24 april – 8 mei 2012
Nog geen half jaar na onze eerste reis naar Turkije vlogen we op 24 april 2012 alweer naar dat land, dit keer naar Izmir. Pjotr Timmerman zou met zijn PABO studenten een uitwisselingsbezoek brengen aan de pedagogische afdeling van de universiteit van deze stad. Hij had daar al sinds vele jaren goed contact met collega’s, vooral met Berna Coker en wist van hen dat er belangstelling was voor het vergroenen van schoolpleinen. Hij nodigde ons daarom uit om over onze ervaringen te vertellen aan de Turkse collega’s. Dit zou een mogelijk nieuw werkveld voor ons en Karim kunnen worden. We maakten van te voren een Powerpointpresentatie over groene schoolpleinen, en ter plekke bleek dat Pjotr ook graag enkele workshops aan ons overdroeg.
Nadat Karim ons van het vliegveld had opgehaald, gingen we per metro naar het door hem uitgezochte hotel, Hotel Baylan, en kregen we een eerste indruk van deze grote miljoenenstad, de derde stad van Turkije. We maakten na het uitpakken een avondwandeling langs eindeloze promenades met restaurants, café’s, terrassen, langs een grote baai. ’s Avonds laat belde Pjotr dat we de volgende dag mee konden rijden met een door hen gehuurde bus naar Efeze, samen met zijn studenten. Aantrekkelijk voorstel, maar we kozen er toch voor om onze eerste dag in Izmir meer van deze stad te zien. Een beetje rustig te ‘landen’.
25 april





Via de heel uitgebreide, half overdekte bazar, waar we genoten van kleuren en geuren, liepen we door naar de baai. Daar namen we een boot naar de andere kant van de baai (zie foto’s hieronder).





Na deze eerste verkenningstocht – vol van alle indrukken – zorgden we er wel voor dat we op tijd weer terug waren in het hotel, om ons nog enigszins goed te kunnen voorbereiden op de presentaties en de geïmproviseerde natuurbelevingsworkshops die voor de volgende dag gepland waren. ’s Avonds met Pjotr gezellig gegeten in een restaurant met heerlijk uitzicht over de baai en bijgepraat.
De volgende dag, 26 april, stond dus geheel in het teken van Springzaad en groene schoolpleinen. Na afloop bracht Berna ons naar de boot die ons terugbracht naar het gedeelte van Izmir waar wij zaten.





Het was een heel inspannende dag, waarover we nog lang ’s avonds op het terras nagepraat hebben. De dag erna, 27 april, brachten we nog een bezoek aan de universiteit, waar Berna ons de mogelijkheden liet zien voor verdere vergroening op het universiteitsterrein. Dat was overigens al heel mooi parkachtig! Zie foto 4 en 5 hierboven. ’s Avonds weer gezellig met Pjotr en Karim gegeten in de omgeving van het hotel.
28 april
Na twee intensieve dagen ‘Springzaadwerk’ had Karim een auto met chauffeur georganiseerd. Hoofddoel was Efeze, nu een prachtige ruïnestad, die het bezoeken meer dan waard bleek. Maar eerst reden we nog eindeloos door Izmir, langs talloze nieuwe hoogbouwwijken, dan naar de autobaan, omzoomd door superdure bedrijfsterreinen en winkelboulevards. Toen we eindelijk de stad achter ons lieten reden we door een steeds bergachtiger gebied met veel boomgaarden, maar ook moerasgebieden (compleet andere vegetatie dan in onze ‘wetlands’) tot Efeze. Hier wandelden we rustig door deze grote antieke ruïnestad en genoten we van de sfeer en van alles wat er ook nu nog te herkennen was. Dat er nog duizend andere mensen rondliepen kon ons hier niet werkelijk deren.












Van Efeze reden we door een heerlijk berglandschap langs andere antieke plekken. O.a. naar de plek waar de heilige Johannes (de evangelist) de laatste jaren van zijn leven doorbracht, en het huis van Maria, de moeder van Jezus, op de berg Koressos. Op dat moment dat wij er waren werd er door een groep Oost-Aziatische gelovigen een mis bijgewoond.



Vandaar weer verder door de bergen tot een fraai, maar wel toeristisch bergdorp, Sirince. Hier wandelden we wat rond en aten en dronken we iets in een soort boomhut. Heel leuk. We wilden wel in dit dorp blijven, maar het bleek overal te duur.




We besloten ons naar de kust te laten rijden en vonden een hotel in Kasudasi.





De volgende dag, zondag 29 april reisden we via Izmir met 2 luxe bussen naar Ayvalik. Karim en Berna hadden daar enthousiast met elkaar over gepraat. Wilden wij natuurlijk ook graag zien. Karim liet ons na aankomst achter op de boulevard met een kop thee en binnen een half uur was hij weer terug. Hij had zijn droompension van jaren geleden weer teruggevonden! Bleek inderdaad heel erg leuk te zijn. Na wat overleg bleken er toch een kleine en grotere kamer beschikbaar, Beiden met prachtig uitzicht over de daken van de stad, de baai, de zee. “Hemelse plek”, schrijft Willy in zijn dagboek, “gerund door twee alternatieve dames”. Na een eerste thee op het hoogste terras zijn we samen wat rondgedwaald en later hebben we met Karim voldoende groente, kaas, yoghurt en wijn gekocht. Heerlijk lang gegeten, van 20-22 uur, op het dakterras onder de sterrenhemel, met vleermuizen en andere gasten.
30 april










We hadden bedacht dat het leuk zou zijn op het tegenover Ayvalik liggende eiland te gaan picknicken. Uit de pensionkeuken namen we een rooster mee om de twee zeebaarzen die we op de markt hadden gekocht te kunnen bakken op een houtvuurtje. Na een tijdje zoeken vonden we een mooie plek op een soort strandje met uitzicht op Ayvalik.

1 mei
met een minibus gingen we de stad uit om een mooie wandeling in de natuur te maken. We liepen heuvel op, heuvel af, door een heerlijke bloemenweelde en klauterden langs de kust. Op de terugweg kwam er een grote hond dreigend op ons af. Gelukkig werd hij door zijn baas (?) teruggeroepen. Beneden bleek er een klein restaurant te zijn. Nog niet officieel open, maar dat was geen probleem. De eigenaar vertelde zo enthousiast over een mooi eiland niet zo ver van Ayvalik vandaan, Bozcaada, dat wij besloten daar de volgende dag naartoe te gaan.



Terug in Ayvalik keken we naar de 1 mei optocht. We zochten uit hoe we de volgende dag op het eiland konden komen en brachten nog – met een taxi – een bezoekje aan een nabijgelegen stadje.
2 mei
Na een vroeg ontbijt op het dakterras gingen we met een taxi tot 6 kilometer buiten Ayvalik. Vandaar met een grote bus tot Ezine en verder met een minibus tot Geykili. We waren ruim op tijd voor de boot van 14 uur naar Bozcaada. Een half uurtje later kwamen we aan op het eiland vlakbij het enige dorp en een groot fort. We vonden al gauw een heel aardig pension, Nar, oftewel granaatappel. Vriendelijke dame, mooie kamers in een relatief oud huis. In wat een gangkast leek, zat een douche. We hadden die middag nog veel tijd om uitgebreid het dorpje en het fort te verkennen. Vooral het fort was zeer indrukwekkend, met een heel bijzondere flora.












Lekker gegeten in een simpel restaurantje met home made food. Zonder Karim zouden we er waarschijnlijk niet naar binnen zijn gegaan. Maar het eten bleek heel vers en smakelijk! Op Bozcaada worden druiven geteeld. We kochten een fles wijn van het eiland en dronken die gezellig aan een tafeltje voor ons pension met elkaar op.
3 mei
De volgende ochtend stond er weer zo´n lekker typisch Turks ontbijt voor ons klaar. Dit keer als extraatjes tomatenjam en jam van onrijpe vijgen en verse kruiden.
We hadden voor deze dag een fietstocht over het eiland gepland. Bij een fietsenmaker konden we fietsen huren. Voor Marianne leek er eerst geen geschikte fiets beschikbaar, maar er was nog wel een grote kinderfiets waarvan de rem stuk was. Maar die kon binnen een half uur worden gerepareerd. In die tijd klommen we even de heuvel op langs een beekje en zagen o.a. een landschildpad, verschillende vlinders en vogels en veel mooie wilde planten.



Tussen 11 – 16 uur hebben we de helft van het eiland doorkruist, zowel wandelend als fietsend (vaak in wilde vaart). Prachtig rustig landschap met lage struwelen en wijn- en olijfgaarden. Vooral ook heel fraaie kusten met rotsen, strand en bijzondere zilte flora. Twee keer langer gepauzeerd bij de zee. Genoten van het veelzijdige waterleven. Maar ook veel vlinders gezien (waaronder een groentje), vogels (tapuiten) en hagedissen. Het was wel behoorlijk heet en toen we terugkwamen in het dorp waren we een beetje verbrand en hadden we spierpijn door die voor ons ongewone fietsen. Maar toch: een prachtige fiets/wandeltocht! Weer bij hetzelfde goede restaurantje gegeten en ook nu weer een lekkere fles wijn gekocht en met zijn drieën opgedronken, dit keer op het dakterras, terwijl we de reis naar Istanbul voor de volgende dag voorbereidden.







4 mei
Weer vroeg op. Iets voor 7 uur al bij de bus, die ons inclusief bootreis naar Canakkala en vandaar verder naar Bandirma zou brengen. Daar hebben we gegeten. Van Bandirma vertrok een hele snelle comfortabele hovercraft (met 530 zitplaatsen), waarmee we 2 uur later in Istanbul aankwamen. Na een wilde taxirit en een overvolle tram kwamen we in Sultanahmet, waar we in een parkje uit konden rusten, terwijl de onvermoeibare Karim in de buurt naar een geschikt hotel ging zoeken. Wij amuseerden ons prima in dat parkje, o.m. met Zuid-Amerikaanse muzikanten, die heel veel aandacht kregen. Iedereen wilde met ze op de foto!

Karim bracht ons naar een heel aardig hotel, Hotel Junus Emre. Heerlijk stil en ook al weer met een fantastisch dakterras. Nu was Karim te moe om nog veel te doen. We hebben nog een eerste wandeling gemaakt door de directe omgeving, en gingen op tijd slapen.
5 mei
Na het ontbijt op het dakterras maakten we eerst een rondje door Sultanahmet met haar prachtige moskeeën en begraafplaatsen en de grote Bazar; maar ook mooie pleintjes en binnenhoven. Dan met de tram naar de Galatabrug. We liepen over de brug naar Beyoglu, thee aan de overkant van de Gouden Hoorn (leuke, informele plek) naar het mooie plein – met live gitaarmuziek bij de Galatatoren. Daar stond een te lange rij, bovendien was het enigszins heiig, zodat we ook niet zoveel van het uitzicht verwachtten. We ‘flaneerden’ over de Istikal Caddesi, vergaapten ons aan de restaurants, winkels, ambassades (waaronder de Nederlandse) tot aan het beroemde Taksimplein. Vanaf daar per ’treintje’ naar de oever van de Bosporus. Mooi boottochtje van 5 kwartier gemaakt over de Bosporus en een betere indruk van zowel de Europese als de Aziatische kant gekregen: veel fraaie paleizen, villa’s, moskeeën, ook verrassend veel groen. Terug in Besiktas in de paleistuin koffie/thee en gebak, met uitzicht op de Bosporus en een enorme hoeveelheid kleine en grotere schepen. Per tram (overvol) weer naar het plein bij de Blauwe Moskee. Dit keer wilden we die toch wel heel graag van binnen zien. Een werkelijk prachtig gebouw, ook van binnen. Karim kon alle vragen beantwoorden. We hadden geen gids (die zich wel aanbood) nodig! Om alle indrukken te sorteren is Willy zijn dagboek bij gaan schrijven op het dakterras. Uurtje pauze!
Daarna maakten we nog een lange wandeling, waarbij we – rond 20 uur ’s avonds – nog de ‘Kleine Aya Sofia‘ konden bezoeken. Heel lang geleden gebouwd als kerk (vanaf de 5e eeuw), later omgebouwd tot moskee. Heel fraai!
Karim had een beeld voor ogen van een levendige uitgaanswijk, die hij ons heel graag wilde laten zien. Heel wat lopen zoeken, en uiteindelijk toch gevonden! Werkelijk ongelooflijk hoeveel mensen hier het leven vierden met, zoals Willy in zijn dagboek schreef: Wein, Weib und Gesang! Rond middernacht, extra moe na een groot glas bier, weer teruggelopen naar ons hotel. Nu echt doodmoe! Maar zeer voldaan wat we allemaal op één dag in Istanbul hadden gezien en beleefd!









6 mei
De volgende ochtend besloten we het deze dag aanzienlijk rustiger aan te doen. Het was zondag en ook in Istanbul is dan niet alles open. Ook de grote Bazar bleek gesloten. We bezochten wel de Süleyman Moskee en nog een andere fraaie moskee. Uiteindelijk belandden we voor een lunchpauze in een verdiept liggende lommerrijke plek, omringd door oeroude muren, onder hoge bomen, waaronder een reusachtige walnotenboom. Een heel relaxte plek. Vandaar wandelden we rustig naar de steigers, waar tientallen bootjes lagen om alle kanten op te varen. Wij kozen ervoor met een van de bootjes naar Üsküdar te varen, aan de andere oever van de Bosporus, naar het Aziatische deel van de stad dus. We wandelden er wat rond door de drukke winkelstraten, maar omdat Karim nog steeds niet fit was besloten we op tijd weer terug te gaan naar het hotel. Ook wij hadden wel behoefte om uit te rusten. De stad is zonder twijfel heel bijzonder, maar ook bijzonder enerverend, dus vermoeiend. ’s Avonds zonder Karim (die moest echt wat langer uitrusten) op een dakterras van een nabij het hotel gelegen restaurant, met prachtig uitzicht op de Blauwe moskee, lekker gegeten.





7 mei
Op deze laatste dag van onze reis wilden we in elk geval de Grote Bazar van binnen zien. Ook leek het ons leuk een vaartocht over de Zee van Marmara te maken, naar Büyükada, het grootste van de Prinseneilanden. En vandaar met de laatste boot (20 uur) weer terug te gaan naar Sultanahmet, waar ons hotel was.
Beide plannen gingen door en zowel de Grote Bazar als het boottochtje en het bezoek aan Büyükada bleken zeer de moeite waard.
De Grote Bazar is al heel oud (gebouwd in 1455) en herbergt ca. 1200 kraampjes/winkeltjes, waar werkelijk van alles, enigszins gesorteerd, verkocht wordt. Om de koepelvormige gebouwen is ook nog een grote buitenmarkt.
De boot naar Büyükada deed er een uur over. Wat ons onmiddellijk opviel was dat er op dit (en ook op de andere Prinseneilanden) geen auto’s rijden. Wel paardenkoetsen. Het gelijknamige stadje waar we aankwamen was levendig, maar had duidelijk ook hele andere – rijkere – perioden gekend: veel van de – deels houten – huizen en villa’s waren prachtig van architectuur, maar verkeerden nu in slechte staat. Maar mooie lanen met veel groen, heel rustig. Hier wilden we nog wel eens terugkomen om het hele eiland (en ook de andere eilanden) te verkennen. Dat zouden we nog hetzelfde jaar, eind december 2012 ook daadwerkelijk doen!
De terugtocht met de boot was heel gezellig, met live muziek, veel zingen, klappen, vrolijkheid en met uitzicht vanaf de boot op de langzaam maar zeker weer dichterbij komende, mooi verlichte moskeeën van Sultanahmet. Prachtig afscheid van Istanbul! Heerlijk geslapen.










8 mei
De volgende ochtend met een shuttlebus naar een van de twee grote vliegvelden van Istanbul, vliegveld Atatürk. Afscheid van Karim, die zelf van hiervandaan naar Antalya terugkeerde.