20 april – 10 mei 2026
Maandag 20 april rolden we tegen 8.40 uur – in alle rust op gang gekomen en heel ontspannen – onze koffers richting de veerboot naar Den Helder. Femmy, oud dorpsgenoot uit Den Hoorn, kwam er op de boot gezellig bijzitten om bij te praten over ons beider leven, over reizen en ‘ouder worden in eigenzinnigheid’. In Zaandam moest Femmy overstappen naar Maastricht en reisden wij ondanks krappe overstap succesrijk via Schiphol tot Antwerpen. Ook op dat gigantisch grote station lukte het ons op tijd over te stappen richting Gent en Lille. In Lille-Flanders, eveneens een erg groot station, hadden we exact één uur onderbreking van de reis. Bij boulangerie Eric Kayser overbrugden we die tijd met koffie en iets lekkers. Volgde een rit in een oude, wat vieze dubbeldekker tot Amiens, ons reisdoel voor die dag. Twintig minuten later dan gepland – voor ons geen probleem aan het einde van een reis met veel ‘problematische overstaptijden´ – arriveerden we om 17.30 uur op het station en van ons Appart’City hotel wisten we al dat we onze koffers alleen een korte afstand – en naar beneden – hoefden te (laten) rollen.






Het appartementje bleek voor één nacht perfect (stil, met een goed bed en een mini-keukentje en tafel, lift). Tussen 18-19 uur wandelden we al een rondje oud-Amiens: langs de kathedraal natuurlijk en de omringende buurt resp. Quai Bélu, de vm. vissersbuurt en omgeving. Bij een Match-supermarkt – reuze groot – kochten we donker notenbrood, Griekse yoghurt en rode wijn voor we weer naar ons appartementje gingen. Snel een behoorlijke rest Chili con borlotti opgewarmd en elkaar met een glas rode wijn een geslaagde reis gewenst! Dat alles met een spannend uitzicht – 10 verdiepingen hoog – over een deel van nachtelijk Amiens.
21 april: De eerste complete dag in Frankrijk. Zelfverzorgd ontbijt – een hele kunst op een te klein tafeltje – alles keurig achterlatend, uitchecken en dan omhoog rollen naar het station met de koffers en de rugzakken… De trein richting Parijs stond er al lang voor vertrek, dus met z’n tweeën en plek voor 4 gezellig ingericht – op naar Parijs! Dat lukte minder voortvarend dan gewenst: ergens halverwege stonden we 3 kwartier stil, onduidelijk waarom eigenlijk. Dus we arriveerden ook veel te laat op station Gare du Nord; wel snel de metro gevonden, kaartjes gekocht, stress bij de poortjes, en dan 9 metrohaltes lang heen- en weer geschud tot het station Gare d’Austerlitz. Daar is al langer alles in verbouwing, zoeken, rennen en toen haalden we tot onze grote verrassing toch nog net de geplande trein naar Orléans, twee minuten voor vertrek. MAZZEL! In Orléans reed de trein exact op tijd, 13.26 uur, binnen. Onze wandeling naar het appartement in de Rue des Sept Dormants (Zevenslapers-straat) duurde langer dan we dachten vanwege al die prachtige cobblestone straten e.d.





Wel een mooi, ruim appartement in de historische binnenstad, niet ver van de fraaie Loire. Maar eerst nog even uitpakken en inrichten, wij blijven hier tenslotte 3 dagen/nachten, en ons ook nog even een goede lunch gunnen. Prima keuken ook. Daarna zijn we tot 18 uur de directe omgeving gaan verkennen. De nabije Loire bleek verrassend breed, ruim, met vele mooie grint- en zandeilandjes – een lust voor het oog. Onder een enorme platanenlaan was het hier heerlijk wandelen (of fietsen)! Maar toch eerst weer terug naar de binnenstad. Koffie/thee op een intiem pleintje bij het historische raadhuis. Een kleurrijk volkje zat er uitnodigend – alle generaties – bijzonder kleurrijk ijs in typische wafels te eten.






Onze eerste indruk: een mooie, trotse, rijke Franse provinciestad in de noordelijke helft van Frankrijk met opvallend veel jonge mensen. We verheugden ons al op een intensievere verkenning. Op de weg terug nog twee redelijk verantwoord (hopen we dan maar) maaltijdsalades, brood, eieren en wijn gekocht – te moe om een eigen maaltijd te koken. Tussen 19.30-21 uur – de lichtjes op de mooie, oude straten gingen al aan – nog een rondje ‘wijdere omgeving’ gewandeld. Jammer genoeg was het nog te koud om buiten ergens neer te strijken.
22 april: Prima geslapen en ontbeten. Stil was het ook, je hoorde de klok in de keuken tikken. De weersverwachtingen maakten ons vrolijk: dagenlang droog en zonnig, boven de 20 °C. Tegen 9.30 uur verlieten we ons mooie straatje. Het eerste wat opviel: er waren nog geen winkels open en er reden overal driftig ‘spuitwagens’ met een harde waterstraal de straten en pleintjes op en neer. Het had hier wel echt effect: heerlijk schone, lichte sierbestratingen overal. En verkoelend werkte het ook! Milieuvriendelijk?!? De Cathédrale Sainte-Croix d’Orléans bleek toen het enige open gebouw – van binnen opvallend kleurrijk behangen met vlaggen en vaandels; de eerste kathedraal waar we dit in Frankrijk zo opvallend zagen (uit Engeland herinnerden we ons dat vaker). Bovendien probeerde een organist ons – met succes – uit de reuze klankruimte te verdrijven: hij trok werkelijk alle registers open tot een oorverdovend lawaai!







Vlakbij was er gelukkig een andere topattractie bijna geopend: Hôtel Groslot, prachtige gebouwen met een lange, rijke geschiedenis: stadhuis met schitterende zalen en kamers (letterlijk achterkamertjes), maar ook een koninklijk onderkomen (vooral in de 16e eeuw). Gelukkig was er ook overal uitleg over het gebruik van de ruimtes in het Engels (naast Engelstalige rondleidingen). Achter de gebouwen kon je dan ook nog een bijbehorend park bezoeken met fantastische grote, monumentale en vitale bomen. Zo stond er een Ginkgoboom (Ginkgo biloba), 130 jaar oud, voor ons ongekend hoog en majestueus te pronken. Het volgende iconische doel werd haast automatisch hét centrale plein van Orléans: Place du Martroi, een gigantisch, stervormig plein, doel van indrukwekkende prachtstraten uit alle windrichtingen. Natuurlijk stond er ook een ruiterstandbeeld van Jeanne d’Arc, zag je rondom kijkend vele lichte, pompeuze gebouwen, paleizen, banken e.d. Hier straalt Frankrijk grandeur en superrijkdom uit! Via enkele van deze prachtstraten wandelden we uiteindelijk terug naar de kathedraal.







De organist was er nog steeds, maar gedroeg zich een kwartiertje lang ingetogen. Dus gauw een rondgang langs kleurrijke kerkramen, zijaltaren, kansel en orgel. De grootsheid en het volume van de kathedraal was à la Chartres, maar toch lang niet zo mooi en oud als verwante kathedralen in Frankrijk. En toen werd het weer oorverdovend… gauw de rust van de nabije kleinschalige en zeer groene vm. Joodse buurt opgezocht. In de buurt vielen ons vooral de vele mooie groeninitiatieven op: veel nieuwe jonge bomen, geveltuinen, buurtparkjes.



Opvallend ook: veel is in Orléans al opgeknapt, maar er gebeurt ook actueel nog veel aan restauraties. Voorlopige indruk: Orléans is zich – op alle niveaus en schalen – zeker bewust van haar schoonheid, en waardeert het bijbehorende toerisme. Na deze ‘groenimpuls’ gingen we van 12-14 uur thuis even lunchen en uitrusten.
Na deze siësta wandelden we uitgerust naar de nabije Loire. Mooi langs de kade tot aan een oude brug, George V. Daarvandaan kun je 450 m lang genieten van de uitzichten op de snelstromende rivier, het fraaie panorama van het oude Orléans en, op de tweede helft van de brugwandeling, de werkelijk schitterende, unieke sfeer van (schier)eilandjes van zand en ooibossen in de rivier. Je moet gewoon zien hoe fraai dit is, het is echt moeilijk in woorden te gieten (de foto’s hieronder helpen al een beetje)!








Eenmaal over de brug bereikten we gauw een oude wijk in transitie tot we bij ons volgend doel, de Botanische Tuin arriveerden. Ook hier weer mooie oude bomen en aardige tot heel bijzondere, kleinschalige thematuinen.





Vandaar was het een beetje zoeken naar de minst erge weg tot over de volgende brug om dan in een ‘rafelrandwijk’ het Museum FRAC – voor moderne kunst en architectuur – al van ver te zien en ook al gauw de ingang te vinden. Een hoog modern gebouw met mooie educatieve ruimtes voor kinderen, veel ontwerptekeningen en maquettes van moderne, spraakmakende architectuur.








De moeite waard! Vandaar dan weer zo leuk mogelijk terug naar ons tijdelijk onderkomen, uitrusten, aperitiefje, warme maaltijd bereiden en plannetjes smeden voor morgen. Goed teken: te vol van indrukken en beelden om nog een roman voor het slapengaan te lezen.
23 april: Iets na 10 uur stonden we voor de ´gesloten´ deur van het Musée des Beaux-Arts d’Orléans. Het duurde even voordat we door hadden dat de mensen voor ons niet voor een gesloten deur stonden, maar gewoon op anderen stonden te wachten; we hadden zo door kunnen lopen… Met reductie (4,- euro i.p.v. 8) – toch één voordeel van het ouder worden – bezochten we anderhalf uur lang met afnemende concentratie de 4 verdiepingen van het museum met een buitengewone collectie schilderijen, beelden en grafisch werk van de 15e – t/m de 20ste eeuw. Zelden zo ouderwets overladen ruimtes met schilderijcollecties gezien als hier. Bijna de gehele tweede helft van ons bezoek werd meer een ontspannen wandeling door de zalen om foto’s als herinnering van de enorm gevulde wanden te nemen. Iets voor het middaguur liepen we weer in de frisse lucht. Beetje dwalend door de oude stad tot we voor een kleine lunch weer op de Zevenslaperstraat belanden.









Gesterkt door een lunch en een ingekorte versie van siësta wandelden we, bij aangename wind en temperatuur (> 20 °C.) naar het nabije MOBE, Muséum d’Orléans pour la Biodiversité et l’Environnement op de Rue Marcel Proust 6. Een groot, serieus museum met etages vol vitrines met natuurhistorische achtergrond, maar ook veel informatie hoe we succesvol aan een toekomst voor onze planeet zouden kunnen werken. Alles alleen in het Frans, in vrij donkere ruimtes. We zijn er doorheen gestruind, herkenden de items enigszins maar de vonk sloeg niet echt over (en dat niet alleen vanwege de taalproblemen).




We hadden vooral behoefte aan groen!!! Het nabije Pasteurpark was wat dat betreft al veel hoopgevender: veel kleine en grote mensen, speelterreinen in het groen, picknick- en zonneweiden. Een mooie, interculturele en intergenerationele, ontspannen sfeer. Vandaar wandelden we verder tot het levendige plein Place de Martroi (zie boven), deden in een supermarkt boodschappen voor de warme maaltijd en hadden daarna behoefte aan een koel drankje op een terras: heerlijk drie kwartier uitgerust en genoten van de inwoners van Orléans, even een ruime momentopname van de sfeer van de stad, op een warme lentedag, donderdagmiddag. Niet te druk, een héél divers publiek, weinig van ‘ons soort’ (toeristen, babyboomers uit de Franse buurlanden), en mooi verspreid wat de leeftijd betrof.


24 april begonnen we al vroeg, iets na 7 uur, met ons laatste ontbijt in Orléans. We zorgden voor voldoende eten voor onderweg, ruimden alles op en hadden tijd voor herhaalde laatste checks. Het werd tijd om een heel eind met de koffers over een keur aan verschillende bestratingen tot in het station te rollen waar we iets na 9 uur aan een ontspannen treinreis in drie etappen via Vierzon en Limoges naar Thiviers zijn begonnen. Het eerste uur tot Vierzon reden we door behoorlijk vlak land, bos en veld, voor we overstapten in een bijna lege trein richting Limoges. Mooi, zonnig weer op komst, alles fris groen om ons heen. We reisden nu naar het westen, maar ook eindelijk de zuidelijke helft van Frankrijk in en het landschap werd steeds reliëfrijker, bloeiender en boeiender: veel meidoorn en brem in het landschap, resp. Blauwe- en Gouden Regen langs huizen en muren. En ook de kleding van de mensen buiten de trein veranderde, werd steeds lichter en schaarser. Exact op tijd kwamen wij op het station in Thiviers, Dordogne, aan. Petra en Paul, oude vrienden uit Nederland, strohoed op, kwamen ons vrolijk zwaaiend tegemoet. Hun auto stond vlakbij en we reden met hen naar hun gehucht op 6-7 km afstand, Nazac bij Nanthiat. We maakten gauw kennis met ons ’thuis voor drie dagen’, een door hen zelf verbouwd ‘bijgebouw’ (een voormalige tabaksschuur en bakhuis), dat nu als een prachtig, eigen appartement voor gasten en familie diende.









Tot in de details was het gebouw schitterend verbouwd en ingericht; van de kelder en de vloeren, tot de dakstoel, een fraaie trap, deuren, zelfgebouwde meubels, sanitair enz. enz. En het hoofdgebouw, een zeker twee keer zo groot natuurstenen hoofdhuis, riant en toch warm en gezellig, was met net zoveel zorg verbouwd en tot in de puntjes verzorgd ingericht.




De tuinen, tuinhoekjes, een heel grote jonge boomgaard, gigantische solitaire bomen nabij het woonhuis, kruiden- en groentetuinen vormden samen een prachtig ensemble. Het gehucht rondom was ook oogstrelend mooi, behalve een metalen schuur van een buurman, truffelboer, die Petra en Paul geduldig aan het oog begonnen te onttrekken door de aanplant van een kleine gemengde bosstrook op een streepje land dat zij niet zo lang geleden hadden gekocht. Fantastisch gewoon, alles bij elkaar en een ongelofelijke inzet en energie die de beiden – vooral in de Coronatijd – investeerden. Hoopgevend ook, denkend aan wat twee ambachtelijke, creatieve en uiterst gemotiveerde mensen kunnen presteren.


Met Petra zijn we daarna nog boodschappen gaan doen bij een andere buurman, waar we voor zondag verse asperges gingen kopen. Natuurlijk genoten we onderweg al van de bloemrijke bermen, boerenweiland en vergezichten op heuvelachtig landschap. Weer thuis was het tijd voor een aperitief, ontspannen overgaand in een pastamaaltijd met spirali, paddenstoelen, zalm, roomsaus. Tot 21 uur bleef het warm genoeg om buiten gezellig te eten en bij te praten.
Zaterdag 25 april: Prima geslapen, aardig zelfverzorgd ontbijt aan een mooie tafel met een blauw-paars boeket uit eigen tuin. Tegen half tien vertrokken we met Petra en Paul naar het marktstadje in de buurt, Thiviers. We bezochten samen een heel prettige kleinschalige markt met een rijk, gevarieerd aanbod, veel biologisch, en vooral goed bezocht door lokale bevolking. Halverwege splitsten we onze ‘groep’.


Marianne bezocht met Paul een ouderwetse ijzerwarenwinkel met een voor haar ongekend groot aanbod. Willy ging met Petra nog verder over de markt, vervolgens naar een supermarkt om dan uiteindelijk weer samen te komen in een zeer aardige kroeg-restaurant-activiteitencentrum, L’HanGare, in een vm. bijgebouw van het plaatselijke station. Een sfeervolle transitie! Tegen de middag waren we weer terug in Nazac, lunch in ons tijdelijk thuis en na een korte siësta een wandeling met z’n tweeën door de directe omgeving van Nazac en Nanthiat. Via dorps- en landwegen, een bospad, bloemrijke graslanden, in glooiend landschap de omgeving verkend. Weinig gebouwen (en mensen), wel hier en daar nog prachtige erven in verval die om verbouwing schreeuwden. Veel bijzondere flora – Aangebrande orchis, Gewone tongorchis, Mannetjesorchis, Wit bosvogeltje, dichtersnarcissen, mooie plakkaten Kruipend zenegroen, ratelaars, luzerne – maar ook opvallende fauna zoals nachtegalen, roofvogels of Blauwzwarte houtbij gezien, gehoord en bewonderd.














Terug op het terras van Petra en Paul’s erf samen thee gedronken, de orchideeën geverifieerd en op een kaart bekeken waar we overal rondgestruind waren. Buiten nog wat gelezen, een aperitiefje genoten, samen met z’n vieren een flink blik pizza met gemengde salade voorbereid en in de mooie eetkamer gezellig aan tafel babbelend opgegeten. Tot na 22 uur nog gepraat over van alles, veel over familie, o.a. de 3 volwassen kinderen van Petra en Paul, het leven in Frankrijk, over het verleden én de toekomst. Heel aangenaam, verre van vervelend! Grappig ook: toen we te moe werden konden we heel dichtbij ”naar huis gaan”.
Zondag 26 april wandelden we samen met Petra en Paul door de nabije omgeving, naar Saint Sulpice-d’Excideuil, via de gehuchten Le Bauberie en La Veyssière (een gehucht met een walnotenmolen). Landschappelijk liefelijk, glooiend en lentegroen landschap met velden, weides vol lokale bruine koeien en één paard, boerse romantiek in de gehuchten met kippen, schapen, een loslopende geitenbok e.d. In St.-Sulpice bezochten wij een moderne, kleine levensmiddelwinkel met een Hollandse dame achter de toonbank. We kochten hier een fles witte wijn voor bij de asperges ’s avonds. Onderweg kwamen we ook nog langs een typische begraafplaats met veel ‘spreuken en wensen’ op de tombes en graven. Vreemd voor ons. Het werd een gezellige, associatief met elkaar pratende wandeltocht met door Paul gesneden wandelstokken.










Na een siësta tot 14.30 uur reden we met hun auto naar een héél mooi dorpje in de buurt, St.-Jean-de–Côle. Onze nieuwsgierigheid werd al vooraf en onderweg gevoed. En we werden niet teleurgesteld, integendeel: het was prachtig, met een burcht/kasteel midden in het dorp, een karakteristieke oude kerk, harmonieuze en fraaie, oude bebouwing, een romantische beek met een schitterende oude, gebogen stenen brug langs een molen met fraaie uitzichten rondom.












We wandelden op en neer over oeroude bestrating, langs mooie bebouwing met informele grasvelden (brinkachtig). Even verwijlend op de brug, maar ook, wat langer, in de sfeervolle, halfronde, vroegmiddeleeuwse kerk. Er was een braderie gaande die ons alleen in het begin deed schrikken (zoekend naar een parkeerplaats), maar die gelukkig een mooie, beschaafde, prettig rommelige sfeer uitstraalde.
Op een gezellig terras gunden we ons nog ieder een lokaal biertje en voor de chauffeur een kleine koffie. Tegen 17.30 uur waren we weer thuis in Nazac. Het werd een heel aangename zondagavond met aperitiefje, een heerlijke maaltijd afgerond met een super toetje. De maaltijd zorgde als het ware vanzelf voor ontspannen gesprekken tot tegen 22.30 uur.
27 april werd de dag van het langzaam afscheid nemen van twee uitermate gastvrije, aardige mensen en hun zo uitnodigende, indrukwekkende domein. Ontbijt, inpakken, proberen al kaartjes naar ons volgend doel, Bordeaux, digitaal te bestellen (lukte niet, gelukkig zat er iemand bij het loket toen we op station arriveerden). Maar voor het definitieve vertrek zijn we nog even samen gewandeld naar een fijne, kleine cabane (een stenen schuilhut voor boeren en herders).


Ontroerend mooi! Wel, hopelijk tijdelijk, een matige beheerder: sporen van vergif, prikkeldraad… en toch op die plek ook een supermooie smaragdhagedis gezien! Terug wandelden we langs het aspergeveld van de nabije boer wiens vruchten des velds we gisterenavond met veel smaak hadden gegeten. Weer terug op het erf van Petra en Paul werd het tijd om boterhammen voor de reis te smeren, alvast iets te eten, nog een laatste keer rond te wandelen en afscheid van het erf en zijn gewaardeerde bewoners te nemen. Petra en Paul zouden ons tegen 13 uur naar het station brengen, uitzwaaien en boodschappen doen in Thiviers. Wij hadden nog zoveel wachttijd dat we die zinnig met café allongé en cookies op terras van L’HanGare konden overbruggen. De vriendelijke gastheer nodigde ons uit om in de nabije toekomst mee te doen met een actie Gast aan tafel voor mensen uit diverse landen en talen. Alleraardigst, maar we zijn geen nieuwkomers in het stadje (anders hadden we zeker toegezegd).



Het eerste uur van onze treinreis naar Bordeaux reden we door een golvend, lentefris landschap met veel velden en bossen en weinig dorpen en stadjes tot Perigeux. Op de tweede helft van de reis was er meer sprake van kleine gehuchten en dorpjes met lage huizen en grote tuinen, maar ook van veel wijnbouw op vlakke percelen. Tegen 16 uur arriveerden we in Bordeaux St. Jean, het oude, drukke treinstation van de stad Bordeaux in Zuidwest-Frankrijk, hoofdstad van het departement Gironde en wereldberoemd om zijn wijnen uit de omgeving. Eenmaal uit de trein, in het reuze station, besloten we zo snel mogelijk naar het (studenten-) hotel te wandelen: daar kwamen we na 1,4 km wandeling behoorlijk moe aan.



Kamer en mini-keuken, douche en wc – ach voor 3 dagen kon het. Wel stil gelegen en prima bedden. Uitpakken en even uitrusten voor we aan de verkenning van de omgeving richting binnenstad begonnen. Wij wandelden door een drukke multiculturele wijk tot een grote markthal, die jammer genoeg al gesloten was. Hier begon een volgende kleurrijke wijk met dito winkels en restaurants. Bij een Marokkaans restaurant lieten we ons door een vriendelijke eigenaar overhalen tot twee verschillende couscousschotels. Aardig, maar wel wat droog: gelukkig was er water en zelfs nog bier… En zijn terras leverde uitzicht op een druk pleintje vol afwisselend, enerverend leven. Het bleef de hele avond lang (Koningsdag in Nederland, 11° C. in Amsterdam) binnen en buiten nog echt warm.
28 april: Wakker geworden door heerlijke zang van vogels. Er moesten dus ergens in de buurt op zijn minst enkele grote bomen zijn! Voor 10 uur al de deur uit en het bleef de hele dag, tot 18 uur licht bewolkt, 17 – 23°C. en soms zelfs even zonnig! Heerlijk om Bordeaux tot 18 uur in 18 000 stappen en enkele kilometers per tram, bus en bootjes over de Garonne te ontdekken! Een fraaie, afwisselende, platte stad met duizenden fietsers in ‘velerlei soorten en maten’, met een aanzienlijke hoeveelheid groene buurt-, berm- en stoep-initiatieven. Echt een stad naar ons hart! We begonnen onze wandeling met een koffie in een typisch Frans café-restaurant voordat we een tram instapten en niet ver van de kathedraal uitstapten. Een mondaine sfeer, ruime Franse boulevards, grote pleinen, paleizen en een atypische kathedraal met het front, de hoofdingang, aan een lange zijkant en een derde losse kerktoren. Ook van binnen bleek de kerk niet zo typisch voor een kathedraal in gotische stijl: overmatig veel ruimte voor de clerus en duidelijk minder voor het kerkvolk. Ook kaal en uitgeruimd leek alles (Zelfs het kerkorgel bleek tijdelijk te ontbreken. Alles in renovatie?).






Vlakbij, in een oude passage gunden we ons in een theehuis met terras een tweede koffie en genoten van een stuk sinaasappelcake. Geen 100 meter verder lag de hoofdingang van de een beetje verborgen liggende kerk Notre-Dame de Bordeaux. Eenmaal binnen bleken de zijkapellen met grote schilderijen omzoomd door muurschilderingen en de uitbundige bloemlezingen en boeketten voor het barokke hoofdaltaar het meest opvallend.




En dan trok de rivier. Maar eerst passeerden we nog een gigantische fontein onder een even indrukwekkende zuil, het Monument aux Girondons, opgericht als eerbetoon aan de girondijnse revolutionairen. Nog gigantischer bleek het aansluitende terrein Place de Quinconces dat zich uitstrekte tot aan de rivier: hier stonden nu tijdelijk in 6 rijen van minstens 250-300 m lengte en brede wandelgangen tussenin ‘huisjes’ en kramen vol met vaak fraaie vintage. Brocante des Quinconces (24.4. – 10.5.) heette dit festijn voor het oog op het grootste plein van Frankrijk (lazen we later).






Vandaar was het even doorlopen over een heel brede strook met boulevard, nu vooral voor tramlijnen en een heel brede promenade langs de Garonne, druk gebruikt door fietsers van allerlei pluimage, joggers, wandelaars en promeneurs (slenterende, uitrustende en elkaar ontmoetende voetgangers). En ook de Garonne deed mee in de wedstrijd wiens grandeur is indrukwekkender??? De rivier was in ieder geval veel breder dan we dachten. Al gauw zagen we een pontje vlakbij aanmeren: op het laatste moment konden we nog meevaren naar de overkant. Bij de eerste halte, Stalingrad (!) zijn we uitgestapt en wandelden we naar de meest befaamde van de vele bruggen (4 konden we al zien) over de Garonne, de Pont de pierre, 1,1 km lang.







Tot onze grote verbazing bleek de brug autovrij en druk gebruikt door fietsers en wandelaars en zo nu en dan een tram. RUST en een prachtig uitzicht over de rivier! Ongelofelijk is dat eigenlijk hoeveel kilometers straten in Bordeaux autovrij of autoluw zijn. Meer dan de helft die wij zagen en met plezier gebruikten!
Aan de oevers van de Garonne liepen we vervolgens over een ‘grabbeltonmarkt’ waar van alles wat bruikbaar is in het leven van een (arm) mens aangeboden werd. Het voelde eerlijk gezegd ongemakkelijk om hier al te lang als ongeveer enige witte mensen lang te verwijlen. De wijk achter deze markt, kleurrijk en bedrijvig, in gewandeld tot we voor de een na grootste kerk van Bordeaux, de kerk St. Michel, stonden. Deze basilica imponeerde ons meer dan de kathedraal: alle kerkramen waren smaakvol en modern, de verdere kerkinrichting eveneens. Alle verhoudingen klopten, er heerste een mooie sfeer van een actieve kerkgemeente. Er stonden b.v. op de pilaren foto’s van huidige gelovigen met korte statements omtrent hun geloof.





Weer buiten, gingen we, heel profaan, op zoek naar een broodjeszaak en vonden die op de Place Fernand Lafargue. Daar hebben we lang gezeten met thee en panini’s. In de directe omgeving kwamen we dan nog langs mooie straten en een fraaie klokkentoren tot we tegen 17 uur op een klein stoepterrasje twee stoeltjes vonden voor een aperitiefje. Ieder een wijntje met een assiète houmous en dan in alle rust de sfeer om ons heen opnemen.








Na nog wat boodschappen in de wijk gingen we heel tevreden met bus en tram naar ‘huis’. Bordeaux was op deze mooie dag gewoon een heerlijke stad!
29 april: Na een eenvoudig ontbijt namen we voor de eerste keer onze paraplu’s mee naar ons eerste wandeldoel, de nabije Marché des Capucins. Een zeer aardige markthal, gebouwd toen wij zelf ook ‘gebouwd’ werden (begin jaren ’50, vorige eeuw), ruim opgezet, keurig maar niet duur. We kochten er aardbeien, de eersten dit jaar, appels en lekker biologisch brood en dronken er koffie met croissants om nog een laatste miezerbui af te wachten.






Vandaar wandelden we nog een uurtje door de ruime omgeving. Om te beginnen liepen we binnen bij een 19e-eeuwse gietijzeren hal, Marché de Douves, tegenwoordig een ontmoetings- en vergaderplek voor buurtbewoners en -verenigingen: “De focus ligt op het bevorderen van samenwerking, solidariteit en gratis, open evenementen voor iedereen, in lijn met het leven in de buurt.” Voor een lunchpauze – o.m. met aardbeien op brood – even terug naar huis voor we tegen 13.30 uur weer op stap gingen naar de bus- en tramhaltes nabij. Hier hadden we trouwens vanochtend nog een ‘geheime deur’ in een lange muur langs het voetpad ontdekt die tot onze verrassing toegang bood naar een grote Israëlitische begraafplaats met een mooi uitzicht op een bijzondere kerk in de verte.



Maar nu stapten we er achtereenvolgens in bus en tram richting de kades van de Garonne om de Hangars te bezoeken, vroeger een eindeloze rij pakhuizen die tegenwoordig, sinds 2018, onderdak bieden aan een honderdtal hippe winkels, restaurants en kroegen. Aparte sfeer, prachtig langs de rivier gelegen maar wel wat eentonig (je kunt het ook harmonisch noemen…).



Van hier gingen we met een boot (OV) naar de overkant, naar het Darwin Eco-système, een reuze vm. kazerneterrein dat sinds 2016 transformeerde tot een immense broedplaats voor moderne, geëngageerde winkels, kroegen, theaterruimtes, een super skatebaan, restaurants, terrassen, kleine bedrijven… Met veel plezier wandelden we over het terrein, pauzeerden even op een terras en wandelden dan door de omringende nieuwe woonomgeving, die ten dele meeging in een geslaagde transitie van industriële bedrijvigheid naar wonen en recreëren langs de rivier.











Minder geslaagd vonden we de jonge (1977) Botanische Tuin van Bordeaux: sfeerloos, slecht onderhouden, weinig uitnodigend. Gauw doorlopen naar de tram en de bus die ons weer naar huis zouden brengen.
30 april: Een reisdag van Bordeaux, via Nantes tot Quimper in Bretagne. Twee etappes slow travelling – exact tussen 9.47 – 19.30 uur – met regionale treinen en een lange pauze tussendoor. Ruim op tijd op station voor de nodige cafeïne maar ook omdat we ondertussen wisten dat de treinen in Frankrijk al flink voor vertrek gereed kunnen staan en behoorlijk vol kunnen lopen. Onze eerste etappe duurde bijna 3 uur lang en we zaten, niet altijd bij elkaar, op vier verschillende zitplekken omdat we niet gereserveerd hadden… beetje gesjouw, maar uiteindelijk probleemloos. Want met onze leeftijd -vind men in Frankrijk nog altijd- dat je gewoon een zitplaats verdient en je werd ook eerder aangesproken en geholpen door je medereizigers. Twee van hen vonden b.v. dat we per se in Rochelle, hun hooggewaardeerde thuisstad langs moesten komen. Uiteindelijk belandden we in Nantes waar ons een pauze van niet minder dan drie uur gegund was. Gelukkig wisten we al dat de mooie, oude Botanische Tuin van Nantes én het Café des Plantes direct naast het station liggen.



Voor het Franse gevoel bestelden we ieder een planche fromage en een rode wijn en genoten van het uitzicht op het mooie park en de vele bezoekers die deze plek trekt. Het was er ongekend druk voor zo’n park, bijna als in een drukke winkelstraat! Tot er een dikke zwarte wolk met plensbuien iedereen onderdak joeg – op het terras of in het station. En daar zaten we dan tot 16.45 uur te pauzeren – nog een half uurtje, tijd genoeg voor een koffie en een muffin. Exact op tijd vertrok er een (te) volle trein naar Quimper/Kemper, een van de bekendere steden van de Bretagne, door velen ook de meest Bretonse genoemd. Een stad van 63.000 inwoners met een imposante kathedraal, enkele musea, een markthal, vele winkelstraten, restaurants en kroegen. Ook mooi ingebed in bosrijke heuvels, met een snelstromend riviertje door de stad.



De treinreis duurde 2,5 uur in een overvolle, drukke trein met ook nog veel bagage, fietsen, kinderwagens en voertuigen voor gehandicapten. Maar het uitzicht uit de trein in het groene landschap, licht glooiend, houtwallen, bossen, eerder veeteelt dan akkerbouw maakte veel weer goed. Exact op tijd arriveerden we om 19.30 uur op het station. Volgde een wandeling door de stationsbuurt – het minst aantrekkelijke stadsdeel bleek later – tot naar ons appartement. Hier gold hetzelfde: een beetje shabby trappenhuis leidde naar een ruim en prettig ingerichte woonruimte. Alles gauw uitgepakt, even nog wat eten en drinken en dan nog een uurtje eerste verkenning van een mooie stad. Geen twijfels: hier zouden we ons wel een tijdje kunnen vermaken!






1 mei: Feestdag in Frankrijk! Hopelijk zijn er nog enkele winkels, cafés e.d. geopend… Voor tien uur al de stad in: een opvallend rustige 1-mei-ochtendstemming.





Even op het hoofdplein de kathedraal ingegaan, waar net een mis was afgelopen. Voor de ingang stond overigens een hele batterij grote motoren: inwijding door de pastoor of zoiets?!? Op zoek naar een koffie zagen we dat ook de markthal maar voor 10% geopend was – alleen groenten en fruit, geen koffie… Tegenover de kathedraal – van binnen en buiten overigens een indrukwekkend gebouw – bleek ondertussen een kroeg met terras geopend waar we ons een espresso gunden. Met uitzicht op de 1 mei-demonstratie die er vlak langs liep incl. opzwepende muziek en dans. 1000 deelnemers volgens internet… en dat in een provinciestad als Quimper! Viel ons wel mee hoe de Dag van de Arbeid hier nog leeft en vooral ook een échte vrije dag is.


Even een stukje op de stoep meegelopen tot we aan de stadsrand nog een kleine Carrefour-City-supermarkt vonden voor ons boodschappenlijstje. Terug naar huis, lunch en siësta! Volgde een mooie namiddagwandeling langs de rivier Odet met opvallend veel korte bruggen (enkele mooie, metalen, 19e -eeuws) en veel nieuwe plantsoenen tussen de rivier en de rijbaan er langs.




We passeerden het Stadstheater Max Jacob met een interessant programma en volgden de Odet tot aan de historische buurt Locmaria, met een prachtige Romaanse kerk, Notre-Dame, en een fraaie, licht verwaarloosde kloostergang – dat alles ruim 1000 jaar oud! Vlak bij lag ook nog, mooi aan de rivier, een sfeervolle en goed onderhouden vaste planten- en kruidentuin die we uitgebreid bezochten.











Tijd voor een drankje op een terras. Pas toen het begon te miezeren wandelden we weer terug naar huis. Bereiding van een lekkere eigen maaltijd stond op het programma en een avondje planning van de komende dagen (want het bleef regenen…).
2 mei: Een heel afwisselende dag wat het weer betrof: tot 11 uur donker, dreigend weer met een enorme plensbui en onweer tussen 9.30 en 10 uur. En de regen ging na een heel korte pauze nog gestaag door tot tegen 11 uur. Dus even geen verse koffie maar een senseootje voor ons beiden gezet. Nood breekt wet… Iets over 11 uur hadden we genoeg van het wachten en gingen we ouderwets op stap naar de plaatselijke VVV in de hoop dat ze nog iets meer aan informatie konden geven dan Internet. Over b.v. wandelen in de omgeving en busverbindingen naar leuke plekken langs de kust. Er bleken vriendelijke mensen te werken die twijfels aan bepaalde informatie op internet konden wegnemen en deels ook nog nieuwe informatie konden aanvullen. Vandaar gingen we in de markthal en bij een Monoprix-supermarkt de nodige boodschappen voor de komende tijd regelen en dan terug naar huis voor een korte lunch- en rustpauze.





Het zou de rest van de dag droog blijven tot ’s nachts! In de vroege namiddag gingen we met een bus naar het mooie stadje Locronan waar vandaag en morgen – maar morgen, zondag, zou geen bus gaan – een historisch feest zou plaatsvinden. Met minder dan een handvol medereizigers reden we de stad uit via een flinke klim heuvelopwaarts en een lange uitvalsweg met oude bebouwing richting Locronan. Veel rotondes met aardige begroeiing onderweg, heel groen landschap, heuvelig met bosranden, heggenlandschap, losse kleine huizen (beetje Iers) en karakteristieke dorpjes als Plogonnec en Landibilic, nog grotendeels bebouwd met grijze natuursteenhuizen en veel natuurstenen muren en muurtjes in de dorpen en op het land. De bus eindigde op een parkeerplaats op enkele meters van de ingang van de middeleeuwse markt. Toen we arriveerden was het alles andere dan druk (net geopend). We begonnen bij een mooie tentenkamp met middeleeuws verklede mensen, tenten en kramen met waren, demonstraties, spelletjes, consumpties in een sfeervolle, groene dorpsrandomgeving.





Vandaar liepen we via de hoofdweg richting de hoofdkerk en het raadhuisplein met nog meer gezellige handwerkkramen met hoofdzakelijk folkloristisch geklede mensen, aandacht voor ambachten, eten en drinken maar ook een echte attractie: een vuurspuwer! Een aardig, smaakvol en spannend geheel!



In een mooie, oude theesalon rustten we uit met koffie, thee, stukjes taart en later nog een streekeigen cider. Gesterkt begonnen we daarna aan een verkenning van het werkelijk fraaie dorp. Van alle kanten bleek het nog een compleet natuurstenen dorp. Heerlijk ook vanuit natuuroogpunt. Een oeroude kerk, prachtig vol algen en korstmossen tussen de stenen van de buitenmuren en binnen spannend, donker en asymmetrisch. En overal tussen de losse huizen, straatjes, tuinen en veldjes kleine, verborgen kerkpaadjes (pad van 30c m breedte) door het weelderige groen. En die stilte, ondanks alle feestvreugde!!










Tegen 16.30 uur liepen we weer terug in de nu toegenomen feestdrukte. Tijd genoeg om voor vertrek van de laatste bus, 17.21 uur, op een terras van een crêperie van crêpes, bier, thee en de feestdrukte te genieten. Na een kleine rustpauze thuis voor een warme maaltijd gezorgd en een wandelprogramma in en om de stad voor morgen (zondag, bijna geen OV) bijeen gepuzzeld.
3 mei: Na het ontbijt begonnen we aan een wandeling naar het oude centrum van Quimper op zoek naar een lekkere kop koffie. De patisserie die we op het oog hadden bleek geopend voor patisserie maar niet voor koffie… dat was wel het geval bij Café du Finistère schuin tegenover op het hoofdplein.



Na de gewenste oppepper gingen we op zoek naar het Bisschoppelijk Paleis en bijbehorende tuin. De tuin stelde horti-cultureel niet zoveel voor maar het vm. Bisschoppelijk Paleis is tegenwoordig een fraai historisch-archeologisch museum van de ruimere streek, het Musée départemental Breton. We bleven er met veel interesse kijken tot tegen de middag. Een sfeervolle inrichting, een erg mooi trappenhuis – een grote stenen wenteltrap – , overal Engelse vertalingen, veel leuke films uit de jaren ’20 van de vorige eeuw, moderne Art Deco kamers uit dezelfde tijd in een aparte Bretonse stijl.









Lunchpauze thuis en daarna hebben we tussen 13.30 – 17 uur met voldoende zitpauzen de noordelijke rand – heuvel op – van Quimper bekeken. Vooral het stedelijk groen overtuigde ons: mooie bomen en beplantingen langs de rivier Odet, prachtige flora op alle oude muren – en die zijn er nog al wat in deze oude stad!





Van de rivier liepen we langs heel hoge oude stadsmuren op zoek naar 3 prachtige verborgen tuinen met heerlijke mediterrane beplanting en begroeiing, maar ook met veel reliëf (trappen vooral). Eerst bezochten we de uitnodigende, gezellige tuin bij het conservatorium (foto’s 1 – 3 hieronder) en daarna twee terrastuinen die in elkaar overliepen, Jardin de la Paix en Jardin de la Retraite (met o.m. de Jardin de Palmier als onderdeel). Heel sfeervolle tuinen met bv. metershoge (sub-)tropische echium-planten, veel soorten palmen, mediterrane vruchtbomen en fantastische uitzichtterrassen over de omgeving. MOOI!
















Vandaar wandelden we langs de muren bij de Place de la Tourbie tot aan de nieuwe groenontwikkeling, een wandelpromenade bij het riviertje de Steir, die we een tijdje volgden tot bijna aan de confluence met de rivier Odet niet ver van De Hallen.






En toen hadden we trek in een drankje, een pauze! Dat deden we in Café des Arts waar we op een druk terras een biertje en een cider dronken. Vandaar wandelden we verder aan de overkant van de Odet, naar het zuiden, over de licht heuvelige, bossige Promenade du Mont Fruggy. Even een kort klimmetje en we werden verrast door verborgen uitzichten over de stad heel dicht achter ons tijdelijk thuis.




En daar liepen we dan ook na een vermoeiende, maar heerlijke namiddag graag naar toe. Even uitrusten en dan weer zorgen voor een eigen warme maaltijd, de reisplanning voor de komende dagen, lezen, dagboek schrijven e.d.
4 mei: Na het ontbijt nog even wat finetunen aan het reisschema, koffie tegenover de kathedraal en brood, yoghurt en fruit bij de Monoprix. Weer thuis even wat boterhammen voor onderweg gesmeerd en dan op naar het busstation, waar om 12.15 uur een bus naar Bénodet vertrok.


Toen we vertrokken bleek het droog… en dat bleef het ook tot we tegen 17 uur in de bus terug zaten, bijna weer in Quimper. De eerste helft van onze busrit heen ging nog door de binnenstad, door buitenwijken met b.v. de universiteit en dan door dunbevolkte, groen-groener-groenste dorpen, bossen en bosranden, velden, parken en tuinen langs dorpjes als Pleuven, Gouesnou, Fouesnant tot Bénodet


aan de kust. Bij de haven, de monding van de rivier Odet, uitwaaierend in een mooie baai, stapten we uit de bus. Strand, rotskust, vuurtorens en een onbereikbaar, mooi gelegen dorp aan de overkant van de baai bepaalden een onverwachts mooie sfeer, zelfs de zon ging schijnen!






Met veel ahhhs en ohhhs liepen en klauterden we langs de grofzandige tot rotsige kust langs schitterend (door de zon) zeewater. Heerlijk ook de vele gigantische Zeedennen e.d. langs de kust. Wij maakten twee pauzes aan het begin (crêpes en koffie) en afsluitend in een bistro met zeezicht. Héél erg geslaagde 3,5 uur aan de kust met zicht op de Atlantische Oceaan!














Met de bus van 16.35 uur reden we weer terug naar Quimper, deze keer op de mooiste uitzichtstoelen vooraan! Op de wandeling van de bushalte tot thuis waren we blij met de meegenomen paraplu’s… We rusten thuis even uit met puzzelen en dagboek schrijven, annuleerden nog net op tijd een overnachting en zagen zwarte wolken, maar ook zon en blauwe lucht langs ons dakraam drijven. Eten we buitenshuis of een rest linzenschotel thuis?!? Wij durfden het aan om twee huizen verder een atypisch Chinees restaurant te bezoeken. Ze kookten verrassend goed, niet zo vettig en doorgebakken als in de regel, meer zo als Thaise of Vietnamese keukens. Gewoon vers, lekker en ook de wijn en de jasmijnthee bevielen prima. Daarna zijn we nog tot 21.30 uur een laatste rondje ‘afscheid van Quimper’ gewandeld, zelfs nog even heuvelop achter ons tijdelijk verblijfsadres. Quimper zal ons langer bijblijven!
5 mei, Bevrijdingsdag: Om 9.30 uur vertrokken we voor een – grotendeels – reisdag naar het station om daar nog op tijd koffie te drinken en stipt om 10.19 uur onze trein naar Vannes en Rennes te halen. Tegen 11.30 uur arriveerden we in Vannes. Wij hadden besloten hier onze reis ca. 4 uur te onderbreken voor een kleine stadsrondgang en dan tegen 16-17 uur door te reizen naar Rennes. Want daar waren we – weinig coulant van de host – pas na 16 uur welkom… In Vannes konden we gelukkig tegenover het station onze grote rugzak en onze beide rolkoffers voor 10,- euro opgeven. Nieuwe service van het IBIS-hotel, niet alleen voor gasten! En zo konden wij, licht bepakt met een klein rugzakje en twee paraplu’s op ontdekking gaan in oud-Vannes. Het werd ons niet echt makkelijk gemaakt: het bleef de hele namiddag miezeren tot echt regenen, de kathedraal was gesloten en hetzelfde gold voor de helft van de ruimtes van het Museum voor Schone Kunsten. Bovendien bleken delen van de groene ruimte en gebouwen van de iconische Remparts (prachtige oude stadsmuren) eveneens een bouwput. Last but not least bleken een deel van de winkelstraten met fraaie vakwerkhuizen ook nog in renovatie… alles bij elkaar zou het, over enige tijd, vast een fraai ensemble kunnen worden!














In een van de plaatselijke markthallen, Halles des Lices, die voornamelijk uit restaurants bestond, hebben we nog van een druk buffet aardig gegeten en gedronken. Met de trein van 16.02 uur reisden we tenslotte van Vannes naar de hoofdstad van de Bretagne, Rennes: regen, regen, regen, zagen we vanuit de droge trein. Toch genoten we van het groen van het landschap en de kleine stadjes en dorpen onderweg. Op ons nieuwe woonadres niet ver van de zuidingang van het station in Rennes kwam ons bij de deur al een lachende, beetje nerveuze man tegemoet: misverstand, hij verwachtte gasten uit Australië – het duurde even voor hij ons de deur van z’n collega kon aanwijzen. Een ruim en behoorlijk ingericht appartement. Snel uitpakken en dan nog boodschappen doen in de buurt. 20.45 uur was er eindelijk tijd om uit te rusten…
6 mei: Na een totaal verregende Bevrijdingsdag scheen de zon een dag later, de regenvoorspellingen waren gering, maar het was wel koud, 11 graden C. en in de ochtend nog niets te beleven down town. Tegen 10 uur dus pas op stap, trui aan, jas dicht, toch nog fris… De zone waar we woonden, dicht bij het station cq. de gevangenis voor vrouwen, ca. 1-1,5 km uit het échte centrum gelegen werd



8 maart 1943 zwaar gebombardeerd door de Amerikanen en viel nu nog steeds op als een saaie, grijze, hoogbouwbuurt met erg weinig groen en een infrastructuur gericht op veel autoverkeer. Oneerbiedig gezegd: een beetje vroegere Oostblokarchitectuur.


Maar vanaf Place de la République werd de sfeer compleet anders: groots, pompeus, 18e-eeuws langs de randen van de binnenstad met representatieve gebouwen als banken, het stadhuis, opera, theater, kathedraal, andere kerken e.d.





en in de kern middeleeuws met kleine straten, steegjes en pleinen vol fraaie, kleurrijke vakwerkarchitectuur. De wereld waar de toeristen voor komen (de hoeveelheden vielen ons nog mee!). Wij bezochten een markthal, de basilica St. Aubin met o.m. een plaatselijke heilige uit 1921, Marcel Gallo. Aan het pleintje bij St. Aubin, een hoge, gotische ‘kleine kathedraal’ dronken we nog eens koffie met een gevuld croissantje. Heerlijk! De hoofd-kathedraal, St. Pierre, bleek dinsdag en woensdag uit veiligheidsoverwegingen gesloten. Morgen dan eens kijken?!? De oude remparts en stadspoorten, zoals Porte Mordelaise bleken imposant, net gerestaureerd.













Hier besloten we onze krachten te sparen en thuis een middagpauze met lunch en siësta in te lassen: 4 haltes met de metro, dus we waren er zo. Rond 14 uur wandelden we weer langs de muren van de Vrouwengevangenis tot het futuristische (2024 voltooid) stationsgebouw van Rennes. Van de zuidkant tot de hoofdingang en de hal werd het steeds spectaculairder: heel rond, organisch en met het wolkenspel boven de hal een uniek beeld.


Van het station liepen we dan via een brede avenue naar het Quai Emile Zola en Place Pasteur tot ons tweede doel, Parc du Thabor, een zeer bezienswaardig, oud, reliëfrijk park met een prachtig oud bomenbestand, veel mooie lig- en speelweiden met relaxte bezoekers, maar ook systematische parkdelen met veel bloei, grote serres en een buitenterras annex tuinpaviljoen aan het andere einde van het park. Heerlijk om hier even bij te komen!









Vlak naast het park bezochten we een kloosterkerk, Notre Dame en Saint Melaine, een heel lange hallenkerk met een aparte kerkindeling en -inrichting en een oorsprong in de 10e eeuw!




Via levendige, mooie straten met veel restaurants en winkels bereikten we een indrukwekkend ruim plein met het Parlement van Bretagne: grandeur ten top, ook wat de hele omgeving betrof. In de buurt van nog een fijn plein (volgens velen het mooiste), Place du Champ-Jacquet, namen we tegen 17.30 uur een metro naar ´huis´.








7 mei: Marianne meldt onder het ontbijt 10° C., bewolkt, kans op regen. Morgen, als we vertrokken zullen zijn, volgt mooi weer: zonnetje en 23° C. Met mooi weer op reis… maar eerst nog op een mooi pleintje – reliëf, groen, terrasjes – koffie en koekjes genoten en dan konden we ‘eindelijk’ de klatergoudsfeer van de kathedraal – vrij klein en ‘jong’ (in hoofdzaak uit de 19e eeuw en 2 renovatierondes in de 21e eeuw) bewonderen.





Ach, hoe kleurrijk ook, geef ons maar echte gotische kathedralen of zuiver romaanse kerken… Vandaar zijn we dan via grotendeels groene lanen, onder de spoorlijn door, via de achterkant onze wijk binnengewandeld. Aardig, vooral het grote aantal natuurstenen huizen in de grote stad en een hoge tolerantie ten opzichte van wilde planten, nu héél veel klaprozen langs de huizen, vielen ons op.




Lunchpauze tot 13.40 uur. Het bleef droog en we namen vanaf het station een metro richting een stukje stadsnatuur, Prairies Saint Martin. Kaartjes kopen, een zelfbesturende, enge, hard rijdende metro tot Gros-Chêne genomen en dan door een mooi stukje drassig-natte natuur met veel Gele (en soms ook blauwe) lissen in






bloei. Al gauw kwamen we bij een duurzame, groene nieuwbouwbuurt, waar we een beetje in gingen rondkijken voor we verder wandelden langs het Canal St. Martin tot aan de rand van de binnenstad (de Auberge de Jeunesse vormde het einde van het kanaal). Aan de overkant van de straat konden we een klein stukje wilde beek nog volgen tot bijna de oude binnenstad.




Op een pleintje t.o. Saint Aubin dronken we twee lokale biertjes op een kleurrijk terras. We verhoogden de gemiddelde leeftijd aanzienlijk…


Eén doel restte ons nog: Les Champs Libres, een bizar plein met veel nieuwbouw, waaronder een streekmuseum, de bibliotheek, een wetenschapscentrum e.d. Kortom: het nieuwe culturele hart van Rennes. Voor het museum waren we te moe (we bleken later al > 20.000 stappen gelopen te zijn), maar we wilden wel graag even de volgende eeuw in ons opnemen: gigantisch, koud voelde het nog aan. Dat gold ook voor de weg terug langs het station.



We hadden wel héél veel gezien in 3 uur. Maar vooral het stadsgroen en de terrassen vol – om te zien – leuke jeugd, bleken voor ons vandaag de hoogtepunten.
8 mei: Frankrijk vierde op deze dag, zoals een groot deel van de wereld, de bevrijding van het Hitlerfascisme en het einde van de Tweede Wereldoorlog. Wij wandelden tegen 10 uur richting station, dronken onze koffie en kochten nog een belegde baguette, een stuk quiche en zoete koeken voor onderweg. Om 10.56 uur begonnen we stipt aan een reis met 4 overstapstations: Laval 11.46 uur; Le Mans




13.26 uur; Mezidon (bij Caen) 15.27 uur en Rouen 17.10 uur, waar we overstapten tot ons reisdoel, Amiens. Hier arriveerden we tegen 18.25 uur. Appart’ City bereikten we snel (kenden we nu al van de heenreis), even zo weinig als nodig uitgepakt, te moe voor meer dan een kleine, snelle maaltijd aan een veel te kleine tafel – salade bowl, stokbrood, kaas, fruit en wijn – en dan nog even een carrétje door de wijk gewandeld. Vroeg naar bed, doodmoe! Opvallend op zo’n reisdag: hoe groen en dunbevolkt Frankrijk toch nog steeds is en dat al het gesjouw van ons om minder én langere overstapmomenten vraagt… Wij besloten spontaan nog een dag en nacht langer in Amiens te blijven!
9 mei: Voor 8 uur al uit bed, simpel ontbijt en dan gauw een dag bijboeken. Maar dat viel niet mee: het kostte ons bijna een uur misverstanden en gehannes met de mevrouw aan de receptie. Tegen 10 uur liepen we dan eindelijk, licht gekleed, naar buiten. Eerst een nabije kleine boerenmarkt bezocht – zoals overal op boerenmarkten ook hier veel producten direct van kleine producenten, zoals voorgekweekte tuinplanten, groenten, maar ook sierplanten. Ook speciale rassen en varianten van groenten en kruiden, of b.v. honingsoorten. Hier vonden we makkelijk 4 cadeautjes voor thuis.





Vandaar toch weer naar de kathedraal: weer helemaal onder de indruk van zowel de buitenkant, het gigantische gebouw maar ook de verfijnde kwaliteit van ALLES! Veel Vlaamse jongeren op schoolreis. Door hen zagen we nu pas dat de kerk, net als in Chartres, een mooi labyrint kent dat veel van de jongeren met enthousiasme liepen.






Op het kerkplein dan nog koffie in een speciale patisserie (macrons) gedronken en vervolgens uitgebreid tot aan de lunch door de oude, kleur- en grachtenrijke (ja!) wijk Saint-Leu gewandeld. Nog steeds zie je in (oud) Amiens hoe vernietigend oorlogen zijn…







Na lunch en siësta begonnen we dan aan een lange wandeling langs de Somme en de zuidrand van de Hortillonnages, een kilometers lang en breed, grachtenrijk tuindersgebied met sfeervolle tuinen, landjes, bruggen en huisjes. Iets héél eigens, informeel, creatief, een mix van alternatieve volkstuinen, landjes, maat ook meertjes en sloten. Je kunt in bootjes door dit waterrijke, sfeervolle gebied (je laten) varen, maar dat doen we pas over een paar jaar als we echt te oud zijn om langere afstanden te lopen… wel hebben we vanaf een mooi terras naar al die bootjes (Giethoornachtig) gekeken. Heerlijk weer was het trouwens!











Tegen 16.30 uur wandelden we terug naar huis. Even uitrusten tot 19 uur en dan wilden we deze bijzondere reis door West-Frankrijk in een speciaal restaurant afsluiten, “Bagdad”. Kom je zelden tegen, Iraakse restaurants, en herinnerde ons aan onze Iraakse vriend Karim en zijn kookkunsten. Maar eerlijk gezegd kon alleen het toetje tippen aan wat we hadden verwacht…


10 mei: Een zondag, onze reisdag naar huis. Tegen 9 uur al helemaal voorbereid op vertrek. Wel nog even op internet gekeken waar we al, zo vroeg op zondagochtend, een lekkere koffie konden drinken. Restaurant Au Fil de L´eau, langs de waterkant bij de ingang van de Hortillonnages, was als een van de weinige zo vroeg op zondag al geopend. Heerlijke koffie!!


Nog even terug naar het hotel en tegen 10 uur rolden we met onze koffers naar het station. We begonnen aan een reis in 6 etappen – slow train travel: Lille, Tournai, Brussel-Zuid, Schiphol, Amsterdam-Sloterdijk, Den Helder – die om 21 uur op Texel eindigde. Moe, teveel overgestapt, teveel sjouwen, teveel drukte… Thuis ontdekten we al gauw een opvallende mierenbaan van de terrasdeur richting koelkast met een aftakking naar het keukenkastje. Net op tijd terug: de vlijtige mieren hadden het zoet nog net niet gevonden…