Onze 5e Italiëreis reis van Pisa via Sienna, Cinque Terra, Genua, Turijn naar Susa
12 oktober – 1 november 2013
Zaterdag 12 oktober: Met de bus van 9.30 uur op Texel naar de boot van 10 uur tot Den Helder en dan per bus en trein richting Schiphol; afhandeling van de vlucht naar Pisa en dan een vlucht van anderhalf uur probleemloos naar de Toscaanse stad aan de Arno. Grappig dat je vanuit vliegveld Pisa zo de stad in kon wandelen. Tegen 17 uur rolden we al met onze koffers hotel Mazzini 16 binnen.


Even gauw de bagage uitgepakt en dan al snel een lange wandeling ondernomen door het oude centrum naar het Piazza dei Miracoli, het uitgestrekte open veld (veel groen dus ook), waar naast de wereldberoemde scheve toren ook een prachtige dom, een baptisterium en andere bijzondere gebouwen te bewonderen zijn. Terug door de schemerlichten van de oude stad, langs een ambachtelijke markt, pleintjes etc. naar onze wijk en al echt genoten van Pisa. Aan ‘onze’ kant van de Arno op een sfeervol plein lekker (home made) gegeten. Daarna gingen we moe maar zeer voldaan naar bed. Twee tegenvallers: we waren onze memory card in de camera vergeten en ’s nachts heeft een ‘idioot’ bijna een uur lang op een deur geklopt om binnen te mogen komen (zo klonk het tenminste).
Zondag 13 oktober: naar Lucca






Een prachtige Toscaanse stad, volledig omgeven door hoge muren, bijbehorende poorten, veel pleinen en pleintjes, waaronder het hoofdplein Piazza dell’ Anfiteatro. Gebouwd op antieke amfitheaterresten. Overal heerlijke straatjes, 51 kerken waaronder enkele ‘reuzen’, zoals de dom San Martino, vele torens, waaronder de unieke Torre Guinigi met een ‘bosje’ on top, winkelstraten, paleizen. Zoveel zichtbare lagen geschiedenis: Romeins uiteraard, middeleeuws/renaissance, tot in de nieuwe tijd. Soms moesten – en konden we gelukkig – even rusten op terrasjes, bankjes of kerkbanken. Een prachtige dag, wel geen passende memory card gevonden.
Terug in Pisa vanaf het station in richting van de hoofdwinkelstraten gewandeld, die tot onze verbazing voor 90% geopend bleken. We waren zeer verbaasd over de feeërieke sfeer en drukte op een zondagavond! Promeneren én winkelen door elkaar. Tegen 20 uur belandden we in een Indiaas restaurant voor een goede maaltijd. Later op de avond vonden we eindelijk – viva Google! – een Sonywinkel in een buitenwijk die morgen om 15.30 uur zijn deuren pas weer zou openen. Hopelijk!
14 oktober: Na een typisch Italiaans ontbijt – koffie/thee en een cornetto – door onze wijk richting het oosten gelopen. Ook mooi, relatief stil, want op maandagochtend werkt meer dan de helft van de Italiaanse middenstand niet, niet zichtbaar of pas later in de namiddag. Voor we over de Arno liepen zijn we nog even een park met vestingwerken, Giardino Scotto, binnengelopen.




Twee kerken hebben we ook nog kort bekeken. In de beginnende regen zijn we dan richting Piazza dei Miracoli gewandeld. We moesten even in de rij staan (zelfs eind oktober nog) om tickets voor 4 bezienswaardigheden (8,- euro p.p.) te kopen. Drie daarvan hebben we direct bezocht: het Camposanto, het Battistero en de Duomo; attractie nr. 4, een museum, bewaarden we voor later. De drie bezochte locaties verdienen apart al, en zeker samen de superlative naamgeving Campo dei Miracoli, Veld der Wonderen.









Camposanto, de ommuurde begrafenisplaats – eerder een zuilengang, een reuze-kloostergang met fresco’s en prachtige tomben en grafstenen – het baptisterium, de grootste doopkapel van de wereld, een werkelijk ongelofelijk rijk gebouw, met een zeer hoge koepelruimte voor doopplechtigheden en een fantastische preekstoel en doopvont uit de 13e eeuw. En dan pas het summun, de kathedraal (dom) Santa Maria van Pisa. Alles is gewoon onvoorstelbaar fraai en harmonieus en de beïnvloeding van de Italiaanse renaissance en de Ottomaanse architectuur is zo heerlijk zichtbaar. Hiervan moesten we even met een goede lunch en een korte siësta bijkomen. Daarna werd het tijd om in een andere wijk eindelijk een memory-stick voor Willy’s stokoude Sony-camera te kopen. Veel te duur, bij “Il Fotoamatore”. Na veel heen en weer een klein Sony’tje voor Marianne gekocht (2x de prijs van de stick, maar toch veel zinniger). Tussen 17 – 18.45 uur zijn we nog kriskras door Pisa gelopen en hebben nog veel foto’s gemaakt tot het begon te schemeren.



Wel nog iets nieuws, nr. 4 van ons ticket, bezocht: het Museo dell’ Opera del Duomo, een mooi gebouw, een soort Dom-schatkamer. Daarna werd het echt tijd om uit te rusten, onze ogen vooral wat rust te gunnen; en dat ging prima samen met een goede maaltijd! De hele tijd vergeten: Het meest beroemde gebouw op het Campo dei Miracoli, de Scheve Toren van Pisa, eigenlijk gewoon de klokkentoren van de kathedraal, 55,85 m hoog, is vooral iets om met verwondering naar te kijken, ‘grappige’ foto’s te maken, of (als het mag) te beklimmen voor een fraai uitzicht.
15 oktober: Vroeg op, afscheid van Pisa, vóór 9 uur al op het station, ontbijt aldaar, dan met de trein naar Livorno aan de Middellandse – of specifieker, Tyrreense – Zee. Dat viel een beetje tegen, zoals voorspeld, zeker in vergelijking met de overige Toscaanse steden. Langs de Tyrreense Zee strekken zich teveel haven- en industrieterreinen uit in plaats van mooie stranden. Ook zijn er teveel gigantische stenen promenades en de plekken waar je kunt zwemmen zijn na het seizoen regelmatig gesloten.




Leve de Hollandse-, Zeeuwse- en Waddeneiland-zandstranden! Rond het middaguur gingen we dus weer terug naar Pisa, daar hadden we een uur wachttijd voor we om 13.30 uur verder konden reizen naar Siena, waar we tegen 16 uur arriveerden. Vaststelling tijdens de treinreis: het Toscaanse platteland is haast even volgeplempt en lelijk als de Randstad, alleen waar heuvels opdoemen komt de wereldberoemde schoonheid van het landschap nog steeds uit de verf en tot haar recht. Het appartement in Siena maakte weer alles goed voor de tot dan toe matige dag: een ruim en mooi appartement, in sfeervolle omgeving, zagen we toen we al gauw nog een eerste rondje verkenning en boodschappen deden. Met wijn, kaas, brood en druiven en dan lezen in een reisgids en brochures van de VVV werd het nog een gezellige eerste avond in Siena.
16 oktober liepen we al tegen 9.30 uur buiten en begon de lucht na een regenachtige nacht zichtbaar op te klaren. We maakten een eerste wandeling door de nabije wijk naar de tegenover gelegen heuvel waar we zo heerlijk vanaf ons balkon tegen aankeken. Maar het eerste wat opviel, wat je echt niet kon missen, waren overal portretten van de winnaar van de laatste befaamde paardenraces – de Palio – een superfeest op het grote plein van Siena, Piazza dei Campo. Werkelijk overal hingen kleurrijke vaandels en vlaggen. Verder lopend werden we bij toeval gelokt door een gebouw met de vreemde naam Instituut voor Fysiocritici – what ever it could be. Bleek een prachtig oud natuurhistorisch museum met verzamelingen van zo ongeveer alles wat leeft of leefde op aarde. Prachtige vitrines, kasten, lades en ruimtes vol collecties in een voormalig klooster.





Ook onder de grond – moeilijk te zeggen waar kelders beginnen in oude gebouwen tegen een hang aan – waren nog vele gangen en ruimtes vol opgravingen; ach, als je ergens graaft in Italië… Achter het gebouw, de heuvel naar beneden, lag nog behoorlijk verborgen een fraaie botanische tuin. Terrasvormig aangelegd, héél groen (overal prachtige moslagen onder bomen en struiken), maar ook (resten van) een prachtige laag van voorjaarsplanten tot in het dal waar de tuin in stijl eindigde in een verwaarloosde boomgaard en een deel van de stadsmuur. Een prachtig ensemble, zeker ook de oude kassen die we niet mogen vergeten.





Tijd voor een fijne, rustige lunch, ergens vlakbij in de buurt, voor we dan richting Piazza dei Campo, hét centrale plein, liepen. Maar eerst rustig de kathedraal benaderen en even buiten in de zon gaan zitten kijken naar al die schitterende architectuur. Uiteindelijk kochten we toch kaartjes voor een bezoek. Altijd vervelend, een kerkbezoek te moeten betalen, maar deze was het dubbel en drievoudig waard: wat een kleuren, complete marmeren vloeren, prachtige schilderijen, grappige/vreemde zuilen (zwart-witte zebraringen) fresco’s in de bibliotheek, een beschilderde koepel, een prachtig gebeeldhouwde preekstoel, koorbanken etc. Hoogst indrukwekkend! Tussendoor soms even zitten en uitrusten. En dan kwam toch het moment om ons van zoveel weelde los te maken.








Vandaar durfden we het toch om de volgende wereldsensatie, Piazza dei Campo, een van de fraaiste middeleeuwse pleinen ter wereld, te bezoeken. Komvormig gelegen, met prachtige renaissancegebouwen uit de 13-15e eeuw, waaronder b.v. het stadhuis, Pallazo Pubblico, en een enorm hoge toren voor zijn tijd, de 102 m hoge, sierlijk-slanke Torre di Mangia. Opvallend was, naast de verder eveneens prachtige, harmonische bebouwing, ook nog een kuipachtige openbare fontein en het feit dat het plein golft en zichtbaar opgedeeld is in 9 segmenten.





We hebben aansluitend aan de ‘pleinbewondering’ ook nog enkele zalen van het Pallazo Pubblico bezocht, met een verbijsterende hoeveelheid kostbare muur- en plafondschilderingen en schilderijen. Welvaart ten top: zalen van wel 8-10 m hoogte! Vanaf twee loggia’s (overdekte terrassen) van het gebouw had je een heerlijk uitzicht over de stad tot diep het landschap in.






Tegen 17 uur bleken we dusdanig onder de indruk van alles – zo niet overvoed – dat het ons duizelde. De rest van de avond besloten we uit te rusten, te lezen, verder te dromen over de voortzetting van de reis. Het prachtige Siena mocht even bezinken!
17 oktober: Een mistige morgen (< 50 m zicht), maar de zon probeerde al snel, iets na 9 uur, door te breken. En toen dat een keer gebeurd was, tegen tienen, werd het verder een perfecte zomerse dag van > 20 °C in de schaduw met een hete zon! Tot tegen 13 uur, de lunchpauze, bezochten we ’s ochtends het gigantische vm. ziekenhuis – tegenwoordig een prachtig museum – Santa Maria della Scala.




In de keldergewelven en -krochten bevonden zich nu bijzonder mooie collecties Etruskische kunst- en gebruiksvoorwerpen, urnen e.d. Ongelofelijk mooi vormgegeven en ingericht. Maar ook een kerk en een fantastische tijdelijke fotoexpositie ‘Mc Curry’. In een tweede kerk, boven de grond bevonden zich schilderijtentoonstellingen, een tentoonstelling over het feest der feesten, Palio (paardenrace op het grote plein) etc. Te veel om op te nemen…





Even voor de afwisseling naar buiten, langs de geweldige dom, over de Piazza en dwalend door straten en steegjes naar huis – lunchpauze/siësta! Na die pauze hadden we sterke behoefte om even ‘het groen in te duiken’: mooie stukjes stadsnatuur in het dal Orto dei Pecci met boomgaarden, groentetuinen, een mini-boerderij en een uitspanning.





Van hier probeerden we de stad écht uit te lopen richting Certosa (vm. klooster, nu hotel). Mooie Toscaanse vergezichten, kronkelende wegen en toch frustrerend: geen stoep, relatief veel verkeer en ook geen terrasje of picknickplek onder lommerrijke wijnranken o.i.d. Ook al is het dan de millennia oude Via Francigena:

hier werd je doodmoe van! 17 uur waren we weer thuis, uitrusten, stilte, midden in de drukke stad. ’s Avonds gunden we ons, na de planning van de komende dagen, een maaltijd buiten de deur in een leuke, aangename en lekkere Osteria.
18 oktober: Tegen 10.15 uur haalden we op het nippertje (stonden lang voor de verkeerde halte) bus 130 richting San Gimignano. Het kleine broertje/zusje van Siena (7.500 i.p.v. 52.000 inwoners), ook weer zo’n sprookjesachtig mooi ensemble van kunst, cultuur, stadsnatuur en geschiedenis. Bijna een hele heerlijk zonnige herfstdag lang genoten we van dit juweel van Toscaanse stedenbouw: een stadje, tegen de heuvel aan gebouwd met veel trappen, steegjes, straten, poorten, een keur aan prachtige huizen, kerken en paleizen maar vooral ook 14 stoere torens. Volledig omringd door muren, (bijna) 100% middeleeuwse sfeer en als geheel UNESCO werelderfgoed. Vanuit het stadje heb je rondom heerlijke uitzichten op het omringende Toscaanse herfstlandschap. Hopelijk worden de verbindingen met het omringend landschap, de omringende natuur ook in de toekomst nog met zoveel zorg beheerd. We deden, voor ons doen, rustig aan, genoten – veel zittend in de schaduw – van de sferen, de mensen, de muziek en de aanwezige natuur in en om de stad (vlinders, hagedissen, mediterraan groen, de laatste bloei in beplantingen en spontane begroeiingen). Hieronder een keuze uit vele foto’s, in chronologische volgorde tussen 11.30 – 16 uur genomen. De laatste overzichtsfoto hebben we geleend van Internet.

























19 oktober: wat een dag… het begon allemaal volgens plan. Vroeg uit bed, goed geslapen, opgefrist en ontbeten, de laatste resten gepakt en dan koffer rollend naar de bus richting Stazione di Siena. Ruim op tijd voor kaartjes, koffie en nog iets lekkers voor onderweg en dan met de trein van 10.41 uur naar Empoli, het overstapstation op weg naar Pisa.



We belandden in een overvolle trein met veel mensen die moesten staan en velen die ook in Empoli wilden overstappen; in een moeizaam ‘gevecht’ zou het ons lukken de snelle IC naar Pisa nog nét te halen. We hadden zelfs twee zitplaatsen bemachtigd, de deuren waren nog net niet dicht en Marianne realiseerde zich dat haar jasje + iPhone in de vorige trein was blijven hangen… shit, shit, shit! Eerst op het volgende station er uit, weer terug naar Empoli. Vlak voor het uitstappen kwam er controle in de trein, ‘a.u.b. uw kaartjes’. En die hadden we niet afgestempeld. Een strenge controleur liet zich niet vermurwen, 2x 5,- euro boete, rampje nummer 2 kon er ook nog bij – en nog een geluk dat ze hier geen Nederlandse boetes hanteren! Natuurlijk had de spoorwegpolitie in Empoli geen iPhone gemeld gekregen noch gevonden. Dus terug in de trein naar het hoofdstation van de regio, Pisa, diefstal gemeld en schriftelijk bevestigd en dan, met uren vertraging, naar ons doel van de dag, Manarola, een van de 5 fraaie dorpen van de Cinque Terre.


Daar op station aangekomen waren we al bang, dat we de deur van ons appartement niet open zouden krijgen. Gelukkig konden we in het kleine dorp wel gauw de jonge vrouw die de frisse, nieuwe woning beheerde via haar buren vinden. Vanaf dat moment werd een horrordag toch nog een idylle, want Manarola bleek werkelijk een schitterend gelegen dorp in een fantastische omgeving – zee, steile bergen, kleine wijngaarden en moestuinen op steile terrassen – droomachtig! Nog net voor sluitingstijd konden we bij de plaatselijke COOP winkelen, thuis iets kleins eten en drinken, douchen e.d. Morgen moeten we zo snel mogelijk naar de VVV, Wifi gebruiken en kijken dat niemand Marianne’s rekening gaat plunderen, maar ook iets bijzonders: een dag zonder mails e.d.
20 oktober: Na de licht rampzalige dag van gisteren lukte ons nu een compleet herstel van een fijn vakantiegevoel. Eerst nog lekker thuis ontbeten, dan langs de VVV (internetten lukte niet) en vandaar naar bar-restaurant Enrica vlakbij de haven. Goed advies van de VVV-dame, een schot in de roos: de eigenares praatte



perfect Engels (had een tijdje in Brooklyn gewoond), hielp even met de Wifi/het internetten, en serveerde een prima koffie met zoetigheid. Alle e-mails binnen, ING-bank en T-mobile i.v.m. iPhone-diefstal gewaarschuwd, nu konden we met een gerust hart beginnen aan een prachtige berg- en kustwandeling door dit fantastische Nationaal Park. Eerst op hoogte zien te komen via een enge trap langs terrasjes vol wijnstokken en groentetuintjes (zie foto’s 3 + 4), dan weer een beetje omlaag tot halverwege de steile rotskust langs een eigenlijk gesloten kustpad.










Het kon weer net na recente reparatiewerken – nieuwe houten en stalen bruggetjes langs de kust boven de kolkende zee (brrrr). Het bleek verder niet echt gevaarlijk, eenvoudig zelfs, maar die licht wiebelende hangbruggen boven de afgrond…





… en wij bereikten gauw het buurdorp, Corniglia. Corniglia bleek een kleinere versie Manarola: ook erg mooie gelegen, wel iets hoger gelegen langs de kust met vele steile terrasjes, trappetjes en ‘volgeplakte hellingen’ kleurrijke, typisch Italiaanse huizen en huisjes.



Inclusief prachtige groene omlijsting, rotskust en zee adembenemend mooi! Vandaar zijn we na een eerste verkenning van het dorpje per trein twee haltes teruggegaan tot het dorpje nummer drie van de 5 dorpen van het Werelderfgoed Cinque Terre, Riomaggiore. Nog zo’n belevenis, de mooiste kust met grillige rotsen, een haventje en een klein strandje met grote kiezels. De hoofdstraat leek meer een langgerekt plein door het midden van het eveneens langs de rotsen en bergen aangeplakte dorp. Wat een wonderlijke omgeving!!







Daar vertrokken we tegen half 7 ’s avonds twee haltes ver met de trein, voornamelijk door tunnels terug naar Manarola. Alle drie dorpen die we bezochten hadden dus stations met een heerlijk uitzicht op de zee en de steile kust.
21 oktober begonnen we met een treinreis naar het meest noordelijke dorp van de Cinque Terre, Monterosso al Mare. Natuurlijk heerlijk gelegen aan zee, in een ruime baai met hoge bergen op de achtergrond – het bekende verhaal. Maar wel een dorp met een nieuwer dorpsdeel, meer leuke badplaatssfeer, grijze kiezelstranden, enorme mediterrane begroeiing en beplanting.








Dichtbij, even enkele honderd meter langs zee en door een tunnel ligt het oude Monterosso, het echte broertje van de andere dorpjes die allen alleen tegen de hellingen aangebouwd liggen. Mooie pleintjes aan zee en bij de hoofdkerk. Het oude Monterosso werd door een ramp van bijna precies twee jaar eerder, 26 oktober 2011, getroffen door enorme aardverschuivingen en modder tot een meter hoog in de lagere gebouwen, waaronder de kerk. De schade aan gebouwen, infrastructuur (wegen en spoor) en mooie kust’aankleding’ was actueel nauwelijks nog te zien, wel op schrikbarende foto’s uiteraard. Maar wat een prestatie!! Vandaar wilden we eigenlijk naar het buurdorp Vernazza lopen (anderhalf uur klimmen langs de kust). Maar Marianne voelde zich niet sterk genoeg. Dus per trein naar Vernazza. En weer zagen we een prachtig dorpje, vooral aan de haven- en zeekant.



Voor 17 uur waren we al weer terug in ‘ons’ dorpje. Even uitrusten, boodschappen doen en toen begon er toch een regen- en onweersbui! We waren dolblij dat we niet gewandeld waren op de enge paadjes met stromende regen en onweer!
22 oktober: Vanochtend verlieten we met enige weemoed Manarola – na een rustig ontbijt, alles ´schoon en netjes’ achterlatend en met nog wat tijd voor twee cappuccino’s op terras – met de trein van 9.37 uur. Twee uur lang reden we door heel veel tunnels, maar werden we ook even vaak in een flits door prachtige kustgezichten of mooie beelden van kleine stadjes en dorpen verrast. Tegen het middaguur arriveerden we in hotel Mini (!) in de grote havenstad Genua.



Hotel Mini, bleek helemaal niet zo klein en onze kamer was prima. Even uitpakken, opfrissen, Wifi regelen, en dan door oud-Genova gezworven met korte pauzes op terrassen, trappen en op kerkbankjes. Verrassend fraaie stad met een kleine 100 paleizen en kerken in de binnenstad, een harmonisch geheel. Sinds 2006 staat sw kern van de oude stad op de Werelderfgoedlijst. Terecht naar ons idee.












En wat we die middag zagen was maar het begin. Voor de kathedraal kwamen we te laat en de hoger gelegen parken, paleizen en uitzichten over de oude binnenstad en de havensferen zouden we morgen pas zien. Misschien moesten we toch nog maar beter een dag langer blijven… Echt uitgerust in een ‘gewone’ Osteria, beetje haastig allemaal, te gewoontjes. En dan in hotel Mini nagedacht over de dagen na Genua. Zal het Avignon worden? Onbekend, uitnodigend, betaalbaar en je kunt daarvandaan met snelle treinen binnen een dag thuis op Texel zijn! Even nog een nachtje over slapen…
23 oktober: Na al die pracht die we gisteren al in een halve dag zagen gingen onze ontdekkingen van de rijkdommen van Genua vandaag gewoon door: na een bescheiden ontbijt (iets wat bij ons thuis dan weer weelderiger is) gingen we als opwarmertje naar de San Lorenzo Kathedraal. Een fraai, gigantisch gebouw met veel marmer, zebrazuilen, prachtige topschilderijen bij ieder zijaltaar, fantastische marmeren vloeren, fresco’s… maar toch wel ingetogener dan de meest barokke van gisterenavond (zie foto 11 hierboven). Daarna wandelden we bij nog zo’n gigantische kerk vlakbij, Chiesa del Gesú, even binnen: compleet barok, van onder tot boven een en al bladgoud, schilderijen, fresco’s en beelden. Ook Rubens heeft hier twee monumentale schilderijen achtergelaten!







Dan weer even terug naar een immens groot paleis tussen de beide reuze kerken: het Palazzo Ducale, het voormalige dogenpaleis (Genua had net als Venetië dogen als wereldse leiders). Tegenwoordig is er een archief gevestigd en worden de luisterrijke zalen – gratis te bezichtigen – voor congressen, symposia e.d. gebruikt. Alleen de toren kostte entree (mistig weer, dat geld konden we sparen). Na deze derde gigant werd het tijd voor een pauze – siësta is een fijne vinding!



Ter afwisseling trok het ons in de namiddag naar boven: per funiculaire (lift of treintje die je vlot de steile heuvels op transporteert) gingen we tot het hoogste punt, Righi, en op ons gemak wandelden we langs uitzichtpunten langzaam naar beneden. Een en al prachtige grote villa’s en paleizen omgeven door subtropische vegetatie en beplanting in fraaie tuinen en parken. Alleen aanhoudende sproeiregen weerhield ons hier trouwens om echt de stad uit te wandelen (dat had hier ook gekund!).




Later namen we, weer beneden aangekomen, een tweede funiculaire naar de wijk Castelletto. Van daar hadden we een heerlijk uitzicht over de oude binnenstad! En daar namen we een bus naar de Mercato orientale – die begon net weer alle deuren en kramen te openen – en wandelden door de omringende wijk. Ook allemaal stadspaleizen van de 19e eeuw. Wat een rijkdom!




Vol grootse indrukken terug naar ons Mini-hotel. Daar bakenden we het einde van deze vakantie af: wij besloten toch te vliegen vanaf Turijn (dus niet met veel te dure TGV’s via Frankrijk) en we hebben een dag Genua bijgeboekt want wij blijven optimaal lang: tot 1 november i.p.v. 29 oktober. En dat had alles te doen met de prijs van de vluchten. Feest, nog een week vakantie!! Later op de avond lukte het ons nog de vlucht naar Schiphol, 3 nachten in Susa, een sfeervol Alpenstadje in Piemonte, vlak bij de Franse grens, te boeken. In een Pakistaans restaurant schuin tegenover Mini hebben we lekker pizza gegeten terwijl er buiten zware regenbuien vielen.
24 oktober stond tot na de lunch in het teken van museumbezoek: de drie Palazzo’s Rosso, Bianco en Doria-Tursi met deels grote schilderijcollecties (oude Vlamingen, Hollanders en vele, vele Italianen uiteraard), maar ook stijlkamers (vooral in Rosso), die een beeld van de enorme weelde van de bewoners gaven. Verder waren er collecties van gebruiksvoorwerpen, Genuase munten en maten en een heus uitkijkpunt op de top van het Palazzo Rosso. Best wel eng, die smalle trap over het dak tot op een klein platform – wel een heerlijk punt om uit te kijken over de oude stad.










Na de lunch in het museumrestaurant zijn we doorgereisd naar een klein vissersdorpje, een eind de kust naar beneden, Boccadasse– opgeslokt door het reuze Genua en toch een eenvoudig, sfeervol plekje. En vooral: het herinnerde ons sterk aan de prachtige dorpen in de Cinque Terre. Wel vreemd die grote stad rondom. Wij zijn doorgewandeld tot een volgend ouder wijkje,




Sturla met een heus strand (grijze kiezelstenen) en dito prettige kijksfeer. Een van de strandpaviljoens was zowaar nog open met een zeer geïmproviseerde bar en krukken in kijkrichting van de zee. Een uur lang genoten van een biertje en alles wat er bewoog (23°C. was het er trouwens).






Vandaar afsluitend weer in volle bussen naar de oude haven en daar wat rondgeneusd. Het meest opvallende dat we van ver al zagen was Biosfera, een bolvormige structuur van glas en staal met een klein ecosysteem, dat in zich een tropisch regenwoud herbergt, ontworpen door de beroemde architect Renzo Piano.



Ter ere van Genua hebben we afrondend in een restaurant ‘alles’ vers uit zee gegeten: vis, garnalen, calamares, mosselen en als dessert een ijzige sorbetschuim met citroensmaak (erg lekker) die inderdaad een beetje op zeeschuim leek. Mooie dagen waren het, daar in Genova.
25 oktober: In de miezerige regen naar het station van Genova P.P. 10.16 uur vertrok daar onze trein richting Turijn (Torino) via Savona. Tussen Savona en de Povlakte reden we door een mooi middengebergte-landschap met veel bossen, kleinschalige landbouw en dorpen. De Povlakte zelf was iets om snel doorheen te rijden: een vlakke, saaie en rommelige, relatief grootschalige landbouwomgeving. Op het station Torino Porta Nuovo stapten we over naar Susa, ons volgende verblijfsdoel.


Hier hadden we voor drie dagen een hotelletje gereserveerd in een mooi stadje (6.000 inwoners) met de Alpen als achtergrond. We kwamen zowaar een uurtje eerder aan dan gepland omdat we na een sprintje een trein eerder nog konden halen. Het hotel bleek, verrassend, het beste tot nu toe (en de rest was zeker niet slecht): ruime, rustige kamer naar achteren, alle gewenste comfort en een pracht van een uitzicht op iets ongewoons: hoge bergen!! De eerste indruk van Susa was eveneens uitmuntend, ver boven de verwachting: een mooi Italiaans-Frans bergstadje met een heerlijke snelstromende rivier, prachtige dorpskern met een oeroude kerk, een Romeinse poort, heerlijke pleintjes, kronkelige straten en steegjes, veel collonaden, plantsoenen en parkjes met Romeinse resten (amfitheater, arch, castello) en overal verrassende vergezichten op de heuvels en lage bergen rondom (de hoge toppen van boven de 1000 m bleven op de eerste dag verborgen in de nevel). Spannend!








Nog meer schoonheden op onze eerste wandeling:






Fraaie verrassingen uit een ver Romeins verleden:







Ergens onderweg, op een onwerelds mooie plek, zagen we op een eenvoudig kartonnetje een appartement aangeboden ’te huur/te koop’… de droommachine draaide even op hoge toeren!!! ‘Dit afwisselen met Texel zou fantastisch zijn!’ Springzaad-inspanningen, ruimte voor gasten, rustzoekers, cultuur freaks…





Later, in de schemering, zat Willy nog op het balkon dagboek te schrijven terwijl de vleermuizen over hem heen scheerden. Wat wil de mens meer??? Gegeten hebben we in een druk restaurant met groepen carabinieri en gemeenteraadsleden (?) in een sfeer die duidelijk door Joan Miro beïnvloedt was (muren en plafonds).



Leuk om als compleet vreemden te gissen naar de rollen en functies van iedereen ‘in het spel’…
26 oktober werd een heerlijke, zonnige zaterdag in dit imponerende Alpendal. ’s Morgens even langs de VVV (voor wandelingen e.d.), vol verwondering kijken naar en fotograferen van de hoge bergen ‘uit de mist’, koffie, wassen (mocht worden opgehangen op het dakterras van ons hotel) en dan per trein langs de dorpjes van



het Susadal tot de Franse grens. Eerst gingen we een stukje terug (richting Turijn) naar Busseleno, ongeveer even veel inwoners als Susa, wel een andere sfeer, haast Ottomaans. Uitgebreid in het kleine centrum en het winkelstraatje rondgekeken.








Hier stapten we over op de trein naar Bardonecchia. Die gemeente maakte tot de Vrede van Utrecht in 1713 deel uit van de Franse provincie Dauphiné. Dit dorp viel tegen, duidelijk door de Olympische winterspelen van 2006 veranderd tot een pure wintersportplaats. Natuurlijk is het Alpenpanorama nog steeds prachtig!


Vandaar gauw weer terug en even uitgestapt in Oulx, duidelijk minder beïnvloed, een authentieker Alpendorp, vervolgens in Chiomonte uitgestapt: prachtig, stil, ook vanwege de tijd van de dag = siësta. Veel grijze, natuurstenen huizen, onoverzichtelijk, kronkelig, kashba-achtig gebouwd, vreemde sfeer.







Last but zeker not least dan nog Meana di Susa, op loopafstand van Susa: een hoog gelegen station, series trappen naar beneden en dan een uur gewandeld richting Susa door deels verlaten landbouwterrassen, deels nog kleinschalig bebouwde landbouwgronden en extensieve weitjes. Veel hoge stenen muurtjes, ruïnes, bosrestanten, verwildering. Een – hoe lang nog?? – pastorale sfeer, vooral toen we een Piëmontese koe met zuigend kalfje (enkele dagen oud) onder een boom zagen staan. Ontroerend!






Toen we terugkwamen in ons ’toch wel mooiste’ stadje hebben we de bijna droge was afgehangen en op ons balkon een aperitiefje – een wijntje, kaas en nootjes – genoten. Tegen 20 uur uitgerust gaan eten in een typisch Italiaans familierestaurant midden in het oude centrum – ouderwets, amusant.
27 oktober: De Wintertijd ging weer eens in, ’s ochtends was het nog 15°C. en de zon scheen. Met de trein van 10.09 uur gingen we richting Sant´ Antonio di Susa, een leuk dorpje, zondags slaperig, en vandaar verder tot Vaie – weer zo´n mooi dorpje – waar we met succes op bezoek gingen in het Museo Laboratorio della Preistoria.







Dit bleek een fraai opgeknapt gebouw met een mooie expositie over de pre- en protohistorie van het Val di Susa, ontwikkeld aan de hand van vondsten en experimenten in het nabije gebergte waar de vondsten vandaan kwamen. Heel interessant, heel aardige vrijwilliger die ons geduldig in langzaam Italiaans uitlegde hoe zij te werk gingen. Héél interessant ook voor de technieklessen-nieuwe-stijl van Pjotr Timmerman van de Arnhemse PABO! Wij zijn daarna ook het hele pad boven Vaie met grotten en vindplaatsen cq. laboratorio’s gewandeld






(en geklommen) en vandaar over rustige straatjes langs veld, bos en af en toe vergezichten – het ‘wemelt’ hier van de oude Tamme kastanjebomen! – langs de dorpjes Chiusa San Michele en Sant’ Ambrogio gewandeld – héél ontspannen. Het kleine straatje was sinds kort min of meer autovrij maar ooit de weg naar Francia (Frankrijk). Al wandelend doemde opeens de 600 meter hoger gelegen Sacra di San Michele, een klooster e.d. op een kale rots steeds indrukwekkender, een beetje zelfs afschrikwekkend, op. Hier klom je in oude tijden als pelgrim die de Via Francigena (een pelgrimsweg van Assisi tot Santiago die Campostella) volgde, niet zomaar onvoorbereid omhoog!




In het bos bij Vaie hadden we ruige stukken van dit vroegmiddeleeuwse stenen- en keien ezelspad leren kennen (glad met regen, zie foto boven). In Sant’ Ambrogio moesten we 70 minuten op de trein terug wachten – onthaasting in de enige kroeg-restaurant van het slaperige dorp. Tegen de schemering – vandaag al tegen 18 uur – terug van een heerlijke en droge dag in de natuur en oude cultuur.




Na een korte rustpauze trok ons het feeëriek verlichte Susa bij nacht nog sterk: even een mooie avondwandeling en dan ons verblijf in Susa waardig afgerond met een goede maaltijd.
28 oktober: Laatste ontbijt in hotel Susa & Stazione, direct tegenover het station van Susa. Dus ongekend makkelijk naar de trein van 11.20 uur naar Torino Porta Nuova. Aangezien de receptie van ons volgend hotel Sara pas om 12 uur opende hadden we nog even tijd om vlakbij een koffie/thee te drinken voor we onze leuke kamer – wel 3 hoog zonder lift – mochten betreden.


Zoals altijd: even gauw uitpakken, opfrissen en dan de directe en verdere omgeving verkennen. Eerste indruk: Turijn is enorm ruim, Haussmann-achtig opgezet. Kilometers lange avenues, heel grote piazza’s, een mooi park bij de Po, en ja, eindelijk deze grote Italiaanse rivier in het echt, van dichtbij bewonderd!




Mooi om te zien, hier in Turijn: veel groen langs de brede, groenige rivier met duizenden kleine visjes! Het meest ‘officiële’ centrum, de kern van Torino rond het Koninklijk Paleis, de Dom etc. leek ons bijna een beetje te ruim en kleurloos. Veel ook in renovatie, dus wie weet… Verder wel een stad vol grandeur!








Tegen 18 uur waren we echt moe. Een fraaie kerk redde ons voor instorting: even uitrusten, naar hotel Sara wandelen, drie etages klimmen… Eten gingen we bij de buren (zag er leuk uit).
29 oktober: zeer redelijk ontbijt met lekkere croissants. Tegen 9.15 uur wandelden wij richting station Torino Porta Nuovo, kochten daar voor ons beiden een gecombineerde O.V. + museumskaart (35,- euro) en genoten uiteindelijk er een lange dag tot 18.30 uur van. We begonnen deze zeer bijzondere ontdekkingsdag in het Museo Egizio met een buitengewone collectie Egyptische voorwerpen: standbeelden, sarcofagen, stelen, beelden, schrift- en beeldrollen etc. Te veel eigenlijk, soms twijfelden we een beetje aan de authenticiteit, de mate van restauratie.




Maar hoe dan ook: uiterst fascinerend! Na een koffiepauze belandden we toevallig in de tot dan toe meest indrukwekkende kerk – labyrintachtig qua bouw, heel rijk, sfeervol, maar ook open: we mochten ook door de sacristie naar een mooie kloostergang lopen, een crypte bezoeken, een tweede grote verrassing. Na een lunchpauze met een soort Italiaanse crêpes, gegeten tegenover Mole Antonelliana, bewonderden we dit buitengewone gebouw, dat ons gisteren al opviel (zie foto boven): ooit, na voltooiing in 1860, was dit het hoogste gebouw ter wereld (167 meter). Het is nu het Nationale Filmmuseum met een uitzichtpunt op 150 m hoogte. Daar zijn we eerst naar toe gegaan. In een volledig glazen lift zweefden we vrij door de immense koepel richting een torenspits. Adembenemend! Ook vanaf de grond bekeken al! Het museum zelf bleek ook spectaculair – veel kijkgenot, plezier, heel veel interactief – heerlijk!





Voor we het vergeten: vóór dit unieke gebeuren waren we ook al onder de indruk van een gigantische buitenmarkt en markthal (19e eeuws) in de buurt van Piazza della Repubblica. Van het filmmuseum wandelden we naar de Po, even doorademen langs de rivier en het vele groen.






Toevallig vertrok er om 17 uur een gemeentelijke boot een kwartier verderop naar het 19e eeuwse namaak-castello Borgo e Rocca Medievale langs de rivier. Net te laat voor een burchtrondleiding (no problem at all). Buiten rondkijken vonden we nog wel aardig: 200 jaar namaak is toch nog altijd leuker dan de Efteling…




Tram, bussen en boot hadden we nu allemaal uitgeprobeerd als vervoersmiddelen. Even terug naar onze wijk. Op zoek naar een restaurant voor vanavond pauzeerden we in een mooi theehuis met zoetigs en heel passend, een glas rode wijn.
30 oktober: we verlangden toch weer even voor de afwisseling naar enige afstand van het stadsgewoel. Zochten om te beginnen naar stadsbus 68, richting Sasse, gelegen aan de voet van de heuvels aan de andere Po-oever. De bus was overvol, toch er ingeperst, ruim halverwege de rit werd de bus leger, ruim voor de laatste halte zaten we nog als enige in de bus…


Ruim op tijd voor de tandradbaan in richting Basilica Superga, ruim 400 meter hoger gelegen (669 meter). Mooi moment voor een heerlijke cappuccino en dan met weinig volwassenen maar des te meer schoolkinderen in twee historische treintjes héél sloom – onthaasting – de heuvel op. Een heel grote koepelkerk, enorm hoog, verder wel saai.



De tomben van de Savoyse koningen vonden we ook niet erg boeiend. We keken liever rond in de natuurrijke omgeving met een aardig bezoekerscentrum. Hier begonnen veel lange afstandswandelingen door mooi, heuvelig- tot middengebergte landschap.


We kozen er toch voor met de tandradbaan weer naar beneden te gaan en dan met tram 15 naar het Museum voor Moderne Kunsten, het GAM. Na een korte lunch hebben we ons hier een hele tijd vermaakt, vooral ook in een temporaire Renoir-expositie (eerste keer in Italië).




Tegen 16.30 uur gingen we via een zo mooi mogelijke route richting ’thuis’, tenminste het laatste stukje onbekende wijk bleek levendig, multi-culti. Daar zouden we later gaan eten. De berg Superga viel trouwens een beetje tegen qua vergezichten: beetje te heiig en miezerregen om foto’s te maken of te wel terug te lopen.
31 oktober: druilerig weer was het op de laatste dag van die maand. Met tram 9 reden we naar een station aan de stadsrand, waar een sneltrein naar het vliegveld vertrok. We wilden even voor de zekerheid checken of het er niet te ingewikkeld of druk was. Vanaf het vliegveld gingen we per bus terug naar de Piazza Repubblica en daar genoten we weer van de prachtige grote markt.



Nu ontdekten we ook een boerenmarkt in een bijhal. Voor onze buurvrouw Riek kochten we een salviaplantje en een glas miele (honing). Vanaf de markt zijn we dan droog naar het Palazzo Madama gewandeld, een indrukwekkend voormalig koninklijk paleis waar nu een prachtige collectie sacrale kunst en een heerlijke verzameling oude schilderijen te bewonderen zijn. Hier hebben we ook lekker in koninklijke sferen geluncht: gezeten in een mooie veranda was er een buffet naar keuze voor 6,50 euro incl. water. Prima!




Van Palazzo Madama dan naar Palazzo Reale het nog veel grotere koningspaleis van de laatste koningen van Savoye en Italiaanse koningen tot na de 1e Wereldoorlog. Uitzinnige pronkzalen en b.v. wapentuig. Absurd. Bij Palazzo Madama lag nog een laatmiddeleeuwse tuin die ze langs 3 zijden van het paleis hadden aangelegd.










Na zoveel paleizen – en toch ook moestuingroen – hadden we afrondend zin om via ander groen – parken en plantsoenen met opvallend veel spelende kinderen (Halloween voorbereidingen)- richting de grote rivier te lopen. Vandaar liepen we via een buurwijk van onze woonbuurt terug naar hotel Sara.
1 november: ons vliegtuig zou ons vandaag pas na de middag terugvliegen naar Schiphol en onze bagage mochten we probleemloos bij de receptie laten staan. Dus er was alle tijd om nog actief afscheid te nemen van het toch verrassend mooie, levendige en afwisselende Turijn. En de zon scheen eindelijk! Sfeerwandeling door ‘onze wijk’, waar we nog toevallig de synagoge passeerden. In het chique, oude café Platti dan een cappuccino-stop en vervolgens in richting Valentinopark langs de Po. Zondags sfeervol (1 november is in Italië een feestdag, Allerheiligen), veel wandelaars (met of zonder honden en/of kinderen), joggers, roeiers op de rivier en mooie herfstige vergezichten.



Bij de mooiste organic uitspanning even op het terras langs de rivier onder wijndruiven en Blauwe regen afscheid van Turijn genomen (met rijstevlaai, koffie cq. thee).



Langzaam terug geslenterd naar hotel Sara. Hartelijk afscheid aan de receptie en dan rond het middaguur met tram en trein naar het vliegveld Madonna di Campagne. Alles probleemloos behalve dat we ons cadeautje miele (vloeibaar en meer dan 100 gr…) niet mee mochten nemen. Jammer voor de buurvrouw… Om 17.45 uur stapten we als eerste uit het vliegtuig op Schiphol. Alleen: Marianne’s koffer kwam maar niet op de band. Spannend! Met de laatste boot naar Texel en de koffer van Marianne zou een dag later pas met excuses per koerier op Texel ‘landen’.




