Grenzen verkennen 1
28 februari – 7 maart 2022
28 februari, een dag voor Willy’s verjaardag, begonnen we deze reis, redelijk zwaar bepakt (o.a. ook nog een rugzak vol etenswaren), wandelend naar de nabije veerhaven van Texel. De boot van tien uur bracht ons, zoals bijna altijd, betrouwbaar naar Den Helder, waar ons treinavontuur begon: via Alkmaar naar Maastricht, op Rosenmontag, dwars door Carnavalsgebied, maar ook met fraaie uitzichten in het rivierengebied op hoogwater en de eerste sleedoornbloei! Dankzij een ‘gratis’ keuze dag van de NS permitteerden we ons de luxe, 1e klas te reizen, om de grootste gekostumeerde drukte tussen Utrecht en Zuid-Limburg alleen van een afstandje te hoeven beleven. Om 16.20 uur arriveerden we in Aken op het hoofdstation en vonden we probleemloos het adres waar we een week zouden logeren. De ruimte paste precies in het beeld dat we verwachten, nog wel aangevuld met een onvermeld gebleven uitzicht op heerlijke oude binnenstadstuinen.


Even installeren en dan gauw op wijkverkenning; eerste boodschappen, maar vooral ook kijken naar de dom van Aken. Komt in de buurt van een wereldwonder: een prachtige, oeroude Romaanse achthoekige koepelkerk met fantastische mozaïeken en vloeren én een gotisch ‘aanhangsel’ met waanzinnig mooie kerkramen. Ongelofelijk fraai, alles, ook veel details!





Onder de indruk weer terug naar onze woning, genoeg energie opgeladen om nog laat een aardige penne maaltijd met artisjokken en salade te bereiden en samen te eten.
1 maart: Het eerste derde van Willy’s verjaardag hebben we vooral goed geslapen. Volgde een leuk geïmproviseerd ontbijt en dan, tegen 9.30 uur een wandeling naar het Reisezentrum in het hoofdstation van Aken om daar, bij een onaardige dame, twee treinkaartjes retour naar Spa te kopen. De lengte van de treinreis viel ons tegen, 5/4 uur. Achtereenvolgens landelijke, haast Zuid-Limburgse sferen, dan hoger, de Ardennen in. Volgepropte dalen met steden als Verviers en Pepinster. En dan Spa, badplaats par excellence. Even ronddwalen, meer verkeer dan we op Texel gewend zijn, alles ouderwets, wel opgeknapt.






Geen ‘alternatieve’ cultuur, lunch in een matige lunchroom. Dan even op een rommelige, niet echt mooie markt (excuus: winter en einde van de marktdag). We beslissen de hoger gelegen natuur per funiculaire op te zoeken. Een aardige boswandeling, 200 m hoger van 6 km volgde. Aardig, maar nog geen groen of bloei…
Weer beneden lukte het ons wel een mooie plek voor koffie en gebak te vinden: een oud gebouw uit de 18e eeuw, het voormalige hotel d’Irlande. Terug naar het station, trein terug naar Aken; halverwege dan het flitsidee om even een uurtje in Verviers rond te kijken – nooit eerder geweest. Kon toch niet zo lelijk zijn als de eerste indruk uit de trein… nee, het kon nog veel erger! We konden ons beiden geen lelijkere, meer aftandse, doodsere stad herinneren. Veel leegstand, afbraak, tientallen lege winkels in treurige straten. In een oude-mannen-kroeg bij het wel formidabele station een fris biertje gedronken. Toch erg treurig allemaal, al zal ook Verviers -met de nodige veerkracht- ooit weer in oude glorie herrijzen. De plek is niet voor niets al sinds de Romeinen bijzonder bedrijvig. Om 18.15 uur arriveerden wij weer in Aken, een levendige, mooie stad die ‘straalt’ in vergelijking met Verviers! Ach, het is ook wel eens behelpen op Willy’s verjaardag. Het kan niet altijd Barcelona, Rome, Lissabon of Brugge zijn! Volgend jaar – 70ste verjaardag – moeten we wel weer iets heel bijzonders verzinnen.
2 maart: Na ontbijt en koffie ’thuis’, tegen 9.45 uur op stap richting Heerlen om de volgende stad met (ooit) een slechte reputatie beter te leren kennen. De eerste indrukken waren overdonderend: wat een mooie architectuur op en rond het centraal station! Het leek wel een burchtcomplex op een kleine heuvel, heel Italiaans. Het Maankwartier: Een iconisch, grootschalig project dat het treinstation, kantoren, winkels en woningen integreert en de wijk bij het centrum heeft betrokken.




Je wandelt er als vanzelf naar het nabije centrum met het Glaspaleis van Schunck naast de oude St. Pancratiuskerk: een meesterlijk glazen paleis, 5 verdiepingen hoog, naast een 13e eeuwse kerk. Wonderlijk! Het Glaspaleis van Schunck, een voormalig modehuis werd omgetoverd tot een multicultureel centrum, laagdrempelig en zeer de moeite van een bezoek waard.




Het deed ons denken aan Forum Groningen, eveneens zo’n aantrekkelijk multifunctioneel- en -cultureel gebouw. Ook verder vielen ons vele bijzondere, nieuwe projecten op, die ons idee van een geslaagde stadsvernieuwing versterkten. Via een korte wandeling bereikten we uiteindelijk ook nog het Thermenmuseum met veel opgravingen en vondsten uit Heerlens Romeinse tijd: ook dit terrein onverwachts groot en indrukwekkend.


Vandaar per stoptrein tegen 14.30 uur naar Schin op Geul voor een zonnige wandeling langs de Geul en kasteel Schaloen tot Valkenburg. Op het terras van het fraai gelegen stationnetje gunden we ons als opstart een koffie met kruimeltjestaart. De mooie weg langs de Geul, ca. 4 km, bleek deels nog gesloten i.v.m. de hoogwaterschade van de zomer van 2021.




Maar het bleef een mooie, makkelijke wandeling door een karakteristiek stukje Zuid-Limburg. En Valkenburg bleek zo vroeg in het jaar een aangenaam rustig vakantieoord. Tegen 16.30 uur vertrokken we na een korte wandeling door het leuke stadje weer terug naar Aken.
3 maart: Een dagje Aachen/Aken: koud, maar 2°C., wel helder en zonnig toen we om 10 uur exact bij de ingang van het moderne Centre Charlemagne stonden. Een interactieve expositie over de lange geschiedenis van Aken, beginnend in het Stenentijdperk, uitgebreid stilstaand bij de Romeinse thermen, de hoogtijperiode (rond 800 na Chr.) van Karel de Grote, wiens kronings- en lievelingsstad Aken was, over de middeleeuwen, de Napoleontische tijd, de periodes van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog tot de moderne, heel Europees georiënteerde universiteits- en bisschopsstad Aken. Te veel informatie voor een bezoek!





Via de Pontstrasse door de brede, indrukwekkend grote Pontpoort wandelden we vervolgens richting de Lousberg, de groene, parkachtige huisberg van Aken. Recreatief, met uitzichttoren, maar ook een groene long waar je echt de stad uit kunt lopen tot in het omringende landschap. Wij liepen weer terug naar de binnenstad, waar we exact om 12 uur voor restaurant Magellan met een mooie ruime tuin en terras arriveerden: in de zon was het waarachtig warm genoeg om buiten te zitten! We kozen voor een lekkere lunchmaaltijd en genoten van de vroege lentezon en het passende, mediterrane eten. Uitgerust bezochten we hierna het stadhuis met enkele indrukwekkende zalen, met de Grote Kroningszaal als hoogtepunt.





Van het stadhuisplein, de Markt, dwaalden we door straten, steegjes en pleinen waar we overal mensen van de eerste lentezon zagen genieten. Uiteindelijk bereikten we het Szeneviertel Frankenbergerstrasse. Aardige wijk voor jonge gezinnen, groen, levendig, wel minder creatief, ruig dan we hadden verwacht – toch meer een nette, brave stad, Aken.


4 maart: Na ontbijt en koffie met de bus naar het 6 km verderop gelegen Vaals. Aan de ouderwetse hoofdstraat – dé doorgaande, drukke weg dieper de provincie Limburg in – nog een koffie gedronken, voordat we aan een 6 km lange Drielanden-wandeltocht begonnen. Een wandeling op en nabij de grenzen van België, Duitsland en Nederland. Grotendeels bos, weiden, allerlei ‘recreatievermaak’, zoals 2 uitzichttorens (een in België de andere in NL), een labyrinth (België), grote parkeerruimtes (overal, vaak is het hier dus héél druk).






Dat was nu helemaal niet zo, gelukkig! Vogelrijke bossen, drukke tijden voor merels, roodborsten, mezen, vinken, spechten, gaaien etc. Onderweg, behoorlijk geaccidenteerd terrein, ontmoetten we praktisch niemand. Wel veel houtkap, ook i.v.m. recente stormen. Dus modderige paden waar ze niet door vorst verhard waren. Op een bank op de grens met België brood, kaas en tomaten gegeten en dan terug naar Vaals. Even bij de HEMA een leesbril en koker gekocht, onderweg verloren… dan nog door Oud- en Nieuw-Vaals gelopen: Oud-Vaals was flink opgeknapt en wordt weer heel aantrekkelijk…



Met de bus weer terug naar het centrum van Aken, waar we de Jakobskerk en buurt bekeken, en het Tijdschriften en krantenmuseum Aken bezochten, een leuke plek voor thee, koffie en gebakjes, maar ook heel leerrijk als interactief museum. Dan nog rustig door de binnenstad geslenterd, druk overal – ook vandaag weer veel eerste terrassen in de zon. Op zoek naar het Joodse monument/de plek van de vm. synagoge, op de Willy Brandtplatz, opeens het mooiste moment van de dag: Tegen 16.30 uur vlogen er honderden kraanvogels in V-formatie en lange slierten over het centrum van de stad. Opwindend om naar te kijken!


5 maart: Met de bus van 10.04 uur naar Kelmis/La Calamine, een wonderlijk groot dorp/klein stadje, dat van 1814 – 1920 een neutrale zone, Neutraal Moresnet, vormde; een soort vierde landje ingesloten door Nederland, Pruisen/Duitsland en België. Ooit bedrijvig en welvarend vanwege de aanwezige zinkgroeven, onder botanische liefhebbers bekend als groeiplekken voor de befaamde, afwijkende inheemse flora (Zinkflora). We bereikten het centrum van Kelmis al tegen 10.30 uur op de ’typisch Belgische’, drukke (doorgaand verkeer} hoofdwinkelstraat. Op korte afstand van de winkelstraat vonden we gauw, tegenover de kerk, het VVV-kantoor. Een echt heel aardige mevrouw, die met veel plezier gemakkelijk tussen 3 talen switchend, gauw voor een mooie wandelbrochure mit Wanderknotenpunkten, nr. 14, door het Land van La Calamine oftewel Kelmis, zorgde. Weer buiten stelden we al gauw vast, dat het gros van de mensen hier wel een Duits dialect c.q. Hoogduits praat. Een vreemde gewaarwording in typisch Belgische contreien. Wij begonnen onze wandeling bij een Hotel Park, met een Casinoweiher en een soort natuurtuin/instructietuin voor de befaamde zinkflora, mutaties van planten, die zich aan de zware metaalvervuiling van de Geul, La Gueule of Göhle, b.v. gele in plaats van blauw-paarse bosviooltjes, wisten aan te passen.




In Nederland bekend bij alle floristen uit het Zuid-Limburgse Geuldal, maar hier ligt de oorsprong van het unieke verhaal. Wij wandelden langs die Geul en hellingbossen omhoog tot bij een oude, mooie, vergane glorie burcht, Eyneburg – een verrassend groot burcht- en boerderijcomplex.





Vandaar dan verder door bos en veld tot kasteel Thor (ook mooi, oud en gammel), notabene te koop! Toch even een beetje in dromenland… Verder door ‘Limburgs’ terraslandschap met heggen, door de weiden lopend richting Lontzen onder langs het staatsbos Hohnbachtal. Daar, tegen prachtige hellingbossen aan, groeien miljoenen Wilde narcissen, waarvan de eerste 10% al in bloei stond. En dan met de zon de eerste insecten en mensen die tegen de bosrand aan in de narcissengeur zaten weg te zwijmelen. Dat konden we ook niet laten! Nooit eerder gezien, net zo prachtig als Wilde hyacintenbossen ‘bij ons op Texel’: Wilde narcissenbossen en zomen!! (Het NIOZ-bosje bij ’t Horntje kan er wel een beetje mee wedijveren). Weer zo’n kraanvogelmoment (zie boven, 4 maart).






Verder gewandeld door dit soort bossen met o.m. Holwortel, Gewone bosanemoon en Aronskelken terug via het relatief steile Hohnbachtal tot Kelmis. Een echt mooie, korte wandeling door verrassend veel fraaie natuur.






Voor de bus terug naar Aken was er nog tijd genoeg om schuin tegenover de bushalte bij bakker Wertz nog een lekkere rabarber’tas’ met koffie te proberen.
Zondag 6 maart: Met de buslijn 14 om 10.05 uur richting Hauset kerk, een klein Duits-Belgisch boerendorpje vlakbij Aken. Voor half elf al op pad richting St. Rochuskapel, An den Sieben Weihern, Fossey, Hammerbruch, Mijn van de Vielle Montagne en dan relaxed naar het station in Hergenrath. De tweede helft van de wandeling ging door een sfeervol beekdal, bos, veld en een boerengehucht, de eerste helft was wat rommeliger, minder mooi van sfeer: opgeteld een mooie zondagochtendwandeling. Veel wilde planten stonden (bijna) in bloei: Bosbingelkruid, Kleine maagdenpalm, Wilde narcissen, Gewone bosanemonen, Gele kornoelje. Lenteboden!





Op het station geen mogelijkheid om kaartjes te kopen, dus reden we ‘zwart’ terug naar Aken. Daar even een korte lunchpauze ’thuis’ voor we aan deel 2 van onze laatste vakantiedag begonnen: een onderdompeling in de Akense cultuur, het Suermondt-Ludwig Museum. Op 3 verdiepingen in een statig pand bekeken we in vele – deels nieuwe – zalen een collectie van 15e – 20ste-eeuwse kunst. Een indrukwekkende kunstverzameling in soms wat bizarre ruimtes met ongewone verklarende teksten.





Vandaar wilden we beiden graag afscheid nemen van de gastvrije stad Aken op haar voor ons mooiste locatie: de Dom. Ook een tweede bezoek was overweldigend. Wij ‘ontdekten’ zelfs nog twee indrukwekkende zijkapellen – de oude kathedraal bleef verrassen.



’s Avonds vonden we nog tijd om na te praten over ‘Leven in Aachen/Aken’?!? De ligging in een Drielandenhoek maakt de stad extra aantrekkelijk. De ruime omgeving is zeker uitdagend voor een inspirerend leven. Maar er hangt ook nog steeds een conservatief-katholiek sfeertje, dat ons vertrouwd is, maar niet echt onze voorkeur heeft…