef het een heel bijzonder spektakel! In Salerno stapten Emely en haar man na een gezellige, onderhoudende reis samen over op een supersnelle trein, Frecciarossa (Rode Pijl), naar Rome. We arriveerden volgens plan om 19.15 uur in Napels en vonden gauw ons schone, basic pension in een wonderlijk oud woningbouwcomplex met binnenhoven, 5 (!) trappenhuizen van A-E, 6 verdiepingen hoog met zelfs enkele bedrijfjes, winkels en kantoren binnen het carré. Een dorp in de grote stad. De eerst wat norse eigenaar werd vriendelijk na een bescheiden tip, sleepte onze grootste rolkoffer naar de lift en liet ons trots vanaf ons tijdelijk balkon de Vesuvius zien: kamer met vulkaan in zicht!


Op het terras van een nabij restaurant lekker gegeten en gedronken, maar vooral ook nog een keer met een Amerikaans stel (nog ouder dan wij…) aan de praat gekomen. Weer onverwachts leuk! Zij waren vooral vol lof over het museum Capadimonte met een volgens hen heel moderne multimediale presentatie. Dit moesten we zien en beleven!
24 oktober: begon met een vers, lekker ontbijt in een nabije koffiebar. Het duurde wel even voor we die plek gevonden hadden; dat gold terug ook voor onze kamer (wat een wirwar aan trappenhuizen) en dat zouden we de hele dag blijven vaststellen: Napoli is een dwaze stad, met weinig regels, ordening, enig gevoel voor efficiëntie (sorry Napolitani voor wie dit natuurlijk ook niet allemaal geldt). We zouden maar een complete dag in Napels verblijven, dus wij besloten de stad deels maar op ons af te laten komen, ‘verantwoord’ te dwalen, maar ook het oude, veilige centrum met hoofdwinkelstraten, pleinen, musea, kathedraal etc. niet helemaal buiten beschouwing te laten.






Het verkeer was natuurlijk het eerste wat ons opviel: nog veel waanzinniger dan in de overige steden die we tot nu toe bezocht hadden, een onvoorstelbare chaos! Je begrijpt niet waar fietsers, scooters, brommers, auto’s en zelfs kleine vrachtwagentjes overal kunnen rijden, in de weg staan, dubbel en drievoudig geparkeerd kunnen staan. Zonder enig respect voor regels, politie e.d. Het went, maar je zintuigen moeten wagenwijd openstaan, je reflecties en reacties soms bliksemsnel zijn, anders overleef je het hier echt niet! Het lukte ons samen maar nét.



Napels blijkt een mix van statige, hoge gebouwen, één stijl, verschillende kleuren, brede lanen (corso’s) en tussenin een meer kashba-achtige wirwar van kleine straten en straatjes. De stad leek ons – afgezien van de representatieve hoofdstraten en de omgeving van de kathedraal – zelfs in vergelijking met Palermo, viezer en rommeliger. Derde Wereld in Europa heet dat dan al gauw. Toch heeft de stad ook grandeur, vooral uit vroegere tijden (2e helft 18e eeuw b.v.), met de obligate kerken, het (bij)geloof op elke hoek, zo alledaags. Zo zagen we 2 werkplaatsen voor de bouw van aandoenlijke kerststalletjes en aten we ’s avonds in een trattoria annex huiskamer, televisie keihard aan, waar de eigenares en een bezoeker een hele rozenkrans mee zaten te bidden met de televisiepastoor, hard op (het was tenslotte Mariamaand).


Wel lekker gegeten, authentiek, bijna opgenomen in de familie. Terug naar ons verhaal: toen we ’s middags terugkwamen voor onze lunch en siësta, besloten we eigenlijk de stad te ontvluchten richting een leuke kleine badplaats of een vissersdorp vlakbij. Dat bleek al gauw 40 km verderop met onvoldoende treinaansluitingen. Dus: toch maar naar dat grote museum op de heuvels boven Napels, Copadimonte. De bushalte gauw gevonden, wel een halte te vroeg uitgestapt. Via 100 traptreden en – gelukkig heel kort maar – langs een levensgevaarlijke stadssnelweg toch het museum in het park bereikt. Een weelde van rust en groen: een Engels parklandschap met mediterrane invulling (prachtige hoge dadelpalmen b.v.) en een enorm groot en lang kasteel.


Wij volgden met head-phones op de meest bizarre museumstocht van ons leven: zaal naar zaal een mix van vaste tentoonstellingen maar dan aangevuld met passende verhalen, muziek, filmprojecties, hele ensceneringen met poppen etc. die operettes en opera’s verbeeldden. Gewoon prachtig!






In heerlijke ruimtes (hier woonde ooit de Europese ‘hoogadel’) met uitzichten op de bergen en de zee. Volkomen gescheiden van de armoede, het gekrioel en de waanzin aan de voet van hun rijk. Het confronteerde ons weer eens zo duidelijk met de kerkelijke en wereldlijke macht die zich zo schaamteloos kon verrijken ten koste van hun onderdanen. Emotioneel heen en weer geschud gingen we daarna toch genieten van een belvedère met heerlijke uitzichten over Napels. Als de afstand voldoende is lijkt Napels een heerlijke stad!



Na deze ‘andere wereld’ wandelden we dan weer naar beneden het drukke stadsleven in. Ongelofelijk hoe mensen toch nog waardig in flinke armoede leven, met mini-handeltjes ‘in handen’, de uitstalling hangend aan hun lijf, op doekjes op de stoep, in mini-kraampjes – honderden keren nering gezien die niet voldoende kán zijn voor een fatsoenlijk leven! Bijzonder ook in deze grote stad: je loopt op een brede straat naar beneden, over een brug en ver onder je ligt weer een hele wijk die je met een heel lange lift zou kunnen bereiken. Even twijfelen en dan toch maar doorlopen naar de metro om vervolgens weer in een andere wereld te belanden. Een behoorlijk veilig plein, stel je dan vast. ’s Avonds laat kwamen we tenslotte moe, ongelofelijk geprikkeld (alle emotionele kanten op), ruim 25.000 stadsstappen in de benen weer thuis. Napels overleefd, wie kan ons nu nog wat???
25 oktober: Het einde van het Italië-gedeelte van onze reis kwam nu onherroepelijk in zicht. Op tijd naar onze ontbijtbar voor koffie en zoetigheid en vervolgens op zoek naar de trein naar Bologna onze laatste overnachting in Italië. Volgde een mooie treinreis door Toscane, langs Rome, vele herinneringen, weemoed – toch maar gewoon doorreizen. Op de gewenste tijd in de befaamde universiteitsstad nét niet meer in Midden Italië, toch al eerder Noord-Italiaans. Het viel ons vooral direct op in het verkeer – veel relaxter, veel meer fietsers en wandelaars. Onze Airbnb-host Grace kon ons tegen 13 uur niet even binnenlaten om de bagage neer te zetten. Flauwe smoes. Dus moesten we de bagage opgeven, 18 euro voor 3 stukken. Tot tegen 16.30 uur genoten we in volle teugen van de stad. Kilometers lang kun je hier droog en regelmatig met prachtig uitzicht of langs etalages onder arcaden lopen – ongekend!



Veel tijd besteed aan twee grote kerken, de Cattedrale di San Pietro (viel tegen, te breed, te grof) en de Basilica di San Petronio, beiden aan het Piazza Maggiore, het geweldig grote plein met bijbehorende gebouwen.




De laatstgenoemde kerk is opener, speelser en in onze ogen veel mooier dan de kathedraal! Ook natuurlijk nog een markthal bezocht en cadeautjes voor onze buurvrouw gekocht. En weer verder gedwaald door deze jonge (wat inwoners betreft), levendige en indrukwekkende stad.




Ook nog lang met koffie op een terras gezeten en naar het voorbij slenterende of haastende volk gekeken. Bologna wordt duidelijk minder ‘overspoeld’ door miljoenen toeristen dan andere befaamde Italiaanse steden.






Tegen 17 uur gingen we op het station onze bagage ophalen en snel naar ons slaapadres. Bleek 6 verdiepingen hoog in een streng bewaakt, duur complex, scala A. Zoeken, zoeken,,, Grace vertikte het haar achternaam door te geven cq. de verdieping. Ga maar zoeken! Uiteindelijk sms-te ze de gegevens wel. Boven aangekomen bleek onder een niet schone sprei geen tussenlaken te liggen – Pijnlijk om te moeten vragen. Toch bleef ze cool, alsof haar geen blaam trof. Vreemde gastvrouw met een veel te goede reputatie. We kenden Airbnb tot dan toe als redelijk betrouwbaar… Toen we ’s ochtends vertrokken sliep ze nog, zogenaamd. Er volgden wel excuses terwijl we al bijna in Zwitserland reisden.
26 oktober: 9.50 vertrok onze boemel naar Milaan langs leuke, bekende steden als Modena, Reggio Emilia en Parma én we zagen de Po! Maar verder ook veel saai, vlak land tot we in de volgende trein naar Chiasso en Lugano zaten cq. verder reisden naar Basel.





Weer heerlijke Alpen panorama’s, prachtige meren, comfortabele treinen. En het bleef mooi warm! Tegen 20.26 uur arriveerden we in Offenburg, een zuidwest Duits stadje van 50.000 inwoners ter hoogte van Straatsburg, tegen het Zwarte Woud aan gelegen. We vonden het adres in de binnenhof van een groot Duits huis snel. De gastvrouw Margrit bleek vriendelijk, behulpzaam, zoals je het wenst. Geen paspoort gedoe, zij vertrok de volgende ochtend al vroeg naar Berlijn, mochten we iets willen weten: de Syrische buurvrouw of haar man waren er voor eventuele problemen. Zo kan het dus ook: prima kamer, badkamer, rust!! Tegen 21 uur zijn we nog bij een groot restaurant/kroeg, “Laubenlinde” (eerder iets voor een echt grote stad) naar binnen gegaan. Druk, gezellig, multi-culti, goede muziek, goede kleine maaltijden. We bleven er nog tot we echt moe werden, tegen 22.30 uur. Moe, maar ook zeer tevreden gingen we naar bed, de wintertijd tegemoet slapend…
27 oktober: Al vroeg, tegen 8.15 uur (eigenlijk 9.15 uur), al bij de nabij bakkerij annex café Armbruster: croissants, cake, koffie als geïmproviseerd, mediterraan ontbijt. Dan, voldoende gesterkt, kennis gemaakt met het zondagse Offenburg.



Eerst was alles nog heel stil, leuk om in alle rust de relatief kleine, maar aangename zuid Duitse binnenstad te bekijken. Zo kwamen we ook De Salmen, een historisch gebouw uit de Duitse politieke geschiedenis tegen. Jammer genoeg was het gebouw op zondag gesloten. Nog een koffie in het eerste café dat er openging, nog een rondje sightseeing – al twee rondleidingen bezig op het grote plein – en dan terug naar het station.





Per trein naar het nabije kleine, romantische Gengenbach, een fraai wijnbouwstadje in het Zwarte Woud, ingebed in heerlijke, kleurrijke wijnbergen! Een openbaring, nooit van gehoord, toch even mooi als de mooiste vakwerkdorpen in de ruime omgeving van ZW Duitsland en de Franse Elzas.






We genoten van het rondstruinen, elke pauze op een bankje of terrasje om uitrustend rond te kijken. Ontdekten een heerlijke kruidentuin achter de grote Benedictijner kloosterkerk, gingen rustig zitten en mijmerden over onze (nabije) toekomst. Heerlijk! Ondertussen liep het stadje vol met zondagse toeristen uit de buurt maar vooral ook het nabijgelegen Frankrijk; gewoon een fijne internationale sfeer. Na een tijdje opzuigen van kleinsteedse cultuur – we bezochten een prachtige kloosterkerk met bijzondere muur- en plafondschilderingen, een fraaie kansel, een maquette met het Bijbelse verhaal (nooit zo gezien) – besloten we nog een mooie korte wandeling door bosjes en wijnbergen met de gedroomde vista’s op het prachtige stadje te zoeken.















Dat lukte uitstekend en gemakkelijk. Wij wandelden naar een ca. 100 m hoger gelegen mooie St. Jakobskapel. Heerlijk uitzichten in alle windrichtingen: na Cefalù en Lipari werd dit de derde keer tijdens onze lange reis dat we verhuisdromen hardop uitspraken, en begonnen om rondkijkend te dagdromen. Zo komen we misschien toch weer terug op onze oude woondromen in deze mooie omgeving van de Elzas, Kaiserstuhl, Vogezen, Zwarte Woud, Breisgau e.d.






Dus de uiterste zuidwest uithoek van Duitsland tegen Frankrijk en Zwitserland aan met vloeiende gradiënten (in zoveel: wijn, eten, stedenschoon, vakwerkhuizen, landschap, carnaval…). Wie weet komen we hier gauw terug?!? In de late namiddag weer terug naar Offenburg, in het mooie café Kakadu (lekkere Portugese wijn) en dan naar het tegenover gelegen Indiase restaurant voor een prima maaltijd. Alles bij elkaar een heerlijke, echte laatste vakantiedag, nr. 33…





28 oktober: Vanochtend voor het eerst miezerregen. Cornetto’s bij bakker Armbruster aangevuld met twee flinke brezels met kaas voor onderweg en op station nog een koffie. Exact om 9.30 uur begonnen we aan onze terugreis naar Texel. Margrit voor vertrek nog wel hartelijk bedankt voor haar gouden tip Gengenbach en Kirsten, Willy’s jongste zus, gefeliciteerd met haar 52 ste verjaardag! Om 18 uur arriveerden we na een rustige reis volgens plan weer op de Potvis in ´t Horntje.